Interview Prof dr. Neefjes “We blijven testen tot we de beste medicijnen gevonden hebben”.

28-02-2015 19:32

Na haar benoeming tot erelid van de Asbestslachtoffers Vereniging Nederland, vertelde Els Borst op het jubileum over haar schoonzoon (Prof. Dr. Neefjes) die binnen het Nederlands Kanker Instituut-Antoni van Leeuwenhoekhuis (NKI-AvL) onderzoek doet naar mesotheliomen. Het was ook gelijk een oproep want voor het onderzoek is pleuravocht nodig van mesothelioompatiënten. Wij hebben met Prof. Dr. Neefjes gesproken om meer te horen over het onderzoek en hoe patiënten hieraan kunnen bijdragen.

Prof.dr. J.J. (Jacques) Neefjes is hoofd van de afdeling celbiologie van het NKI-AvL in Amsterdam. Samen met de longartsen Baas en Quispel-Janssen van het NKI-AVL en met chemici (Prof. Dr. Ovaa in het NKIAvL en Prof. Dr. Overkleeft in Leiden) onderzoekt hij hoe kankercellen van mesothelioom patiënten door bestaande en nieuwe stoffen gedood kunnen worden. Prof. Dr. Neefjes: "In totaal zijn er op dit moment zo'n 1200 - 1500 combinaties van bestaande en nieuwe anti-kankerstoffen mogelijk.

Daarnaast maken de chemici nieuwe stoffen. Om deze te kunnen testen op hun anti-kanker werking, hebben we heel veel kankercellen nodig. De meer dan 1200 verschillende stoffen kunnen we uiteraard niet in het lichaam van één patiënt testen. We maken daarom gebruik van kankercellen die we isoleren uit pleuravocht dat bij patiënten weggehaald wordt om klachten van kortademigheid te verminderen. De kankercellen worden vervolgens in het laboratorium gekweekt in een heleboel kleine flesjes waarin de gevoeligheid voor de verschillende anti-kankerstoffen getest wordt. Zo kunnen we dan de vele anti-kankerstoffen op de cellen van één patiënt testen. Omdat deze cellen slechts een maand in kweek bruikbaar zijn, hebben we regelmatig nieuw pleuravocht van patiënten nodig." Het doel van het onderzoek is om nieuwe middelen te vinden om de behandeling van mesothelioompatiënten te verbeteren. We zijn dan nog niet klaar.

Voordat een nieuw middel als medicijn aan een patiënt gegeven kan worden, moet de stof eerst verder getest worden op bijeffecten. Prof. Dr. Berns van het NKI-AvL kan dit in speciale muismodellen testen. Vervolgens moet de effectiviteit van een nieuw medicijn onder streng gecontroleerde omstandigheden getest worden bij patiënten. De longartsen en medisch oncologen van het NKI-AVL hebben ruime ervaring met dit soort geneesmiddelenonderzoek. Een goede samenwerking tussen longartsen en onderzoekers in het laboratorium is van groot belang voor het succesvol ontwikkelen en testen van nieuwe medicijnen. Zonder de hulp van patiënten met een mesothelioom is dit echter niet goed mogelijk.


Persoonlijke behandeling:

Verschillende patiënten kunnen soms heel anders reageren op dezelfde behandeling. Dokters streven er daarom naar om de behandeling zo veel mogelijk af te stemmen op de persoon in plaats van een standaard behandeling per ziekte. Of iets werkt of niet is in de meeste gevallen echter pas na de behandeling duidelijk. Bij het hierboven genoemde onderzoek kijkt het team rond dr. Neefjes daarom of de gevoeligheid van de kankercellen voor een bepaald middel te voorspellen is aan de hand van het DNA van de kankercel. Als op basis van het DNA de juiste voorspelling gedaan kan worden, kan vooraf bepaald worden wat de beste behandeling is voor de patiënt.


Oproep:

De grootste belemmering voor het onderzoek van het team rondom Dr. Neefjes is het tekort aan cellen die op kweek gezet kunnen worden omdat deze maar 4 weken te gebruiken zijn. "Er wordt regelmatig pleuravocht bij patiënten afgenomen, maar dat mag niet zomaar gebruikt worden. Daar is toestemming van de patiënt voor nodig. Ik wil daarom de mesothelioompatiënten bij wie pleuravocht moet worden afgenomen, vragen dit vocht af te staan voor ons onderzoek. Het is belangrijk te realiseren dat dit onderzoek zich nog in een experimentele fase bevindt waardoor de kans bestaat dat deelname geen direct voordeel voor de donor oplevert. Niet iedere proef slaagt. De patiënt kan onvoldoende kankercellen in het vocht hebben en soms groeien deze kankercellen niet buiten de patiënt. Als de test slaagt, is het niet in alle gevallen duidelijk wat een bepaalde uitslag betekent voor de patiënt bij wie het vocht was afgenomen. In ieder geval is het zo dat patiënten door deelname helpen om de behandeling van patiënten met mesothelioom in de toekomst te verbeteren en wij doen ons uiterste best om vindingen in het lab zo snel mogelijk naar de patiënt terug te brengen."


Als u vragen heeft kunt u die via uw behandelend longarts of rechtstreeks bespreken met Prof Dr Baas of Dr Quispel-Janssen van het NKI-AvL.

Telefoon secretariaat thoraxoncologie NKI-AvL: 020-512 2958 of via email: thoraxoncologie@nki.nl


Bron:  Prof dr. Neefjes van het NKI-AvL in Amsterdam.