MARIEKE IS STERVENSBEGELEIDER IN EEN HOSPICE: 'IK ZIE NOOIT DOODSANGST'.

05-06-2022 17:55

 

 

Auteur: DAPHNE KEISLAIR - linda.nl/persoonlijk

 

 

FOTO CHRIS SIBBELEE.

 

 

 

 

Marieke staat mensen bij in hun laatste levensfase. Maar de doodsangst in hun ogen ziet ze niet. ‘Er is ook een stukje verlangen naar de dood. En als ik iets geleerd heb, is het dat de dood niet eng is.’


Marieke Zwart is hoofdcoördinator en stervensbegeleider bij Hospice in Vrijheid in Purmerend. Haar intense werk schrijft ze van zich af in haar eigen magazine @Marieke.

 

 

HOSPICE:


Marieke werkt in een hospice. Cru gezegd is dat ‘een huis waar mensen komen om dood te gaan’. Want dat is het, zegt Marieke. Maar haar werk is zoveel meer dan puur wachten op de dood. Of alleen maar medicijnen toedienen om het einde wat draaglijker te maken.

 

“We kijken naar wat iemand nodig heeft om rustig te kunnen gaan. Sommige mensen hebben nog een bucketlist die ze willen afwerken. Er was een vrouw met een geplande euthanasie. Zij wilde nog een dagje naar Texel en een kleurtje in haar haar. Dan gaan we dat regelen.

 

Maar soms wil iemand helemaal niets. Dan zegt de verpleging: ‘Moeten we niet de gordijnen opendoen?’, terwijl diegene dat helemaal niet wil. Nee, dan moeten we dat niet doen. Het is niet aan ons om te bepalen wat iemand wil.”

 

 

LIJDEN:


De mensen die Marieke helpt lijden ondraaglijk. Dat kan erge pijn betekenen, maar ook… vreselijke jeuk. Dat komt voor bij bijvoorbeeld alvleesklierkanker of leverkanker, weet ze. “Ik kwam eens bij een man die in zijn luie stoel ging zitten. En ik gaf hem een voetmassage. Het enige wat hij toen even voelde, waren mijn handen. Heel even, een half uur, was hij verlost van de jeuk. Het zit hem dus niet alleen in het toedienen van medicijnen. Je kan veel meer doen.”

 

En dat doen ze ook in het hospice. Als familieleden maandenlang niet met elkaar gesproken hebben, maar er is nog die ene kans om op het sterfbed met elkaar te kunnen spreken – dan proberen ze dat. “Maar we gaan niks forceren”, zegt Marieke. “Het is altijd in overleg. Als iemand daardoor vredig sterft, dan laten we dat niet gaan. Maar dat laatste stukje naar de overkant, dat doen ze alleen.”

 

 

AFSCHEID:


Marieke vertelt ook over een dochter van rond de zestig jaar die op sterven lag. “Haar moeder was onderweg uit Australië, we hoopten dat ze nog afscheid konden nemen. Maar ze gleed steeds verder weg. We waren zo bang dat ze het niet zou redden. In de nacht nadat haar moeder was gekomen overleed ze. Ze heeft dus nog net haar dochter kunnen zien. Dat was zo fijn.”

 

Maar soms is het leven oneerlijk, vertelt Marieke. “Er was eens een vader van veertig jaar oud die afscheid moest nemen van zijn kinderen. Hij zei: ‘Mijn lichaam kan niet meer. Het is goed zo.’ Als ik zie hoe zo’n stervende in het proces zit en hoe sterk het verlangen naar de dood is, maakt dat mijn werk goed te doen. Hij kon zich er echt in berusten.”

 

Ook maken veel mensen aan het einde van hun leven de balans op, ziet Marieke. “Ze zijn niet bang voor de dood. Dat heb ik geleerd. Ik zie veel meer het verlangen naar de dood. Dat komt ook doordat mensen veel pijn hebben of op zijn, of veel ongemak ervaren. Maar dat maakt het werk ook zo mooi: dat je ze van die pijn kan ontdoen.”

 

 

VERZOEKEN:


Maar er zijn ook andere verzoeken waar Marieke mee te maken krijgt. Soms zijn er huwelijken die op het laatste moment worden voltrokken. Ook is er een koppelbed in het hospice, zodat geliefden nog een laatste nacht samen kunnen doorbrengen.

 

Er zijn ook gezinnen die soms nog een ‘ritueel willen uitvoeren’. “Die iets willen afronden, of voor de laatste keer iets tegen elkaar willen zeggen. Dat de liefde kan stromen. Soms zit ik daarbij. Ik vind het dan soms ook moeilijk om het  droog te houden. Maar ik ga niet huilen, want uiteindelijk ben ik aan het werk. Als ik een dikke strot heb, loop ik de kamer uit. Als ik er niet meer door geraakt wordt, dan moet ik stoppen. Juist door dat gevoel kan ik mensen blijven helpen. Het raakt mijn hart.”

 

 

SCHRIJVEN:


Mariekes werk is heftig. Maar gelukkig heeft ze een manier gevonden om het voor zichzelf van zich af te zetten. Of beter gezegd, van zich af te schrijven. Ze schrijft haar verhalen op en bundelt deze in haar eigen magazine. Daarbij is het heel dankbaar werk. “De mensen zijn zo blij dat ze in deze setting mogen zijn.

 

Ik heb nu een vrouw en die zegt alleen maar: ‘Jullie zijn engelen.’ Dat is fijn om te horen.”

 

 

 

 

 

Bron: www.linda.nl