Schildwachtklierprocedure bij borstkanker.

24-01-2014 21:41
 

 Bij een borstkankeroperatie wordt onderzocht of er lymfeklieruitzaaiingen zijn. Het is van belang dit te weten omdat de kansen op overleving dan minder gunstig zijn. Dat heeft gevolgen voor het behandeladvies na de operatie. Dit wordt ook onderzocht als uit eerder onderzoek geen aanwijzingen voor uitzaaiingen zijn gevonden.

Onderzoek naar eventuele lymfeklieruitzaaiingen vindt plaats met de schildwachtklierprocedure. Een schildwachtklier is een lymfeklier die direct lymfeafvloed ontvangt van het gebied in de borst waar de tumor zich bevindt. Schildwachtklieren kunnen zich op verschillende plaatsen rond de borst bevinden: meestal in de oksel, maar soms ook onder het sleutelbeen, naast het borstbeen tussen de ribben, en in de borst zelf. Als de tumor via lymfevaten uitzaait, komen de kankercellen meestal eerst in 1 of soms meer schildwachtklieren terecht. Een ander woord voor schildwachtklier is poortwachterklier.

Schildwachtklieren worden opgespoord met behulp van een licht radioactieve stof die meestal daags vóór de operatie wordt toegediend, en een blauwe kleurstof die kort voor de operatie wordt ingespoten. Tijdens de operatie verwijdert de chirurg alleen de schildwachtklier(en) en stuurt deze voor onderzoek naar de patholoog.

Als uit dat onderzoek blijkt dat 1 of meer schildwachtklier(en) uit de oksel kankercellen bevat(ten), wordt het verwijderen van álle okselklieren geadviseerd. Soms is hier een tweede operatie voor nodig. Deze operatie wordt ook wel een okselkliertoilet genoemd.


Na de verwijdering

Na de verwijdering onderzoekt de patholoog alle okselklieren stuk voor stuk onder de microscoop. De kans dat er dan in méér lymfeklieren uitzaaiingen gevonden worden, is ongeveer 40%. Afhankelijk van de uitslag - die na ongeveer een week bekend is - bepalen de artsen of en zo ja welke vervolgbehandeling nodig is. Patiënten met lymfeklieruitzaaiingen krijgen in principe een in opzet genezende behandeling. Een ander woord hiervoor is curatief.

Het verwijderen van alle okselklieren kan ertoe leiden dat zich later vocht in de arm gaat ophopen. Dit heet lymfoedeem. Het risico daarop is groter als de oksel na de operatie ook wordt bestraald. Ook ervaren veel patiënten pijnklachten.

In ongeveer 60% van de schildwachtklieroperaties worden géén tumorcellen in de schildwachtklier(en) in de oksel gevonden. De kans op uitzaaiingen in andere oksellymfeklieren is dan kleiner dan 5%. Er zal dan geen complete okselklierverwijdering worden geadviseerd.

Lymfeklieruitzaaiingen naar andere klieren dan die in de oksel komen bij borstkanker relatief weinig voor. Soms echter blijkt tijdens de schildwachtklierprocedure toch dat er lymfevocht uit de borst afvloeit naar klieren naast het borstbeen of onder het sleutelbeen. Uit wetenschappelijk onderzoek staat niet vast dat onderzoek van die schildwachtklieren de overlevingskansen verbetert.

In bepaalde situaties is de schildwachtklierprocedure niet zinvol of minder betrouwbaar:
 

  • Als vóór de operatie al is vastgesteld dat er lymfeklieruitzaaiingen zijn, bijvoorbeeld met behulp van echografie.
  • Als er meer dan 1 kwaadaardige tumor in de borst zit.
  • Als de tumor groter is dan 5 centimeter.
  • Als het kwaadaardig gezwel al uit de borst is verwijderd.


 

Bron:    www.kanker.nl