Arts bespreekt invloed van kanker op seks niet makkelijk.

14-05-2022 18:16

 

 

Auteur: Eva Nyst - medischcontact.nl/nieuws

 

 

 

 

 

 

Behandeling van kanker kan effect hebben op de seksuele gezondheid van de patiënt. Maar het is voor veel artsen geen routine om hiernaar te vragen, concludeert uroloog in opleiding Esmée Krouwel in haar proefschrift.

 

Voor ruim 41 procent van de patiënten met één van de tien meest voorkomende kankers is seksuele disfunctie een jaar na de diagnose een belangrijk aandachtspunt. Voor de verschillende vormen van kanker is dit afgelopen jaren in kaart gebracht, vooral voor de veel voorkomende soorten die voorstelbaar effect hebben op de seksuele gezondheid zoals prostaatkanker en borstkanker. Maar ook bij andere vormen van kanker doen zich problemen met het seksleven voor. Krouwel: ‘Chirurgische ingrepen kunnen bepaalde zenuwen beschadigen. Chemotherapie kan slijmvliezen van de vagina en de mond uitdrogen. Behandelingen kunnen hormonen, uiterlijk en zelfbeeld aantasten. Een borstafzetting, stoma en haaruitval zijn daarvan bekende voorbeelden.’ Indirecte gevolgen zijn psychologische effecten zoals depressie, angst, onzekerheid, veranderd zelfbeeld, maar ook sociale effecten door een geïsoleerd bestaan.

 

 

Gesprek aangaan:


In sommige ziekenhuizen is het gesprek hierover goed verankerd, bijvoorbeeld met een protocol of een poli, maar lang niet overal. Veel artsen die Krouwel voor haar proefschrift ondervroeg, zien seksualiteit en de invloed die kanker daarop heeft als een onderwerp dat op hun terrein ligt. Maar er zijn allerlei redenen waarom dit in de spreekkamer in beperkte mate aan de orde komt. ‘Soms heeft de zorgverlener het gevoel er te weinig kennis over te hebben. Soms knelt het organisatorisch en zijn er geen afspraken wie hierover met de patiënt praat of is er geen tijd voor.’ De meesten willen graag leren om het gesprek aan te gaan. ‘Je hoeft niet zelf die informatie te geven, maar goed verwijzen is wel belangrijk. Zorg dat er binnen je ziekenhuis iemand is die dat kan’, zegt Krouwel. Opvallend was dat de plastisch chirurgen als enige groep niet stonden te springen om bijscholing, wel om informatiemateriaal en een verwijzingsnetwerk.

 

 

Ouderen:


De mate van ervaring van de zorgverlener maakt uit, ontdekte Krouwel. ‘Je zou denken dat jonge mensen makkelijker over seksualiteit praten, maar dat is niet zo.’ Wel is het zo dat naarmate de patiënt ouder was, zorgverleners minder de neiging hadden om het gesprek over seks aan te gaan. ‘Allemaal aannames natuurlijk. Uit grote studies blijkt dat minstens een kwart van de mensen tussen de 75 en 85 seksueel actief is. Leeftijd zou geen rol moeten spelen.’ Ook prognose wordt vaak als hindernis voor het gesprek genoemd. ‘Maar juist in de palliatieve fase kan je je voorstellen dat kwaliteit van leven en intimiteit superbelangrijk zijn.’

 

Om het gesprek te starten zijn er handigheidjes, weet Krouwel. Normaliseer het onderwerp met uitleg: ‘Het maakt deel uit van mijn routine om tijdens het consult naar seksuele gezondheid te vragen. Ondervindt u problemen?’ Ook kan een arts verwijzen naar kennis: ‘Uit onderzoek blijkt dat bij deze behandeling problemen met de seksualiteit kunnen spelen. Herkent u dit?’ Daarbij kan een arts of verpleegkundige aan de patiënt vragen of die – nu of op een ander moment of met iemand anders – over veranderde seksualiteit wil praten. Krouwel: ‘We leven in het MeTootijdperk. Het gesprek op seksualiteit brengen in de spreekkamer kan verkeerd worden geïnterpreteerd. Volgens een veel gebruikt model is het aan te raden om toestemming te vragen voor een gesprek over seksualiteit.’

 

Copromotor Henk Elzevier, uroloog en seksuoloog in het LUMC, is initiatiefnemer van de stichting Sick and Sex met een website met informatie over seks voor mensen die een ziekte hebben.

 

 

 

Bron: www.medischcontact.nl