Monique van Loon kreeg op haar 28ste baarmoederhalskanker: ‘Na mijn operatie kwam de klap pas’.

28-02-2020 21:11


Auteur: Floor Meijs - parool.nl



Plus Interview.



Paroolcolumnist: Monique van Loon (31) is 28 als ze hoort dat ze baarmoederhalskanker heeft. Volgende week verschijnt haar boek Je bent jong en je krijgt wat. 'Gelukkig heb ik geen kinderwens.'



'Ik vertelde mensen over de kanker alsof ik m'n teen had gekneusd.'

Beeld: Friso Keuris.




"Het was nooit bij me opgekomen een boek over mijn ziekte te schrijven," zegt Monique van Loon, terwijl ze haar koffie met beide handen omklemt. Van Loon is ondernemer, foodblogger en inmiddels ook schrijver. We zitten in een café in Oud-West, haar favoriete deel van ­Amsterdam, waar ze tot voor kort woonde en waar haar boek zich grotendeels afspeelt.


Ze is 28 als ze hoort dat ze baarmoederhalskanker heeft. Hoewel ze dan al langere tijd bloedverlies heeft, ziet ze deze diagnose niet aankomen. Baarmoederhalskanker komt een stuk minder voor dan bijvoorbeeld borstkanker: in Nederland krijgen jaarlijks zo'n 800 vrouwen de ­diagnose baarmoederhalskanker, bij borstkanker zijn dat er ruim 17.000.


Van Loon wordt behandeld voor haar ziekte - waarbij haar baarmoeder wordt verwijderd - en in oktober 2017 genezen verklaard. Een half jaar later vraagt de redactie van Glamour haar haar verhaal op papier te zetten. Dat doet ze, en na publicatie wordt ze overspoeld met ­reacties.


Onder andere van Uitgeverij Nieuw Amsterdam, die er een boek in ziet. Van Loon: "Mijn eerste reactie was: neu, dat hoeft van mij niet. Ik schrijf weliswaar, maar dat gaat altijd over eten. Waarom zou ik een boek over een ­onderwerp als baarmoederhalskanker schrijven?"


Dat boek kwam er toch. Waarom?

"In de periode dat ik werd benaderd door mijn huidige uitgever, kreeg een vriendin van me baarmoederhals­kanker. Doordat ze de oproepen voor het maken van een uitstrijkje had genegeerd, waren ze er vrij laat bij. En zij bleek niet de enige: in een nieuwsbericht las ik kort daarna dat maar zes op de tien vrouwen een uitstrijkje laten doen. Op Facebook stonden onder dat nieuwsbericht reacties van vrouwen als: 'weet je wel hoe ongemakkelijk zoiets is?' Ik dacht: weet je wat pas ongemakkelijk is? Kanker."


"Er is blijkbaar zo veel onwetendheid als het gaat om baarmoederhalskanker. Als ik door het schrijven over mijn ervaringen daar wat aan kan veranderen, doe ik dat graag. En er is nog een tweede reden, die met ziek zijn in het algemeen te maken heeft."


Wat is die tweede reden?

"Ik wil met dit boek laten zien wat het met je doet als je rond je dertigste ziek wordt. Dat is heel anders dan ziek worden op je vijftigste. Niet minder erg natuurlijk, maar wel anders. De meeste mensen staan rond hun dertigste volop in het leven. Bij mij was dat ook zo: ik werkte keihard, had een druk sociaal leven en ik werd in die periode verliefd. En dan kwam daar die baarmoederhalskanker bij, dat is niet niks. Ook hoop ik met mijn boek begrip te creëren voor mensen die ziek zijn geweest. Als iemand 'beter' is, hoeft het namelijk niet meteen beter te gaan."


Dat beschrijf je ook in je boek. Tijdens je ziekte lijk je alles aan te kunnen en als de kanker weg is, stort je in.

"Precies. Vanaf het moment dat ik de diagnose kreeg totdat ik geopereerd werd, probeerde ik mijn leven zo ­gewoon mogelijk door te leven. Ik wilde niet dat ik en ook niet dat anderen er een halszaak van maakten en dat ging verrassend goed. Achteraf gezien kwam dat door mijn eigen houding. Ik vertelde mensen over de kanker alsof ik m'n teen had gekneusd. Ik dacht: als ik het maar luchtig genoeg houd en hard genoeg roep dat het goed met me gaat, heeft niemand medelijden met me. Met als gevolg dat mijn omgeving er na mijn operatie van uit ging dat ­alles goed met me ging, ik was immers beter. Maar toen kwam de klap pas."


Hoe ging dat?

"In de aanloop naar mijn operatie ging ik van ziekenhuis naar ziekenhuis, van afspraak naar afspraak. Dat gaf veel houvast, maar na mijn operatie viel die weg. Ik moest herstellen en had ineens heel veel tijd om na te denken. Toen drong het pas echt tot me door wat er met mijn lichaam aan de hand was. Ik had het moeilijk met verwachtingen van anderen en van mezelf. Je bent toch beter? schoot het vaak door mijn hoofd."


"Tegen mijn zenuwpijn kreeg ik antidepressiva, waar ik juist depressief van werd. Ik wist niet wat ik met mezelf en met de hele situatie aan moest, dus ging ik heel veel feesten. Ik had toch geen kanker meer? Dat moest ik vieren. Maar ik werd er alleen maar ongelukkiger van."


Vond je het moeilijk om over die periode te schrijven?

"Nee, niet om het op te schrijven, maar ik vind het wel een eng idee dat mijn vader dingen gaat lezen die ik hem waarschijnlijk nooit met zulke woorden heb verteld. Zoals een moment waarop ik na de zoveelste avond uitgaan thuiskwam. Ik voelde me verschrikkelijk leeg en eenzaam, en weet nog goed dat ik dacht: was ik nog maar ziek. Had ik nog maar de houvast die het ziekenhuis me gaf, een soort to-dolijst waarop ik dingen kan afstrepen. Daar schrok ik heel erg van. Destijds heb ik dat niet aan mijn vader verteld omdat ik hem daar niet mee wilde belasten. Maar ik heb er nooit aan getwijfeld of dit wel of niet in het boek moest. Ik wilde dat dit boek er kwam, op één voorwaarde: dat ik alles rauw en eerlijk mocht opschrijven."



Interview gaat verder onder de Foto:



'Ik ben een leuker mens sinds mijn ziekte.'

Beeld Friso Keuris.




Je beschrijft de intiemste dingen: van hoe je een klysma krijgt tot hoe je verliefd wordt. Hoe was dat, om tegelijkertijd ernstig ziek en verliefd te zijn?

"Raar, maar ook fijn. Bart heeft me erdoorheen gesleept. Het was heel anders dan 'gewoon' verliefd worden op iemand. Alles ging tien keer zo snel. Het moment waarop we samen in de aula van het AMC zaten, illustreert dat goed. We waren toen nog geen maand aan het daten, en in die tl-verlichte aula, met een lauw saucijzenbroodje voor me, vroeg ik hem om duidelijkheid. Als hij alleen maar wat wilde aankloten, had ik het afgekapt, want dat kon ik er niet bij hebben. Hij zei meteen: ik blijf bij je. Dat vond ik heel mooi, de meeste mannen zouden zijn weggerend."

"­Bijna tweeënhalf jaar hebben we het heel fijn gehad samen, maar sinds een paar maanden zijn we uit elkaar. Het werkte toch niet, maar we hebben nog goed contact."


De operatie die je onderging was nogal ingrijpend: je baarmoeder werd verwijderd.

"Gelukkig heb ik geen kinderwens. Als ik die wel had gehad, was het veel lastiger geweest om te accepteren. Ik was wel bang dat ik mezelf een kinderwens zou gaan aanpraten, want altijd als ik iets niet mag, wil ik het júist. Inmiddels ben ik daar niet meer zo bang voor. Ik vind het wel lastig dat het voor mij is besloten dat ik geen kinderen kan baren. Er is me een bepaalde vrijheid ontnomen."


Hoe gaat het nu met je?

"Los van de bijwerkingen die ik mijn hele leven zal blijven houden, gaat het goed. Ik heb last van zenuwpijn en ­vochtophopingen in mijn been. Maar ik ken mensen die er veel erger aan toe zijn na eenzelfde operatie, dus ik mag niet klagen."


"Mentaal gaat het extreem goed. Alle clichés zijn waar: ik ben wakker geschud en ben me nu veel bewuster van mijn sterfelijkheid. Ik werk minder en geniet meer. Misschien moest het wel eerst slecht gaan om daarna beter te gaan. Ik ben een leuker mens sinds mijn ziekte."



Monique van Loon: Je bent jong en je krijgt wat.

Uitgeverij Nieuw Amsterdam, €20,99, verschijnt dinsdag 3 Maart 2020.




Bron: www.parool.nl