Lisanne (30): Mijn moeder was haar leven al kwijt voordat ze dood was.

02-02-2020 17:27


Auteur: Lisanne van Sadelhoff - ad.nl/binnenland



Lisanne en haar moeder gingen graag naar de zee en naar Pinkpop.

Foto: Prive-archief Lisanne van Sadelhoff.




Voorpublicatie Als journalist Lisanne van Sadelhoff 26 jaar is, krijgt zij te horen dat bij haar moeder darmkanker is vastgesteld. De artsen geven haar nog een paar maanden. Ze schreef een boek over het ziekteproces, de dood en de rouw. Een voorpublicatie.

De sporttas van mijn moeder heeft net zo lang in de gang gelegen als ze ziek was. Iedere keer dat ik langsliep zag ik er een bidon uit steken. Voor de helft gevuld met water. In de woonkamer lag een stapel met rekenopdrachten die ze had gemaakt voor haar groep 7 en 8. Alvast voor het nieuwe schooljaar. Het kaartje van een tribute to Amy Winehouse dat ik haar voor haar verjaardag had gegeven hing ongebruikt op het prikbord, de datum was verstreken. Onder de salontafel lag het boek dat ze zou gaan lezen met haar leesclub. Aan het tijdschriftenschap aan de muur in de keuken was een grote goudgele clip geklemd die ze altijd droeg met etentjes en feestjes. Ze stak er haar blonde lokken mee op.

Het waren stille getuigen van het leven dat Paola van Sadelhoff ooit leefde. Zodra iemands lijf niet meer naar behoren functioneert vallen er delen van diegene weg. Belangrijke delen. Delen die iemand een uniek persoon maken. Delen waaraan je je eigen identiteit en waardigheid ontleent.


Ik miste die delen.


Ze miste ze zelf ook. Ze had na vier maanden ziekbed gezegd: 'Wáág het eens me zo te herinneren zoals ik nu ben. Ik ben niet compleet meer, nu.'


Ik had mijn hoofd geschud. Ik ging recht voor haar zitten, op mijn knieën - zij zat op de bank. Ik keek haar in de ogen. Want ik wist: dit moet ik goed zeggen. Eén kans om dit haar duidelijk te maken.


'Mam,' zei ik, 'mam, ik zal me jou herinneren als de beste. De liefste. De mooiste. De gekste. En soms was je een kutmoeder, zo ongelooflijk streng en zelfs hard, en dankjewel, echt dankjewel voor dat alles.'



Tekst gaat verder onder de Foto:



Foto: Monique Wijbrands. 



'Niet zo lief doen. Kutkind.'

'Jawel. En mam. Weet je wat je ook bent? Weet je wat je écht ook bent?'

'Nou?'

'De allerbeste juf.'



Ik slikte. Ik had niet verwacht dat dat deel van mijn moeder - waar ik in het dagelijks leven nooit zoveel mee te maken had - me zo zou raken. Maar de gedachte dat er nu een andere vrouw in haar klaslokaal stond, het lokaal dat mijn moeder nog zo enthousiast had versierd met paarse schilderijen en roze nepbloemen met gezichtjes erop, deed mijn hart in elkaar krimpen.

Ze was haar leven al kwijt voordat ze dood was.



'Dat is wel snel gegaan, zeg'



Het grootste cliché na iemands ziekbed is het plechtige: 'Goh, dat is uiteindelijk toch nog wel snel gegaan, zeg.'



Tekst gaat verder onder de Foto:



Foto: Monique Wijbrands. 




Dat cliché werd, na acht maanden, waarheid. Het ging ineens heel slecht en heel snel. Mijn vriend Max en ik waren in Limburg bij zijn ouders, om bij te komen in de heuvels, en toen kreeg ik een telefoontje van mijn oom Hans. We moesten naar huis komen. Nu nu nu. Niet meer wachten. Hij kon niet echt zeggen wat er aan de hand was, maar ik hoorde aan zijn stem dat ik dat ook beter niet kon vragen.


We reden 160 kilometer per uur naar het Gelderse dorp Loo, Max achter het stuur, en ik bleef geloof ik maar roepen 'harder, kun je nog harder', en ik weet nog hoe ik naar buiten keek en tientallen foto's maakte van de lucht die zo mooi roze en geel was, alsof iemand er twee kleurstoffen aan had toegevoegd. Die foto's staan nog steeds op mijn telefoon en elke keer als ik ze weer zie voel ik wat ik toen voelde: een sterke drang om die wolken vast te leggen, want stel, mama zou nú gaan, terwijl ik hier in die auto zat. Dan had ik haar niet gezien, maar wel de kleuren waar ze naartoe zou glijden.


Ondertussen werkte ik mijn lijst met Dingen Die Ik Nog Wil Weten bij, voor als ze vannacht zou overleven en morgen weer oké zou zijn.


Er kwam onder andere bij:


- Wat is haar lievelingskleur (voor de kist)
- Favoriete nummer?
- Liefste dat papa ooit tegen haar heeft gezegd?
- Hoe moet ik papa helpen straks?


In de woonkamer van mijn ouders was het druk, als in 'verjaardagdruk', maar dan zonder de chips. Ik had ook geen honger trouwens. Mijn tantes en ooms waren er allemaal. Mijn broertje was er. Papa. Iedereen huilde, mijn moeder het hardst.

'Liesje, liefke, de pijn... Ik kan niet meer.'



Ik had haar stem nog nooit zo gehoord. Ze klonk afgemat, kwetsbaar, maar toch ook zeker.

Ik wilde zeggen dat dat morgen wel weer anders zou zijn. 'Weet je nog dat als ik vroeger ergens mee zat, je zei: 'Morgen weer een dag zonder zorgen'?' Maar ik zag ook hoeveel ze was afgevallen in de drie dagen dat ik haar niet had gezien. Ik had het laten gebeuren, dacht ik, ik was weggegaan terwijl ik hier nodig was geweest. Ik zette mijn nagels in mijn handpalm tot mijn huid daar gloeide.


Sinds mijn moeder ziek was kroop schuldgevoel geregeld als een harige kriebelspin over mijn lijf.


Ik voelde me schuldig als ik iets vertelde over mijn eigen leven, ik voelde me schuldig als ik niets vertelde over mijn eigen leven. Ik voelde me schuldig als ik niet bij mijn moeder was, maar ik voelde me ook schuldig als ik er wel was. Je kunt iemand vasthouden, je kunt luisteren, knikken, knuffelen, zorgen. Maar je kunt niets weghalen, niemand redden. Liefde en zorg zijn niet toereikend genoeg. Die harige kriebelspin is, denk ik, inherent aan iemand zien aftakelen.



Tekst gaat verder onder de Foto:


Lisanne en haar moeder gingen graag naar de zee en naar Pinkpop.

Foto: Prive-archief Lisanne van Sadelhoff. 




De huisarts kwam. Het was vrijdagavond, en dat is in de huisartsenwereld een slechte avond om te besluiten dat je niet meer kunt. Mijn moeder was nooit echt goed in plannen. Ze kreeg dus een vervanger, die met een halfbakken dossier aankwam en geen idee had wat de situatie is.


Ik zag dat de dokter schrok. En ik zag ook dat hij het verkeerde dossier bij zich had.


'Ik ga even naar mijn auto, daar draai ik uw dossier uit en dan ben ik zo weer terug.'


De dokter liep met grote, statige passen weg, zijn koffertje sloeg een paar keer tegen zijn heup, en hij kwam weer terug met het juiste dossier. Mijn moeder keek hem aan. Haar stem veranderde, de fronsrimpel op haar voorhoofd verdween.


'Dokter? Als u het verkeerde dossier had, hè... Kan het dan ook zijn dat mijn eigen huisarts ook het verkeerde dossier had? En kan het dan ook zijn dat ik toch niet ziek ben?'
Er is, denk ik, een maximum hoeveelheid verdriet die een mens aankan. Paola van Sadelhoff had dat maximum bereikt.


De dokter gaf haar een morfineshot en regelde een thuiszorgteam. De volgende dag zou ze een morfinepompje krijgen om de pijn van de kanker in haar botten, darm en lever om de zoveel uur, met een perfect afgestelde hoeveelheid troep, te verdoezelen. Vlak voordat de dokter mijn moeder in slaap bracht, vroeg hij haar waar ze het meest pijn had.


'Hier dokter, hier doet het zo'n pijn.'


Ze had haar hand op haar hart gedrukt.


'Je bent jong en je rouwt wat' verschijnt bij uitgeverij DasMag (€23).

Te koop vanaf dinsdag, 4 februari 2020.



Bron: www.ad.nl