Prostaatkanker, hormoonbehandeling en depressieve gevoelens.

06-04-2023 18:57

 

 

 

 

 

 

 

 

Veel onbekendheid rondom hormoontherapie:

 

Wij kregen vanuit de lotgenotentelefoon het verzoek te schrijven over depressie bij hormoonbehandeling en benaderden daarvoor Roderick van den Bergh (uroloog) en Cynthia de Bie (oncologieverpleegkundige), beiden werkzaam in het St. Antonius Ziekenhuis.

 

 

Worden prostaatkankerpatiënten, die starten met hormoontherapie, ingelicht over de mogelijke gevolgen op lichamelijk en psychisch gebied? Checken jullie of de mensen deze vaak ingrijpende bijwerkingen goed begrijpen?

 


Cynthia: ‘De arts vertelt dat er gestart wordt met hormoontherapie en daarna worden deze patiënten ook gezien door de oncologieverpleegkundige en wordt ze alles nogmaals goed uitgelegd. Dit is echter wel op het moment dat er net een diagnose is gesteld en er gekozen is voor een bepaalde behandeling. Er wordt veel verteld en ik denk dat het vaak voorkomt dat mensen het niet goed kunnen overzien op dat moment, omdat er heel veel verschillende soorten bijwerkingen kunnen zijn. We geven ze informatiemateriaal, ze krijgen onze contactgegevens mee, maar ik betwijfel dus of ze het dan al kunnen overzien.’

 

 

Roderick: ’Het is een heel breed pakket aan mogelijke bijwerkingen, teveel om allemaal specifiek te benoemen. Ik leg uit dat het erg individueel is welke bijwerkingen er kunnen optreden en probeer de verschillende aspecten te bespreken. De focus ligt op opvliegers, seksueel functioneren en hoe je je psychisch voelt.’

 

 

 

Komt depressie bij deze groep vaak voor?


Roderick: ‘Het is lastig te zeggen hoe vaak het nou echt voorkomt. Procentueel weet ik niet precies wat de kans is, maar als je erover leest, zie je dat men het heeft over tien procent en dat kan oplopen tot één op de vijf patiënten. Dat is twee maal zo hoog als de gemiddelde man op die leeftijd, die geen hormoontherapie krijgt. Dat vind ik best veel.’

 

 

Denken jullie dat mannen die al wat somber en zwaarmoedig in het leven staan een grotere kans hebben op depressie bij hormoontherapie?


Roderick: ‘Zeker. Daar moet je alert op zijn. Vooral bij mannen die al bekend zijn met een depressie in hun voorgeschiedenis. De eerste oorzaak is het wegvallende testosteron, dat invloed heeft op stofjes in je hersenen en de neurotransmitters. De tweede oorzaak is het indirecte effect van de bijwerkingen, zoals spierklachten, gewrichtsklachten, problemen met seksueel functioneren, vermoeidheid en slecht slapen. Deze bijwerkingen kunnen ook leiden tot depressieve gevoelens.’

 

Roderick en Cynthia: ‘Wij werken nauw samen met een coach die deze patiënten begeleidt. Dit is een laagdrempelige begeleiding. Daarnaast heb je natuurlijk ook nog andere hulpverlening, zoals het Helen Dowling Instituut en praktijkondersteuners bij de huisarts.’

 

Roderick: ‘Ik vind het heel belangrijk dat je probeert deze mannen over een drempel te krijgen om het bespreekbaar te maken. Mannen zijn vaak geen ‘praters’ en je merkt dat ze proberen eromheen te draaien en het zwaar hebben.’

 

Cynthia: ‘Het is ook heel belangrijk partners hierin mee te nemen.’

 

Roderick: ‘Je hebt pas een indicatie om te starten met hormoontherapie als je een serieuze vorm van prostaatkanker hebt. Er zijn mannen met kanker in de prostaat zelf. Zij krijgen daar bestraling voor en dat wordt vaak ‘kortdurend’ (half jaar, anderhalf jaar of drie jaar) gecombineerd met hormoontherapie. Soms wordt in overleg met de radiotherapeut de hormoontherapie bij deze mensen eerder gestopt als er teveel bijwerkingen zijn. Dit kan omdat de toegevoegde waarde van langer gebruik niet erg groot is. Er zijn echter natuurlijk ook mannen met uitgezaaide prostaatkanker. Die zitten vaak levenslang vast aan hormoonbehandeling en dat is heel pittig.’

 

Ik begrijp dat de bijwerkingen van bijvoorbeeld bicalutamide (casodex) anders zijn dan de klachten die de mannen kunnen krijgen van de injecties.


Roderick: ‘Klopt: de injecties geven een heel laag testosteron en de andere middelen blokkeren de werking van testosteron. Er wordt daarom gezegd dat bicalutamide beter te verdragen is, maar in de praktijk herken ik dat niet altijd. Daarbij staat ook in de richtlijnen dat iemand die langdurig hormoontherapie nodig heeft, echt die injecties moet krijgen.’

 

Cynthia: ‘Borstvorming hoort ook bij de bijwerkingen van middelen zoals casodex en dat kan hele pijnlijke borsten geven. Deze mannen stappen vaak toch over op de injecties.’

 

 

Hoe kom je erachter of de mentale staat van de patiënt door de hormoontherapie komt of dat het hele proces van diagnose en ziekte er een rol in spelen?


Cynthia: ‘Vaak geef je extra ondersteuning in de vorm van gesprekken. Het blijft moeilijk om de oorzaak van een depressie goed te achterhalen, maar na een tijd went iemand wel aan de diagnose en kan hij er vaak beter mee omgaan. Dan kan je op zo’n moment zien welke bijwerkingen er van de hormoontherapie overblijven. Alles heeft natuurlijk met elkaar te maken.’

 

Roderick: ‘Daarbij speelt leeftijd ook een belangrijke rol. Als iemand van vijftig aan de hormoontherapie moet, staat de wereld op z’n kop. De gemiddelde leeftijd is zevenenzestig jaar, maar de groep tussen vijftig en zestig jaar is behoorlijk groot. Prostaatkanker is niet alleen voor de oudere man.’

 

 

Is er een bekende beginsituatie? Hoe voelde deze patiënt zich vóór de behandeling?


Cynthia: ‘Wij laten geen vragenlijst invullen, maar inventariseren dat tijdens ons eerste gesprek. Hoe staat iemand in het leven? Welke steun is er vanuit de omgeving? Heeft de patiënt eerder psychische hulp nodig gehad?’

 

 

Wordt het mentale stuk vervolgd tijdens de behandeling? En door wie?


Cynthia: ‘Wij zouden naast de PSA-controles graag standaard vervolggesprekken hebben, maar dat is nu nog niet aan de orde. Deze gesprekken zouden dan door de oncologieverpleegkundige worden gedaan.’

 

Roderick: ‘Je bent op zoek naar een goede tussenweg. Waar heeft iemand behoefte aan? Waar let je op, wat betreft bijwerkingen? Doordat patiënten op vaste momenten vragenlijsten invullen (PROMS), kunnen we problemen nog beter op het spoor komen.’

 

 

Zie je ook dingen over het hoofd bij patiënten als dit niet vervolgd wordt?


Roderick: ‘Dat vind ik altijd lastig, omdat we nooit van iedereen weten wat er gebeurt buiten de controles bij de urologie. Als bijvoorbeeld iemand met hormoontherapie zijn heup breekt, zal niet altijd de link gelegd worden naar deze behandeling. Er is veel onbekendheid rondom hormoontherapie.’

 

Cynthia: ‘Dan kan je dus ook aanwijzingen missen als de patiënt ons er niet over informeert.’

 

 

Is er een stappenplan?


Cynthia: ‘Nee, er is hiervoor geen protocol, dit is lastig vast te leggen in een stappenplan. Maar we proberen wel alle aspecten van de hormoontherapie te bespreken. Wij kijken samen met de patiënt wat de individuele behoefte is. Is er een probleem met voeding, dan ga je naar de diëtiste. Zo is het ook met geestelijke ondersteuning. Is er alleen hulp nodig voor de man zelf of heeft zijn partner eveneens ondersteuning nodig?’

 

Roderick: ‘Ik probeer erachter te komen of iemand somber is door de bijwerkingen of toch somber is terwijl hij zich verder lichamelijk prima voelt. Aan dat laatste kan ik als uroloog weinig doen en probeer ik door te verwijzen. Aan dat eerste kan ik wellicht iets veranderen. Een enkele keer verwijzen we door naar een psychiater, maar dat is slechts een paar keer per jaar. Als iemand een uitlaatklep heeft, bij bijvoorbeeld de coach of een huisarts, dan is het vaak al voldoende.’

 

 

Hoe lang kijken jullie het aan? En gebruiken jullie er een depressie scorelijst bij?


‘Wij nemen op vaste momenten wel specifieke vragenlijsten door, die aan ons computersysteem zijn gekoppeld. Wij krijgen dan een melding van een mogelijk probleem en kunnen tot actie overgaan. Eén van de vragen is ‘feeling depressed’ en heeft te maken met de hormonale situatie. Als daar bijzonderheden uitkomen, nemen we contact op met die patiënt.’

 

 

Wanneer stuur je door naar de psycholoog?


‘Wij sturen iemand in eerste instantie naar de voornoemde coach. Zij geeft ons na haar contact met die persoon een terugkoppeling, waarna we samen naar eventuele vervolgstappen kijken.’

 

 

Wanneer stoppen jullie met de hormoonbehandeling om deze reden? En helpt dat beter dan antidepressiva?


Roderick: ‘Bij de mensen met een combinatie hormoontherapie en bestraling stop ik laagdrempelig. Maar dat is lastiger bij mensen met uitgezaaide prostaatkanker. Je weet dat hun ziekte progressief wordt als je stopt. Een optie is dan om toch te starten met bijvoorbeeld bicalutamide. Niettemin sta je soms met je rug tegen de muur. Je kijkt dan samen met de oncoloog naar andere behandelingen, je zou bijvoorbeeld de middelen intermitterend (op en af) kunnen geven. Vaak loopt de PSA echter al weer op voordat de testosteron weer genormaliseerd is. Dus je kan je afvragen wat je er dan mee bereikt.’

 

 

Roderick: ‘Tot slot wil ik nog zeggen dat zo’n depressie vermoedelijk vaker voorkomt dan we denken. Ik zou de prostaatkankerpatiënt die behandeld wordt met hormoontherapie willen meegeven: maak je probleem bespreekbaar en laat uitzoeken wat de oorzaak is: ontstaat het direct in je brein of indirect door de bijwerkingen? Hoe dan ook, het doet veel met je.’

 

 

 

 

 

Bron: www.prostaatkankerstichting.nl