Eén op drie kankerpatiënten kreeg andere zorg eerste weken COVID-19-crisis.

26-11-2020 17:24





senior man met mondkapje            




Eén op drie patiënten met kanker heeft in de eerste vier tot zes weken van de COVID-19-crisis veranderingen in de zorg ervaren. Het ging hierbij om uitgestelde of afgezegde behandelingen en follow-ups of vervanging van consulten door telefoon- en beeldgesprekken. Dat blijkt uit onderzoek van Lonneke van de Poll-Franse (IKNL, NKI, Tilburg University) en collega's.


De crisis lijkt meer impact te hebben op het mentaal welbevinden van de algemene bevolking dan op patiënten met kanker, die door deze diagnose vaak al beperkt zijn in hun sociale contacten en bewegingsvrijheid.


De onderzoekers voerden een evaluatie uit onder patiënten afkomstig uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) die eerder deelnamen aan een studie via PROFILES, het patiëntenvolgsysteem dat IKNL in samenwerking met Tilburg University heeft ontwikkeld. Deze selectie van patiënten werd aangevuld met bijna duizend personen uit de algemene bevolking, met dezelfde leeftijd en geslacht Allen kregen in april en mei 2020 een uitnodiging om een vragenlijst in te vullen.


Met logistische regressieanalyse werden factoren geëvalueerd die samenhangen met veranderingen binnen de oncologische zorg (wijzigen, uitstellen en/of afzeggen van afspraken voor behandeling of follow-up via telefoon- of beeldgesprek). Ook evalueerden de onderzoekers verschillen in kwaliteit van leven, angst en depressie en eenzaamheid tussen patiënten onderling en tussen deelnemers uit de algehele bevolking, gekoppeld aan leeftijd en geslacht.


Vaker telefoon- en beeldgesprekken:

Van de 4.094 kankerpatiënten die deelnamen, ontvingen 886 patiënten momenteel een behandeling en 2.725 follow-up-zorg. Afspraken voor behandeling of follow-up was bij 11% van de patiënten afgezegd, terwijl bij 18% van de behandelingen en 9% van de follow-ups de afspraken waren vervangen door telefoon- of beeldgesprek. Systemische therapie, actieve surveillance of chirurgie hingen samen met afzeggen van behandeling of afspraak voor een follow-up. Vervanging van consultafspraken door telefoon- of beeldgesprekken hingen samen met een jongere leeftijd, vrouwelijk geslacht, comorbiditeiten, uitgezaaide kanker, bezorgdheid over besmetting met SARS-Cov-2 en het krijgen van ondersteunende zorg.


Veranderingen in behandeling:

Patiënten die immunotherapie of doelgerichte therapie kregen, en patiënten met comorbiditeiten of uitgezaaide kanker, rapporteerden vaker veranderingen in de zorg. Dit is in lijn met adviezen van experts om kwetsbare patiënten te beschermen door afspraken in het ziekenhuis tijdelijk zoveel mogelijk te voorkomen.


IKNL monitort in samenwerking met Dutch Hospital Data (DHD) en in nauwe afstemming met partners van de landelijke Taskforce Oncologie en de Nederlandse Zorgautoriteit de gevolgen van de COVID-19-crisis op het aantal kankerdiagnoses, behandelpatronen en uiteindelijke uitkomsten van behandelingen. Met overzichten uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) draagt IKNL bij aan het in kaart brengen van uitgestelde oncologische zorg.

Meer informatie.


Minder contacten met zorgprofessionals:

Zowel patiënten als deelnemers uit de algehele bevolking gaven aan dat de COVID-19-crisis ertoe leidde dat zij bij fysieke klachten en bezorgdheid minder snel contact opnamen met hun huisarts (21% respectievelijk 22%) of medisch specialist of verpleegkundige (14% respectievelijk 15%). De terughoudendheid van patiënten en personen uit de algehele bevolking om contact op te nemen met een zorgverlener was in lijn met de gesignaleerde daling van de incidentie in de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) in maart 2020 en de verwachtingen van huisartsen.


De meeste patiënten die een telefoon- of beeldgesprek hadden, gaven de voorkeur aan een face-to-face consult, maar 39% bleek bereid om nogmaals een telefoon- of beeldgesprek te hebben. Patiënten met kanker maakten zich meer zorgen over besmetting met SARS-Cov-2 (23%) vergeleken met de 977 deelnemers uit de normatieve populatie (18%). Kwaliteit van leven, angst en depressie waren vergelijkbaar, doch deelnemers uit de normatieve populatie ervaarden meer eenzaamheid (12%) dan patiënten met kanker (7%).


Conclusie en nabeschouwing:

Lonneke van de Poll-Franse en collega's concluderen dat één op drie patiënten met kanker veranderingen in de zorg heeft ervaren gedurende de eerste 4 tot 6 weken van de COVID-19-crisis. Aanvullende monitoring is nodig om inzicht te krijgen in de effecten hiervan op langere termijn. Deze crisis heeft relatief gezien mogelijk meer invloed op het mentaal welbevinden van de algemene bevolking dan op patiënten met kanker. Daarom zijn er volgens de onderzoekers op dit moment geen aanwijzingen voor het bieden van extra ondersteuning aan patiënten met kanker.


Een mogelijke verklaring is volgens de onderzoekers dat beperking van sociale contacten en bewegingsvrijheid minder impact heeft op patiënten met kanker, omdat deze mensen sowieso al vaker te maken hebben met verminderd sociaal functioneren na de diagnose kanker. Een situatie die door de komst van de COVID-19-crisis niet echt is veranderd. Dit in tegenstelling tot personen uit de algehele bevolking die dit effect nu pas ervaren. Het langdurig volgen van deze patiënten zal uitwijzen of de zorg voor patiënten met kanker terugkeert naar het niveau van voor de COVID-19-crisis en wat de impact is op lange termijn.




Meer informatie over deze publicatie is verkrijgbaar via bibliotheek@iknl.nl




Bron: https://www.iknl.nl/nieuws/2020/een-op-drie-kankerpatienten-kreeg-andere-zorg-eers