Nederlands onderzoek maakt chemotherapie veiliger: 'We kunnen erg veel leed wegnemen'.

14-01-2022 19:32



Auteur: Sander Zurhake - redacteur Gezondheidszorg.



Foto: NOS/JEROEN VAN EIJNDHOVEN.






Mensen met darm- of alvleesklierkanker lopen een veel kleiner risico op bijwerkingen na chemotherapie als ze eerst een bepaalde dna-test ondergaan. Dat blijkt uit grootschalig onderzoek van Maarten Deenen, ziekenhuisapotheker bij het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven.


Door elke patiënt eerst aan zo'n test te onderwerpen, is het mogelijk om een mutatie in het zogenaamde UGT1A1-gen te herkennen. Deze mutatie zorgt ervoor dat chemomedicatie, in dit geval het middel irinotecan, minder goed door het lichaam wordt afgebroken. De mutatie is daarmee verantwoordelijk voor een groter risico op hevige bijwerkingen.


Het dilemma van een arts:


Oncoloog Geert-Jan Creemers van het Catharina Ziekenhuis is blij met de bevindingen van zijn Eindhovense collega Deenen. Hij vindt het altijd weer verschrikkelijk als een patiënt met darm- of alvleesklierkanker fysiek slecht reageert op chemotherapie en ernstige bijwerkingen krijgt. Hevige diarree waarbij liters vocht per dag verloren gaan en een snelle achteruitgang van het afweersysteem zijn dan geen uitzondering. Patiënten zijn dan extra gevoelig voor infecties die al snel levensgevaarlijk kunnen worden.


"Het is altijd een dilemma voor een arts die chemotherapie toepast. Je gebruikt een schadelijk middel om tumorcellen te vernietigen, maar er is een risico dat je de patiënt zelf beschadigt."


Maar deze risico's kunnen artsen dus vanaf nu beter gaan inschatten. Deenen onderzocht of patiënten met de problematische mutatie beduidend minder last hebben van bijwerkingen als ze een lagere dosering van het medicijn krijgen. "Dat bleek het geval. Tegelijkertijd boet het medicijn niet aan effectiviteit in om de ziekte te bestrijden."


Opkomst van gepersonaliseerde behandelingen:


Marcel Verheij, hoogleraar radiotherapie aan het Radboudumc en voorzitter van het platform Oncologie SONCOS van de Federatie Medisch Specialisten, zegt dat deze benadering een goed voorbeeld is van de opkomst van gepersonaliseerde behandelingen.


"Voorheen hadden chemotherapieën meer het karakter van 'one size fits all'. Maar dankzij zo'n genetische analyse kunnen we niet alleen op moleculair niveau kijken naar de opmaak van tumorcellen en hun gevoeligheid voor een specifieke behandeling, maar ook bekijken hoe de genetica van de patiënt een rol speelt bij de afbraak van geneesmiddelen en het ontwikkelen van bijwerkingen."


Volgens Verheij wordt de effectiviteit van een chemotherapie in belangrijke mate bepaald door dergelijke genetische verhoudingen. "Als je die kent, kun je als arts de doseringen heel specifiek en persoonsgericht maken."


Een van de meest voorkomende kankersoorten:


"We nemen daar erg veel leed mee weg", zegt onderzoeker Deenen. "Bij dergelijke hevige diarree moet je gewoon worden opgenomen in een ziekenhuis. Daarbij wordt darmkanker elk jaar bij ongeveer 12.000 mensen vastgesteld en daarmee is het een van de meest voorkomende kankersoorten in Nederland. Alvleesklierkanker is een van de meest dodelijke."


Deenen heeft de overtuiging dat de methode van behandelen zoals voorgesteld in zijn onderzoek, binnen afzienbare tijd tot de (internationale) standaard behoort. De onderzoeksresultaten zijn inmiddels onderworpen aan de kritische toets van medische collega's - een zogeheten peer review - en gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift European Journal of Cancer.


"De wetenschappelijke en medische commissies gebruiken juist dit soort publicaties om behandelrichtlijnen te evalueren en aan te passen", zegt Deenen. "Tijdens een congres van de Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie liet 71 procent van de oncologen weten deze methode zo snel mogelijk te willen invoeren."




Bron: www.nos.nl