Onderzoek en diagnose bij kanker van de mond of keelholte.

02-02-2014 21:19
 

 Heeft u symptomen die kunnen passen bij kanker van de mond of keelholte, ga dan naar uw huisarts. Hij zal u eerst lichamelijk onderzoeken. Hij geeft u medicijnen als dit nodig is. Dit kan een hoestdrank zijn, maar ook een slijmoplossend middel of antibiotica. 

Verdwijnen hiermee de klachten na 2 weken niet? Dan moet u zeker weer contact opnemen met uw huisarts. Hij kan u als dit nodig is verwijzen naar een keel-, neus- en oorarts (KNO-arts) of een kaakchirurg.

Sommige patiënten komen via hun tandarts bij de specialist terecht. De tandarts heeft dan een afwijking gezien die op kanker kan wijzen. Bijvoorbeeld bij een controle.

U kunt de volgende onderzoeken krijgen:


  • inspectie: de specialist onderzoekt om te beginnen het hele gebied van de mond, keel, neus en oren. Hij voelt ook of u verdikkingen heeft in uw hals die kunnen wijzen op uitzaaiingen in de lymfeklieren.
  • tumoren op de lip en voor in de mondholte kan de specialist vaak zonder hulpmiddelen bekijken en voelen.
  • laryngoscopie: een tumor die dieper in de mond of keelholte zit bekijkt de arts met een laryngoscopie.
  • biopsie

     

Vaak is verder onderzoek nodig. Daarmee stelt de arts vast hoever de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn.  Zo kan hij bepalen welke behandeling het meest geschikt is.

Dit kunnen de volgende onderzoeken zijn:  

  • röntgenfoto van kaken en tanden
  • CT-scan: met een CT-scan bepaalt de arts  hoe uitgebreid de tumor is en spoort hij eventuele uitzaaiingen in de lymfeklieren op
  • MRI
  • longfoto
  • PET-scan: geeft een CT-scan of een MRI geen duidelijke conclusie, dan kan de arts soms een PET-scan maken
  • echografie met punctie van de halsklieren
  • kijkoperatie: voor dit onderzoek gaat u onder narcose


 


Biopsie bij kanker van de mond of keelholte:

De arts kan een stukje van de tumor verder laten onderzoeken. Hiermee kan hij met zekerheid vaststellen of een tumor goed- of kwaadaardig is.

Hij neemt tijdens een laryngoscopie met een tangetje een stukje van het weefsel weg dat er afwijkend uitziet. Dit heet een biopsie.

Dit onderzoek kan vervelend zijn. Soms krijgt u hiervoor een plaatselijke verdoving met een spray of injectie. Het kan ook zijn dat u hiervoor onder narcose gaat. Bijvoorbeeld omdat het verdachte plekje te diep in de keel ligt. Dit heet een kijkoperatie.

De patholoog onderzoekt het weggenomen weefsel onder de microscoop.

 
Met de uitslag stelt de arts de definitieve diagnose.

 

 


CT-scan:

Een CT-scan brengt organen en/of weefsels heel gedetailleerd in beeld. Bij een CT-scan worden röntgenstraling en een computer gebruikt.

Het apparaat heeft een ronde opening. U ligt voor het onderzoek op een beweegbare tafel en schuift door de opening heen. Terwijl de tafel verschuift, maakt het apparaat een serie foto's. Hierop staat steeds een ander stukje van het orgaan of weefsel afgebeeld.

 

Deze doorsneden geven een beeld van:

  • de plaats en de grootte van een mogelijke tumor
  • of en hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel eromheen
  • of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren en/of organen ergens anders in het lichaam

De afkorting CT staat voor computertomograaf.
 


Contrastvloeistof:

Voor het maken van duidelijke foto’s is vaak contrastvloeistof nodig. Meestal krijgt u deze vloeistof tijdens het onderzoek in een bloedvat in uw arm gespoten. Van contrastvloeistof kunt u een warm en weeïg gevoel krijgen. Sommige mensen worden er een beetje misselijk van. U kunt een paar uur voor het onderzoek beter niet meer eten en drinken. Zo heeft u zo min mogelijk last van de misselijkheid.


Er zijn mensen die overgevoelig zijn voor de contrastvloeistof. Zij kunnen:

  • koorts krijgen
  • gaan zweten
  • duizelig worden


Denkt u dat u eerder zo’n overgevoeligheidsreactie heeft gehad? Meld dit dan voor het onderzoek aan uw arts. Soms kunt u dan een MRI krijgen in plaats van een CT-scan.


 


Echografie met punctie van de halsklieren:

Echografie is een onderzoek met geluidsgolven. Deze golven kunt u niet horen, maar de weerkaatsing (echo) ervan maakt organen en/of weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Zo kan de arts een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.

Tijdens het onderzoek ligt u op een onderzoeksbank. De arts smeert een gelei op uw huid. Hij beweegt een klein apparaatje dat geluidsgolven uitzendt over de huid. De arts kan de afbeeldingen op het beeldscherm vastleggen op foto's.

Echografie is een eenvoudig, niet belastend onderzoek.

Soms moet u voor dit onderzoek nuchter zijn. Dit betekent dat u vooraf niets eet of drinkt.


Punctie:

Zijn bij de echografie lymfeklieren te zien die mogelijk uitzaaiingen bevatten? Dan doet de arts tijdens dit onderzoek een punctie. Hij prikt met een naald in de lymfeklier om cellen op te zuigen. Op het beeldscherm ziet de arts waar hij moet prikken.

De opgezogen cellen worden in het laboratorium verder onderzocht.

U krijgt de uitslag van dit onderzoek meestal na een aantal dagen.


 

 


Kijkoperatie bij kanker van de mond of keelholte:

Vaak moet de arts de tumor en het weefsel eromheen nog zorgvuldiger bekijken. U krijgt dan een kijkoperatie. Tijdens de operatie kan de arts 1 of meer stukjes weefsel wegnemen. Ook kan hij een eventuele tweede tumor in de mond en het keelgebied uitsluiten. Het wegnemen van een stukje weefsel heet een biopsie.

U gaat hiervoor onder narcose. Zonder narcose zou het onderzoek te pijnlijk of te benauwend zijn. 

       

De arts gebruikt verschillende soorten kijkbuizen om de slijmvliezen te bekijken van:  

  • mond
  • keelholte
  • strottenhoofd
  • luchtpijp
  • longen
  • begin van de slokdarm
     

Zo’n kijkbuis heet een scoop. De scoop bestaat uit een dunne, buigzame slang waar een kleine camera aan zit.

De arts vergelijkt de bevindingen van dit onderzoek met de uitslagen van de CT-scan en de MRI.

Soms neemt hij stukjes weefsel van meerdere plaatsen weg. Een patholoog onderzoekt dit weefsel onder de microscoop. Met de uitslag stelt de arts de definitieve diagnose.

U krijgt de uitslag van het weefselonderzoek meestal na een paar dagen.

 
Heeft de arts ook biopten van het bot genomen, dan kan dit 2 weken duren.

 

 


Laryngoscopie:

Een laryngoscopie is een kijkonderzoek. De KNO-arts bekijkt het onderste deel van uw keel, tot aan het strottenhoofd en uw stembanden. Soms kijkt hij ook nog net onder de stembanden boven in de luchtpijp.


Indirecte laryngoscopie:

De indirecte laryngoscopie is een vrij eenvoudige methode: de arts kijkt via een spiegeltje achter in de keel naar beneden. Deze spiegel is hetzelfde als een tandartsspiegeltje. U zit iets voorovergebogen. De arts vraagt u uw tong uit te steken en pakt de uitgestoken tongpunt vast met een gaasje. Daana vraagt hij u rustig door de mond in en uit te ademen en brengt dan het spiegeltje in.

 

Zo bekijkt de arts:

  • uw keel
  • de ingang van het strottenhoofd
  • uw stembanden


Directe laryngoscopie:

U krijgt bijna altijd een directe laryngoscopie. Dit is vaak patiëntvriendelijker en de arts kan alles beter bekijken.

De arts onderzoekt u met een dunne, buigzame slang waar een kleine camera aan zit. Hij brengt de slang via de neus in de keel en naar het strottenhoofd. Aan het eind van de slang zit een lichtje. Hiermee kan de arts het hele gebied goed bekijken.

Tijdens het onderzoek zit u op een stoel. Als u wilt, kunt u een plaatselijke verdoving krijgen. Meestal is dit niet nodig.


 


Longfoto

Een longfoto is een röntgenfoto van de borstkas. Hiermee kan de arts afwijkingen van longen, hart of lymfeklieren in de borstkas opsporen. Bijvoorbeeld een longontsteking of uitzaaiingen in de longen.


Meestal maakt de arts 2 overzichtsfoto’s van de borstkas:

  • een foto waarbij de röntgenstralen van achteren naar voren door de borstkas gaan
  • een foto waarbij de röntgenstralen zijwaarts door de borstkas gaan

Het onderzoek is pijnloos. U moet hiervoor uw bovenkleren uit te doen en metalen sieraden af. Om duidelijke foto’s te krijgen, ademt u diep in en houdt u uw adem even in.

Een ander woord voor een longfoto is X-thorax.


 


MRI:

Een MRI werkt met een magneetveld, radiogolven en een computer. De techniek maakt dwars- of lengtedoorsneden van uw lichaam zichtbaar. Zo kan de arts een mogelijke tumor en/of uitzaaiingen zien.

Tijdens dit onderzoek ligt u in een soort koker. Sommige mensen vinden dit benauwend. Sommige MRI-apparaten maken nogal wat lawaai. Hiervoor krijgt u oordopjes in. U kunt soms ook naar uw eigen muziek luisteren.

Via de intercom blijft u altijd in contact met de arts. Hij is tijdens het onderzoek in een andere ruimte.

Soms spuit de arts tijdens het onderzoek contrastvloeistof in via een bloedvat in uw arm.
 


 


PET-scan:

De meeste kankercellen hebben een verhoogde stofwisseling. Hierbij wordt veel suiker verbruikt. Met een PET-scan maakt de arts hier gebruik van. Hij dient een radioactieve stof toe die op dezelfde manier als suiker in cellen wordt opgenomen. Doordat kanker een verhoogde verbranding heeft, nemen de cellen de radioactieve stof op. Zo kan de arts kankercellen zien.


Voorbereiding:

Eet u minimaal 6 uur voor het onderzoek niet meer. U mag wel drinken, zolang er in de drank geen suiker zit. Heeft u diabetes, bespreek dan met u arts hoe u zich moet voorbereiden.
 
Is de radioactieve stof in een bloedvat in uw arm ingespoten, dan moet u een tijd stil liggen in een aparte kamer. Na ongeveer een uur hebben de kankercellen genoeg radioactieve stof opgenomen. Dan begint het onderzoek. Hiervoor ligt u op een onderzoekstafel. Een camera draait langzaam om u heen en maakt foto’s vanuit verschillende posities. Na het onderzoek is de radioactieve stof voor het grootste deel uit uw lichaam verdwenen. Er is geen gevaar voor u of uw omgeving.

PET staat voor Positron Emissie Tomografie.


 


Röntgenfoto van tanden en kaken bij kanker van de mond of keelholte:

Röntgenfoto van tanden en kaken:

Een röntgenfoto van tanden en kaken heet een orthopantomogram. Een ander woord hiervoor is OPT of OPG.

De arts maakt een foto om mogelijke bronnen van (verborgen) ontstekingen in de kaak op te sporen. Ook doet hij een uitgebreid mondonderzoek. Hiermee spoort hij eventuele ontstekingen aan tanden of tandvlees op. Die kunnen problemen geven tijdens en na de bestraling. Een kaak die bestraald is heeft namelijk een slechte doorbloeding.

   

Voor complicaties kunnen zorgen:

  • wortelresten bij een gebitsprothese
  • slechte tanden en kiezen
  • ontstoken tandvlees


De ziekenhuistandarts of uw eigen tandarts behandelt u daarom voor de start van uw behandeling.

De specialist, tandarts of mondhygiënist maakt de foto met een speciaal apparaat. Tijdens de opname staat u stil. Het apparaat beweegt langzaam om uw gezicht.


Röntgenfoto kaakbot:

Bij kanker van de mond  maakt de arts de röntgenfoto van de tanden en kaken ook om te beoordelen of de tumor in het bot van de kaken groeit.

 

 

 

 
Bron:   www.kanker.nl