Caroline heeft borstkanker: ‘Ik verkeer weer in gezonde wereld, maar kanker heb je steeds opnieuw’.

05-10-2021 14:38


Auteur: Caroline Reeders - ed.nl/gezond



Caroline Reeders.

Foto: Caroline Reeders.






Ze is moeder, directeur van een uitgeverij, getrouwd met een arts en schrijver van het boek U mag even plaatsnemen. Aan het begin van de borstkankermaand maakt Caroline Reeders (55) de balans op: 'De optimistisch getoonzette posters bij de tramhalte laten me beseffen dat ik een-op-de-zeven ben.'


'Aanmelden mislukt - gebruikersnaam en wachtwoord komen niet overeen.' Ik typ beide nog eens in, met hetzelfde resultaat. Verrek. Het is zover. Ik weet voor het eerst het wachtwoord van MijnOLVG niet meer uit mijn hoofd, ik ben er te lang niet geweest. Tevreden zoek ik het op.


Er zijn veel eerste keren als je borstkanker krijgt. De eerste keer dat me wordt verteld dat ik borstkanker heb. Agressiegraad 2 van 3, ook in de schildwachtklier. De eerste keer dat ik tatoeages krijg in het Antoni van Leeuwenhoek als richtpunten voor de bestraling. De eerste bestraling. De eerste hormoonpil, nog 1864 te gaan. De eerste keer dat ik van het bestaan van Oncofit hoor. De eerste keer dat ik naar Oncofit ga, met de auto, uit protest. De eerste keer dat ik weer een knobbeltje voel. Opluchting van een nieuw soort als het een onschuldige cyste blijkt, de eerste keer dat ik besef dat een goede uitslag nooit definitief is en een slechte wel.



De radioloog beweegt het echoapparaat dat op een verfroller lijkt over mijn borst. Ze heeft het scherm naar ons toegedraaid toen ze merkte dat we wilden meekijken. Mijn man omdat hij arts is en ik omdat ik de techniek die naar binnen kijkt indrukwekkend vind. Het is halfdonker in de kamer. Ik lig comfortabel, mijn hoofd op een fijn kussen. Dan zie ik het, in een nanoseconde, subtiel maar onmiskenbaar: een verstrakking in haar kaak. 'We gaan een biopt nemen.'


Foute boel, denk ik en besef dat mijn man hard in mijn hand is gaan knijpen.


Uit: U mag even plaatsnemen.





Updates:


Een oud-collega wiens vrouw hetzelfde lot had getroffen suggereerde dat ik updates per mail zou rondsturen. Het is volgens hem ondoenlijk iedereen apart op de hoogte te houden en je vergeet op enig moment wie je wat hebt verteld. Bovendien wil ik mezelf en anderen niet gijzelen in een gesprek over mijn gezondheid. Maar na een paar van die updates 'de uitslag komt vrijdag', 'ik word woensdag al geopereerd', 'helaas zijn er kankercellen in de schildwachtklier aangetroffen' kreeg ik er genoeg van. Ondertussen was ik al aan het schrijven, korte stukjes, bespiegelingen en observaties over de nieuwe wereld waarin ik was getorpedeerd. Díe ging ik rondsturen.


Ik raakte vanaf het begin gefascineerd door de codes en de cultuur van de ziekenhuiszorg in het OLVG en het Antoni van Leeuwenhoek en daar schreef ik over. De samenwerking, het taalgebruik. Het streven naar perfectie waarvan ik getuige en object werd. Het oog voor detail in alle beslissingen, alle communicatie, alle behandelingen. Zo snel mogelijk mits zo zorgvuldig mogelijk, medici als motorrijders. Maar ik schreef ook een vierluik over de reactie van onze 16-jarige dochter. Een eenakter over de bestraling met een dialoog tussen de cone beam scan en het bestralingsapparaat. En over het schakelen tussen de gezonde wereld, waar je leeft in de illusie van controle, en het parallelle universum van ziekte.


In het Antoni van Leeuwenhoek (zonder -huis of -ziekenhuis) komt niemand voor een bevalling of een meniscusoperatie. Veel mensen zijn met z'n tweeën. In de brede gang achter de entree en bij de restauratie kijkt men elkaar op een andere manier aan dan in het OLVG. Licht besmuikt, vluchtig. Je maakt hier desnoods kort oogcontact, maar richt je blik bij voorkeur naar de grond of op een van de vele kunstvoorwerpen.


De tekst gaat verder na de illustratie:



Anna Bay

Foto: Anna Bay.




Bunker:


Gedurende enkele weken worden op de poli Radiotherapie elke werkdag en een incidentele zaterdag mijn borst en 'breed okselveld' bestraald. Ik draai de deur van de kleedruimte op slot en laat in weerwil van de waarschuwing op de muur al mijn waardevolle spullen achter. Het is een eindje lopen door een lange gang naar de bestralingsruimte. 'Eigenlijk is het hier een bunker,' licht de radiotherapeutisch laborante toe. De control room waar zij en haar collega de apparatuur bedienen bevindt zich vlakbij de uitgang. Ook mijn man moet daar gaan zitten. 'Deze betonnen muur is heel dik. Dat is om ons te beschermen. Straling komt niet de hoek om.'


Over mijn ontblote bovenlijf draag ik de groene kimono van mijn vriendin Bo. Bij haar werd een jaar eerder borstkanker ontdekt in het bevolkingsonderzoek. 'Het is een doorgeefkimono,' zei ze vrolijk toen ze hem kwam brengen. Inmiddels heeft deze kimono vier vrouwen gesierd, in dezelfde soort gangen, langs dezelfde dikke muren, verluchtigd met dichtregels of geruststellende natuurfoto's.




Er staat een smalle tafel van zwarte glasplaat. Los daarop ligt een uit onbarmhartig materiaal vervaardigde halve brancard. Die is helemaal op mijn postuur ingesteld, compleet met steunen voor hoofd, armen, schouders en billen. Mijn armen leg ik op commando boven mijn hoofd. Vanaf dat moment mag ik niet meer praten en lig ik stil. Groene laserstralen uit de muur verschijnen op mijn romp. Zonder enige weerstand of hulp te bieden laat ik me precies op het juiste kruispunt van die stralen en de tattoos duwen. De tafel wordt in hoogte- en lengterichting afgesteld. De scan, het bestralingsapparaat met zijn stuurwiel en vizier en de platen die de straling opvangen vormen als het ware een zonnestelsel dat om de rechthoekige planeet van de tafel zal draaien. Er wordt droog geoefend om veilig te stellen dat mijn ellebogen niet vermorzeld worden in deze draaikolk. Dan verlaat iedereen de ruimte, de gang weer door, de hoek om. 'Tot zo,' wordt er gezegd maar ik zeg niets terug. Zelfs dat kan een minimale verplaatsing veroorzaken.


Uit: U mag even plaatsnemen.





Veel vrouwen krijgen borstkanker, ook jonge. Ik revalideer met eind-twintigers die in plaats van te daten of te feesten op de roeimachine zitten te vloeken over hun opvliegers door de hormoonmedicatie. Borstkanker is vaak goed te behandelen, mits je er snel bij bent. Vrouwen moeten een paar keer per jaar zelf hun borsten controleren om iets verdachts te leren herkennen. De huisarts of YouTube kan je uitleggen hoe. Deze maand is het borstkankermaand. Als de borstkankermaand bijdraagt aan de tijdige opsporing van beginnende tumoren is dat pure winst. Aan de andere kant voel ik me tentoongesteld. Een maand na mijn diagnose in 2019 ging de borstkankermaand los en werd ik op onbewaakte momenten door optimistisch getoonzette posters bij tramhaltes overvallen door het besef dat het over mij ging, dat ik één van de een-op-de- zeven was. Bemoei je er niet mee, dacht ik dan, of: hou je bek, nu even niet ja, ik ben onderweg naar mijn werk.


Pech:


Ik heb me nooit afgevraagd 'waarom ik?' Het is gewoon pech, ik zie er geen verdere bedoeling achter. Nieuwsgierigheid en verwondering voeren de boventoon. In het behandeltraject zitten wel momenten van overgave die me moeite kosten. Eigenlijk werpt elke nieuwe behandelfase weerstand op. De overdracht naar het AvL. Het vooruitzicht van vijf jaar gemene hormonencocktails slikken met talloze, afschrikwekkende bijwerkingen. Ik ben daarover gaan marchanderen met de mensen van Oncologie. Zij bewegen dan mee, mijn man zet zich schrap in zijn rol als arts 'gewoon het protocol volgen' en na een paar weken leg ik me erbij neer, begin ik met die pillen. Er zit een informatiefolder bij met een tekening van een krab in een rondje. 'Medicijnen bij celwoekeringen' staat er in dikke letters onder.


En dan Oncofit. Wie verzint zo'n naam? 'Wij noemen het oncologische revalidatie,' zegt de verpleegkundig specialiste Oncologie nuchter. 'Het bevordert het herstel en patiënten verdragen de medicijnen beter als ze een goede conditie hebben.' Dat feitelijke is heel kenmerkend voor medische professionals.


De tekst gaat verder na de foto:



Anna Bay

Foto: Anna Bay.




De bijwerkingen blijken tot dusverre alleszins draaglijk. En Oncofit doet me goed. Het gaat allemaal om de onstilbare behoefte aan autonomie, langzaam herwonnen ruimte. Herstel is een kwestie van een lange adem. Misschien vind ik dat het moeilijkste. Eerst is het evenwichtskunst: niet te hard van stapel lopen maar wel je grenzen opzoeken. Ik verkeer nu weer helemaal in de gezonde wereld, maar kanker heb je steeds opnieuw. Ik heb het telkens als iemand met 'kanker' vloekt. Elke avond als ik drie pillen slik, twee tegen de bijwerkingen van de eerste. En als ik voor controles weer even mag plaatsnemen in het OLVG, of als ik een knobbeltje voel, en de chirurg strijdvaardig hoor zeggen: 'ik denk dat het niks is maar we laten een target-echo doen.'


Ik sta niet stijf van de zenuwen. Als ik iets voel wacht ik een week of twee. Ik bereid me in stilte voor. Dan ben ik klaar voor iedere uitslag. Kalm blijven, ook om je omgeving te ontzien. Mijn prognose is goed.


Er wordt me soms gevraagd of ik anders naar mijn omgeving ben gaan kijken. Of ik dingen minder belangrijk vind dan voorheen. Ik ben niet zozeer anders gaan kijken, ik heb meer te zien. Veel meer te zien. De wereld van ziekte heeft eigen spelregels, een eigen tempo. Op de mammapoli van het OLVG is er nul komma nul poespas, het professionele zelfvertrouwen en de feilloze organisatie maken het daar zo relaxed, terwijl iedereen kanker heeft of als de dood is om het te hebben, ik wil dat vangen in een beeld, een gebaar, een flard van een gesprek is genoeg, of een klein voorval, iets wat nauwelijks het vermelden waard is en in een oogwenk voorbij, ik ben aan het kijken, ik ben aan het luisteren, ik ben aan het schrijven.


U mag even plaatsnemen verschijnt bij Nijgh & Van Ditmar € 17,50.

Meer informatie over de borstkankermaand is te vinden op www.pinkribbon.nl




Bron: www.ed.nl