Als er íémand is die op de bres gaat voor regionale samenwerking op het gebied van kanker is het professor Ronald Zweemer. "In mijn vakgebied, de oncologische gynaecologie, zijn alle ziektebeelden zeldzaam. Dat is een omstandigheid die het gewoon keihard nodig maakt om de hele regio samen te laten werken. Nu we dat voor elkaar hebben, maakt het voor patiënten niet meer uit in welk ziekenhuis zij zich melden. Ze krijgen overal dezelfde hoogwaardige zorg."


Het is misschien wel de belangrijkste zorgontwikkeling van de laatste jaren in de oncologie: het 'afbreken van muren'. Eerst binnen ziekenhuizen: er werden teams gevormd van verschillende specialisten die samenwerken rond een patiënt. De scheiding tussen afdelingen (bijvoorbeeld urologie, radiotherapie, medische oncologie) bestaat nog, maar patiënten hebben daar geen last van: ze worden door één team behandeld. Vervolgens werden er ook regionale samenwerkingsverbanden opgezet. Zorgverleners van verschillende ziekenhuizen in de regio bundelen hun kennis en ervaring. Die samenwerking kan verschillende vormen hebben, maar het is altijd heel concreet: behandelaars bespreken in videoconferenties samen al hun patiënten, vormen expertteams per tumorsoort binnen hun vakgebied of ze staan samen te opereren.


Second opinion:

Gynaecoloog Ronald Zweemer werkt in het regionale netwerk samen met het St. Antonius Ziekenhuis, het Diakonessenhuis, Ziekenhuis Rivierenland, Meander Medisch Centrum, Ziekenhuis Gelderse Vallei en UMC Utrecht. "Artsen uit die ziekenhuizen bespreken samen alle patiënten bij wie er ook maar een kleine verdenking is op een kwaadaardige aandoening. Elke week zo'n dertig patiënten, naast eenzelfde aantal patiënten intern, van wie we de voortgang bespreken. Van elke patiënt bezien we samen wat het behandelbeleid is dat aan de patiënt wordt voorgelegd. En we bespreken waar die behandeling het best kan plaatsvinden. Als we gezamenlijk tot de slotsom komen dat de kans klein is dat de besproken patiënt een kwaadaardige aandoening heeft, kan de behandeling in het regionale ziekenhuis worden voortgezet. Voor die afweging zijn we ook samen verantwoordelijk."

Wat dat voor patiënten uiteindelijk oplevert? "Dat het niet uitmaakt in welk ziekenhuis je je meldt als patiënt. Je krijgt overal dezelfde hoogwaardige zorg. Er zit eigenlijk al een second opinion meegebakken in het behandelvoorstel dat je krijgt. Patiënten hoeven niet uit voorzorg te shoppen bij een UMC. In Nederland hechten mensen erg aan korte afstanden en reistijden; daar kunnen we dus aan tegemoetkomen."


Samenwerken in onderzoek:

Zijn in de zorg de muren tussen ziekenhuizen redelijk afgebroken, in onderzoek is dat nog niet het geval. Zweemer: "De organisatie rond (klinische) trials kent nog obstakels die samenwerking bemoeilijken. Als je een studie opzet en je regionale samenwerkingspartners willen meedoen, dan moet de trial nog in elk centrum worden getoetst, en moeten ook de juridische zaken per centrum worden vastgelegd. Dat is te doen voor grote cohortstudies; de PLCRC-studie van professor Miriam Koopman, is een mooi voorbeeld. Daarin wordt de werkzaamheid van verschillende behandelingen van dikkedarmkanker onderzocht, met een grote groep deelnemende patiënten. Maar juist voor de echt zeldzame tumorsoorten is dat een drempel. Als een ziekenhuis één of hooguit twee patiënten verwacht te includeren is het een tijd- en kostenintensief traject. Dat zou ik echt graag opgelost willen krijgen: niet alleen een gezamenlijk zorgportaal inrichten, maar ook een gezamenlijk researchportaal. Dat zou de mogelijkheid om onderzoek te doen naar zeldzame tumoren echt vooruit helpen!"


Samenwerking met patiënten:

Zweemer vertelt het verhaal van een patiënte met granulosacelcarcinoom, een zeldzame vorm van eierstokkanker. "Zij was in de omstandigheden dat ze een fonds kon vormen: het Granulosafonds Philine van Esch. Daarmee konden we onderzoek opzetten. Er gebeurde iets fantastisch:  de patiëntengroep had zich al enigszins georganiseerd in een Facebookgroep, waar wij mochten aansluiten om medische kennis te delen. Patiëntenorganisatie Olijf richtte een speciale landingspagina in en vanaf dat moment wisten patiënten ons te vinden om deel te nemen aan het onderzoek. Zij motiveerden zelf weer hun artsen, en die bleken in meerderheid bereid om de genoemde organisatorische horde te nemen en in te stappen. Op deze manier is het team in staat geweest tussen 2017 en nu 100 vrouwen met een granulosaceltumor te includeren in deze studie. We onderzoeken nu de moleculaire achtergrond van de ziekte, gerichte therapiemogelijkheden, verbetering van beeldvorming en monitoring. Allemaal mogelijk door samenwerking!"


Oncologische zorg in de regio Utrecht:

In het Regionaal Oncologisch Netwerk Midden Nederland werken het UMC Utrecht en de regionale ziekenhuizen samen aan de zorg voor patiënten met kanker. Voor iedere vorm van kanker bestaan regionale teams. Daarin geven behandelaren uit alle ziekenhuizen samen aan elke patiënt de beste zorg op de juiste plaats: dichtbij als het kan, en verder weg als het moet. Artsen uit verschillende ziekenhuizen overleggen dus met elkaar wat voor elke individuele patiënt de juiste behandeling is.