Alleen de tumor van haar man kon Roos Padmos niet de baas.

03-04-2021 17:06



Auteur: Jorina Haspels - Goudriaan - ad.nl/den-haag




Roos Padmos.  

Roos Padmos.

Foto: Frank Jansen.






leestip: Roos Padmos (41) is sinds vorig jaar dé spreekbuis als het gaat om de overlast in Scheveningen. Als zij zich ergens in vastbijt laat ze niet meer los tot het is opgelost. Opgepast dus als dit weekend blijkt dat de plannen om de overlast terug te dringen, niet werken. Alleen tegen de tumor in het hoofd van haar man kon ze niet op.

Op vrijdagmiddag reed Roos naar huis. Haar man naast zich. Net hadden ze een verpletterende diagnose gehad. In zijn hersenen zat een tumor. Bij zo'n jonge vent, op een lastige plek. ,,De diagnose sloeg in als een bom, maar het landde pas later."

Ze had al zo'n naar voorgevoel gehad. Hij was al een tijdje 'wankelig'. ,,Hij weet dat aan slecht slapen en hard werken. Maar ik twijfelde." Haar verpleegkundige verstand vinkte af:  kan het ook nog dementie zijn? MS? Zou hij stiekem aan de drank zijn? Maar dan zitten ze op vrijdag na de vakantie bij de arts, moet er dezelfde dag nog een extra scan gemaakt worden én weten ze dat ze die dag ook nog de uitslag krijgen. ,,Dan is dat niet omdat ze denken dat hij zweetvoeten heeft."


Zó ongelukkig:


,,Het gekke is dat we, nadat we met de diagnose uit het ziekenhuis waren vertrokken, meteen weer heel praktisch aan het denken waren. Onze kinderen, ze waren 3 en 5, hadden we bij vriendjes gedumpt. Je denkt: 'oké, we moeten de kinderen halen, wat gaan we eten? En, o fuck ja, er is ook nog kanker."


In hun huis in Scheveningen beleefde ze met haar man een stormachtige periode van anderhalf jaar. In het huisje dat ze samen hadden opgeknapt. Waar ze heen waren getrokken omdat Roos niet kon aarden in Den Haag. ,,Ik was nog altijd met een kwartiertje fietsen op het strand, maar na drie jaar was ik zó ongelukkig", zegt ze. ,,Ik miste het dorpse. Niet van: 'ik weet alles wat jij doet', maar wel: als ik eieren nodig heb, kan ik naar de buurvrouw lopen. Het loopje, onderweg naar het strand mijn vrienden ophalen om mee te gaan. Vanaf de eerste dag dat we dit huis hadden heb ik dat ook zo weer ervaren. We zouden eerst gaan verbouwen, maar we zijn al vanaf de eerste nacht blijven slapen. Op een luchtbedje."



De Tekst gaat verder onder de Foto:



Roos Padmos.

Roos Padmos.

Foto: Frank Jansen 






Roos Padmos - geboren als Van Leeuwen - groeide op in Scheveningen, net als haar ouders en haar opa en oma. ,,Waar jij nu zit", wijst ze op de stoel naast de trap, ,,dat was vroeger de waterstokerij. Mijn opa kwam hier warm water halen. En waar de eettafel staat, dat was vroeger een winkeltje waar je koffie en wasmiddel en zo kon kopen. Boven werd gewoond."


Geen prikkels:


Een tuin is er niet. ,,Het is de prijs van wonen in Scheveningen", zegt ze. Ze bedoelt: op sommige punten moet je er wat voor over hebben dat je het geluk had een huisje in Scheveningen-dorp te bemachtigen, op nog geen 50 meter van het strand. Ze somt verder op: geen parkeergelegenheid, en voor de prijs die ze neerlegt voor deze woning, waar keuken, zithoek, voordeur en trap naar boven in een oogopslag te zien zijn, kan ze elders in het land iets veel ruimers kopen.


De enige keer dat ze dacht dat het huisje te klein was, was toen Toine zo ziek was. Anderhalf jaar na de diagnose was er van haar sterke vent nog maar 42 kilo over. De tumor in zijn hoofd groeide, eten kreeg hij via een sonde binnen en hoeveel Toine ook hield van zijn vrouw en kinderen, prikkels kon hij nauwelijks verdragen. ,,Een jaar lang hebben we tussen de middag buiten de deur gegeten. In het bos, op de kinderboerderij. En als we dan 's middags thuis kwamen dan bleven we nog wel eens een poosje buiten, tot ik binnen geen geluid meer hoorde. We hebben op onze tenen gelopen."


Aftakeling:


,,Als al die prikkels te veel zijn. Dan wordt het leven wel zo ontzettend triest. Eigenlijk hebben we bij leven al afscheid van hem genomen. Elk jaar vieren we zijn verjaardag op zijn graf. Met zijn beste vriend en diens kinderen. Je merkt dan ook dat de kinderen van die vriend het er eigenlijk moeilijker mee hebben dan onze kinderen. Zij zagen Toine in die tijd dat hij ziek was niet zo intens als onze kinderen. Zij maakten de aftakeling niet zo mee, de acceptatie is anders."



Drie dagen na zijn begrafenis ging ik met de kinderen alleen op vakantie.



,,Ik kon er wel mee omgaan. Mijn beeld van hem veranderde niet. Ik kon goed zien dat hij anders werd door zijn ziekte. Wat ik wel verdrietig vind, is dat onze jongste eigenlijk nooit een gezonde vader heeft gekend. Hij was te klein toen zijn vader ziek werd."


'Alsof we gek waren geworden'


,,Een psycholoog zei dat het 't beste is als je in de rouw en het verwerkingsproces met de kinderen in dezelfde pas blijft lopen. Dat je ze meeneemt. Het geeft niet dat zij boos zijn als jij laat zien dat je het ook wel eens bent, of verdrietig."


,,Om die reden zijn we met zijn vieren naar de begraafplaats gegaan en hebben we met zijn allen een plek uitgezocht waar Toine zou komen te liggen. Op de begraafplaats keken ze ons aan of we gek waren geworden dat we dat met elkaar kwamen doen, met degene erbij die er zou komen te liggen."


Recalcitrante puber:


Toen hij 37 was nam Roos, zelf 32 jaar, in juli 2012 afscheid van hem. Zestien jaar waren ze samen geweest. ,,We zijn echt samen opgegroeid. ik ken hem sinds ik 16 was. Op mijn 17de  trok ik bij hem in. Weet je... ik was echt zo'n recalcitrante puber met een grote mond. Ik had Toine ontmoet in de kroeg, hier op Scheveningen. Veel te oud, veel te fout, vonden mijn ouders.


Ze voedden mij beschermend op. Het clashte nogal eens. Bij een van die keren zei mijn moeder: 'Zolang je thuis woont, houd je je aan de regels van hier'. 'Prima', zei ik, 'dan ga ik weg'. Ik heb mijn spullen gepakt en ben naar Toine gegaan."


,,Het gekke is dat er nadien een veel betere band is ontstaan. Vanaf toen konden ze accepteren dat ik anders was. Mijn zelfstandigheid, mijn voortvarendheid. Ze werden trots."


Alleen op vakantie:


,,Door de dood van Toine en zijn ziekte is voor mij duidelijker geworden dat dat zo in me zat.  Aanpakken en er doorheen komen. C'est la vie. De kracht uit het nu halen. Niet te ver vooruitkijken. Dat zat al in me, maar het is door die periode wel versterkt. We hebben in het laatste half jaar van zijn ziekte nog een vakantie geboekt. We zien wel of je er nog bent, zei ik tegen hem. Hij heeft het niet meer gehaald. Het betekende wel dat ik drie dagen na zijn begrafenis met de kinderen alleen op vakantie ging."




Ik heb raadsleden of wethouders niet gestalkt of zo, maar wethouder Robert van Asten zei wel dat ik ervoor zorgde dat ze bij de les bleven.




Roos grinnikt ineens. Het zijn eigenschappen die haar kenmerken. Daar kwam ze het afgelopen jaar nog eens achter toen ze namens de Scheveningers duidelijk maakte dat de drukte op Scheveningen was uitgelopen op ellendige overlast. Overlast van sissende mannen die hun handen niet thuis kunnen houden, van toeterende en racende automobilisten of motorrijders, van poepende en plassende kampeerders die al hun vuil inclusief scheergerei op straat achterlaten en van automobilisten die overal hun auto maar achterlaten.


Het begon met een radiouitzending, ze deed haar verhaal in de gemeenteraad. Bloednerveus toen nog. ,,Ik vind mezelf niet superdom, maar ik vond mezelf ook niet van hun niveau." 


Intimidatie:


Binnen de kortste keren was ze betrokken bij de organisatie van een demonstratie tegen seksuele intimidatie van vrouwen op de Boulevard. Ze sprak met politiemensen, met de burgemeester, met wethouders, appte met raadsleden, werd woordvoerder in de media.


Op de achtergrond nam ze plaats in een panel dat meehielp oplossingen te bedenken om de overlast nooit meer zo erg te laten worden. ,,Ik heb raadsleden of wethouders niet gestalkt of zo, maar wethouder Robert van Asten zei wel dat ik ervoor zorgde dat ze bij de les bleven", lacht ze. ,,Mijn vasthoudende karakter kwam naar voren. Net als vroeger. Als je bijt laat je niet meer los, zei mijn moeder."



Er werd blijkbaar verwacht dat ik een treurende weduwe ben.



Roos komt weer terug op de vakantie net na het overlijden van haar geliefde. ,,Ik heb er een van mijn beste vrienden ontmoet. Mijn zoon kwam op de eerste dag al in contact met de overburen. Hallo, ik ben Mink, zei hij, en mijn vader is net dood. Het contact met hen ging meteen de diepte in. Het is waar wat ze altijd zeggen dat je op zo'n moment je vrienden leert kennen. Mensen van wie ik dacht dat ze vrienden waren bleken kennissen, met anderen ontstonden juist heel diepe en waardevolle vriendschappen."


Treurende weduwe:


,,Al vrij snel na de dood van Toine kreeg ik een nieuwe vriend, Marco. Dat was ook iets waar niet iedereen mee kon omgaan. Er werd blijkbaar verwacht dat ik een treurende weduwe ben. Maar wat er van mij verwacht wordt, daar heb ik niet zo veel mee. Ik houd zielsveel van allebei. Voor mij kan het prima naast elkaar bestaan."


Noodgedwongen, en mede ook door de wisselende diensten van Roos in het ziekenhuis, werden haar kinderen snel zelfstandig. Nu zijn ze 14 en 15 en ze weten prima hoe ze een warme maaltijd klaar moeten maken. ,,Ik voel me best wel eens schuldig. Tegelijkertijd, het is zoals het is. Als ik nu naar ze kijk, waar ze nu staan, hun zelfstandigheid, hoe ze in staat zijn te reageren, hoe ze met andere mensen omgaan. Ondanks of misschien wel dankzij het overlijden van hun vader. Dat is verdrietig, maar ook mooi om te zien. Net als met die vriendschappen die ontstaan, het is zeker niet alleen verdriet."


Beter strandseizoen:


Samenwonen met Marco gaat nog niet. Hij is gebonden aan zijn huis, bij Zaltbommel. Zijn kinderen wonen daar, daar heeft hij zijn bedrijf. Maar nog een keer weg uit Scheveningen, dat gaat Roos niet gebeuren. ,,Wij horen hier", zegt ze.




Mijn zorg is nog of ze de mooie plannen uit het stadium van papierwerk krijgen.





Wel hoopt ze op een beter strandseizoen, dat dit weekend begint, dan het afgelopen jaar. Absurd vond ze het toen ze hoorde tegen welke regeltjes de politie aanliep bij de handhaving. ,,Als er mensen slapen in een tent op het strand en de politie doet de rits open om ze te bekeuren, dan kan het al niet meer. Dan zijn ze wakker, en is er dus feitelijk geen sprake meer van dat ze op het strand aan het slapen waren. Of dat er niet opgetreden kon worden tegen het parkeren in de bermen, omdat dit niet goed geregeld was in de apv (algemene plaatselijke verordening met lokale gemeentelijke regels op basis waarvan de politie kan handhaven, red.)


De plannen die zijn gemaakt om de situatie te verbeteren, en waarover ze heeft meegedacht, zijn er goed genoeg voor, vindt ze. Dit paasweekend wordt de ultieme test. ,,Mijn zorg is nog of ze de mooie plannen uit het stadium van papierwerk krijgen. Want soms... In augustus is bijvoorbeeld al gesproken over het veranderen van de apv. Acht maanden later moet dit nog gebeuren..." Ze zucht diep. ,,Tegen dat soort bureaucratie blijf ik botsen."





Bron: www.ad.nl