Annemarie kreeg borstkanker: ‘de ziekte stripte mijn lijf’.

02-02-2020 17:46


Auteur: Annemarie Zevenbergen - ad.nl/zeeland.



Annemarie Zevenbergen: ,,Leef! Probeer de mooie dingen te zien en te voelen.''

Foto: Lex de Meester.




Op een regenachtige winterochtend verlaat ik het ziekenhuis met een stoffen tiet in een kartonnen doosje. Mijn zoon brengt me naar huis. Ik ben ziek. Ernstig ziek, is me verteld. Maar het dringt niet echt tot me door. Het woord borstkanker krijg ik nauwelijks over mijn lippen. Laat staan dat ik weet wat me te wachten staat.

Dinsdag 4 Feb 2020 is het Wereldkankerdag. Iedereen kent wel iemand die getroffen is door de ziekte. Annemarie Zevenbergen, verslaggeefster bij de PZC, kreeg twee jaar geleden de diagnose borstkanker. Ze doet haar verhaal.


'Die borst moet er waarschijnlijk af' zegt de radioloog een maand voor de amputatie als hij de echo bekijkt. 'Oké' zeg ik blanco. Een punctie en een biopsie doet hij ook maar gelijk tijdens deze sessie. 'Oké' zeg ik weer, nu overdonderd en lamgeslagen. Drie dagen later zit ik bij de chirurg.


Samen met mijn zoon. Woorden als 'kwaadaardig', 'chemo' en 'bestraling' vallen. ,,Ik krijg het hele pretpakket'', grap ik later die ochtend nog wrang tegen mijn collega's als ik op de redactie mijn verhaal vertel. Ik zie dat mijn handen trillen, maar ik besef nog niet ten volle wat er aan de hand is. Dat besef blijft lang, heel lang weg.


Als ik uit de narcose kom na de amputatie, heb ik een pijnlijk lege plek aan m'n lijf. Twee drainflesjes met een inhoud die doet denken aan rodevruchtensmoothie vullen zich langzaam. Mijn rechterborst is eraf en mijn oksel leeg geharkt zoals ik het plat omschrijf. Door uitzaaiingen in de lymfklieren was een zogenoemd okseltoilet noodzakelijk. Een woord dat me doet denken aan reclame voor een deodorant.


Drie dagen later mag ik naar huis. Met nog één klotsende drainfles in een blauw stoffen zakje dat ik rond mijn nek kan dragen. Handig volgens de lieve dames van de plaatselijke Borstkankervereniging. Zij maken de zakjes in diverse kleuren en motiefjes. De handwerkende vrijwilligsters schenken me ook een hartvormig kussen ter verzachting. Maar het is nu wel pijnlijk duidelijk dat ik echt ziek ben. En dit is nog maar het begin.


Kinderpruiken:


Tekst gaat verder onder de Foto:



Vlak voor de chemo liet Annemarie haar vlechten afknippen voor de Stichting Haarwensen.

Foto: PZC. 




Een week voor de chemo begint, laat ik mijn lange haar knippen. Twee vlechten van zo'n 60 centimeter gaan naar Stichting Haarwensen. Zij maken er kinderpruiken van. 'Toch iets positiefs', denk ik met tranen in mijn ogen. Een week na de eerste kuur kan ik mijn resterende haar met bossen tegelijk uit mijn hoofd trekken. De tondeuse gaat erover om niet overal een haarspoor na te laten. Ik zie een volslagen vreemd stekelhoofd in de spiegel. ,,G.I. Jane is er niets bij'', zeg ik tegen mijn zoon. Kort daarop geeft hij me een knalroze sweatshirt met de tekst Army. Grapjes over zangles, omdat ik toch ook wel sterke gelijkenis vertoon met Sinead O'Connor, blijven ook niet uit. De stekels verdwijnen vervolgens ook. Glimmend kaal ben ik nu.


Mijn lijf wil de chemo niet, blijkt al snel. Gaandeweg word ik zieker en zwakker. Na de eerste roep ik nog stoer; 'tussen de kuren door ga ik gewoon werken hoor'. Daarom heb ik me ook een pruik aan laten meten. Maar 'de dooie cavia' zoals ik die noem, gebruik ik nauwelijks. Het voelt niet lekker, dus schaf ik me een la vol zachte chemo-sjaalmutsjes aan. Collega's gaan met de pet rond en betalen zo mee aan een groot deel van mijn mutsencollectie. Hartverwarmend. De bonbons en een zak open haardhout die bij de envelop met inhoud gaan, ontroeren me.


Grimlach:

Ik worstel me de dagen door en probeer toch met vrienden af te spreken of even op de redactie te kijken. 'Ik besta immers nog, ook al ben ik uit beeld', grimlach ik dan. M'n hoofd lijkt af en toe een vergiet. Ik vergeet van alles en kan niet goed nadenken. Te laat voor afspraken omdat ik m'n nepborst niet kan vinden - het komt regelmatig voor. Wat app je dan als reden van je vertraging? 'Sorry, ben wat later. Kan m'n borst niet vinden'? Het verdriet probeer ik zo veel mogelijk weg te drukken. 'Stel je niet aan muts' lijkt mijn dagelijkse spreuk. Maar dat helpt niet echt. Af en toe verlies ik de moed.


Kanker slaat overal keihard toe. Zonder aanziens des persoons. Je hoort zo hartverscheurend veel trieste verhalen. Geliefden die verweesd achterblijven, gezinnen ontredderd na het verlies van papa of jongeren van wie de toekomst wordt ontnomen. Het lijkt alsof het steeds harder en sneller om zich heen grijpt. 'Het is een wrede ziekte' zegt mijn oncoloog. Ik vertel hem hoe ik me steeds verder gestript voel. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal.


Kanker is ook een eenzame ziekte. Die vreet aan je lijf en je geest. Delen met anderen is niet altijd makkelijk. Hoe leg je je angst, pijn en onzekerheid over de toekomst uit. Soms wil je er ook niet over praten. Wil je niet ziek zijn. Wens je dat alles weer 'normaal' is.



Tekst gaat verder onder de Foto:



Van haar zoon Thim kreeg Annemarie een sweatshirt met de tekst Army omdat ze zij zichzelf vergeleek met G.I.Jane

Foto: Annemarie Zevenbergen. 




Maar tijdens deze dagen voorafgaand aan Wereldkankerdag, dinsdag, zijn er toch ook mooie en positieve verhalen van sterke vrouwen op te tekenen. Van mannen trouwens eveneens. Want ook die krijgen helaas borstkanker. Als ik in het ziekenhuis verzeil met een infectie tijdens de chemo, ligt er een stadsgenoot tegenover me. Een humoristische man met een glimmend kaal hoofd. Ook borstkanker. Voor de tweede keer, zegt hij, maar nu overal. Een oudere dame in het bed naast me vraagt heel voorzichtig aan me: 'Zeg, bent u bewust kaal?'' Als ik haar uitleg dat dit door de chemo komt, zucht ze zachtjes. ,,O, ik dacht al. Misschien horen jullie tot een sekte omdat die meneer daar ook kaal is.'' Ik probeer niet te hard in de lach te schieten en glimlach even naar haar.


Tranen komen:

Triest genoeg is mijn stadsgenoot inmiddels overleden. Net als de vrouw die later op de kamer komt. Vol plannen, een nieuwe liefde en net gestopt met werken. Ik lees haar overlijdensadvertentie drie weken later. Dan komen de tranen en denk ik 'ja, zo kan het ook aflopen'. Maar ik houd me voor: 'Ik ben er nog. Niet denken aan hoe verder. Leef en probeer de mooie dingen te zien en te voelen'.  Niet toegeven aan het gevoel 'laat maar, het hoeft van mij niet meer. Zo wil ik niet verder'.


De dagen zijn langer dan ik aankan. Na een paar uur is het op. Ik moet dus een knop omzetten. Anders houdt het inderdaad op. Accepteren dat het is zoals het is en kijken naar wat ik wél kan, levert me meer op dan daartegen te vechten. Daar oefen ik nu nog steeds op.



Wat app je dan als reden dat je te laat bent? Sorry, ik kan mijn borst niet vinden?



Na de chemo volgt vrijwel direct de bestraling. Dagelijks bij het ZRTI in Vlissingen. Een rasterwerk van inktlijnen op m'n lijf geeft het te bestralen gebied aan. Een bizarre ervaring, je voelt niets en ziet ook niemand meer als je eenmaal in de juiste houding bent gelegd. De apparaten rondom je bewegen en je hoort een geluid als de straling 'komt'. Heel futuristisch. 


'Kom op joh'

Inmiddels ben ik klaar met behandelingen. Probeer weer werkuren op te bouwen. Maar wat ik niet had verwacht, is dat mijn lijf en hoofd redelijk 'stuk' zijn. 'Kom op joh', roep ik hele dagen 'laat je niet kennen'. Maar zo zit het niet in elkaar merk ik gaandeweg. Mijn 'oude ik' is er niet meer. Deels niet meer althans. En dat is hard. Pijn, een gebrek aan energie en concentratieproblemen blijven me parten spelen. Mijn handen en voeten gaan soms een andere weg dan ik wil door zenuwschade veroorzaakt door de chemo. Van de trap lazeren omdat je even geen gevoel hebt in

je voetzolen, doet op meerdere fronten pijn.


De weemoed steekt nog steeds regelmatig de kop op. Het stil verlangen naar hoe het was. Het verdrongen verdriet schuurt. Er hangt een enorme huilbuidonderwolk boven me, maar die barst niet los. Vaak biggelen slechts enkele tranen over mijn wangen, meestal op de meest ongelukkige momenten.


  

Mijn 'oude ik' is er niet meer. Deels niet meer althans. En dat is hard.



'Kanker krijgen is een kwestie van pech hebben', houdt de oncoloog me voor. 'Dit is niet je eigen schuld', troost hij. Ik geloof ook niet in diëten om kanker te voorkomen en zeker niet om die te genezen. Gezond eten is altijd goed en bepaalde voedingsmiddelen kunnen bijvoorbeeld de reactie op de chemo wat verzachten. Maar ik heb geen kanker gekregen omdat ik verkeerd gegeten of 'fout' geleefd heb. 'Of de chemo wel of niet aanslaat is ook een kwestie van geluk of pech hebben', houdt de oncoloog me voor. Ook daar heb je geen invloed op. Positief denken zal ongetwijfeld je herstel bevorderen of op zijn minst makkelijker maken. Dat geloof ik zeker, maar ik loop desondanks toch niet hele dagen te jubelen. Verdriet, onzekerheid en angst zijn er ook.


Net als pijn.


Ik probeer nu wel bewuster te leven, te genieten. Van mijn zoon. Van vrienden, die me zo ongelooflijk gesteund hebben. Dingen doen waar ik nooit tijd voor kon of wilde vrijmaken. Zo maar even lekker een stukje fietsen. Yoga en daarna lekker koffieleuten. Of lekker lui op de bank genieten van de malle fratsen van mijn maffe kater Moose.


En blijven glimlachen.



 

Chemotherapie.

Foto: PZC.



Bron: www.ad.nl