Boek: Slotcouplet.

20-03-2018 20:49



Vandaag, 20 maart 2018, verschijnt de bundel 'Slotcouplet - ervaringen van een longarts' van Sander de Hosson met 55 van zijn columns. Ingrid van Berkel, patiënt en lid van onze patiëntenadviesraad, vertelt in een recensie wat het boek met haar doet.


Sander de Hosson is bekend van zijn mooie columns over de palliatieve zorg. Hij schrijft vanuit zijn ervaring als longarts in het Wilhelmina Ziekenhuis in Assen. Sander is ook lid van de specialistenadviesraad van Longkanker Nederland. Ingrid: "Sinds ik longkanker heb, lees ik af en toe een van zijn verhalen. Ondanks dat deze verhalen bij mij verdriet oproepen, geven ze mij ook troost. Ik heb longkanker stadium IV en behoor tot de doelgroep waarover Sander schrijft. Hoe fit ik nu ook ben, toch heb ik uitgezaaide longkanker."


Over het boek:

In dit boek zijn de columns van Sander de Hosson gebundeld. "Ik vind dit boek een aanrader voor iedereen. Het helpt je om na te denken over je eigen dood. Maar vertelt ook over het kunnen ervaren van liefde en warmte bij een naderend einde. Ondanks het verdrietige onderwerp vind ik het een troostvol boek met veel stof tot nadenken. Ik lees zijn verhalen gedoseerd anders wordt het voor mij teveel. Maar eigenlijk wil ik het boek in een keer uitlezen. Het raakt me diep."


"Na het lezen van het eerste verhaal, stelde ik mijzelf weer de vraag: 'Tot hoever wil ik gaan om te leven?' De eerste regels van het voorwoord geeft mijn vraag treffend weer." Hieronder een stukje uit het voorwoord:


' 'Leven toevoegen aan de dagen, niet dagen aan het leven.' Ik las deze klassieke woorden van de Britse verpleegkundige en arts Cicely Saunders toen ik nog niet zo lang als zaalarts werkte op een longafdeling. De quote maakte veel indruk op mij, want het was precies wat ik wilde nastreven toen ik zag welke verwoestende uitwerking longkanker en copd (longfalen) op mensen hadden.'
(Uit: 'Voorwoord')



Hieronder volgt een column uit het boek Slotcouplet over 'strijd' en 'vechten' bij de behandeling van kanker:

'Strijd'

'Zij verloor van een oneerlijke ziekte.' De kaart komt niet onverwacht. Ik heb het hele traject van begin tot einde meegemaakt. Als ik naar de sierlijk geschreven zin kijk, ir­riteert die mij. Ik mompel: 'Alsof ze daar ook maar iets aan had kunnen doen.'


Uitgezaaide longkanker. Dat is de term die ik maanden eerder in mijn brief aan de huisarts zet. Ze is achter in de vijftig, een mooie vrouw om te zien: lange blonde haren, sprekende ogen, aandacht voor stijl. Maar haar uiterlijke schoonheid valt in het niet bij die van haar karakter. Ze is wijs. Haar woorden zijn zonder uitzondering gewogen. Het meest ben ik onder de indruk geraakt van haar vastbera­denheid.


Ze reageert fel als ik vertel dat de ziekte is doorgedron­gen tot in plaatsen buiten haar long, waardoor de ziekte ongeneeslijk is geworden: 'Ik ga deze strijd winnen.' Ik hoor het geluid van strijdgekletter aanzwellen. Ik zet me schrap. Het zijn momenten waarop mijn trieste plicht enkel uit volstrekte eerlijkheid bestaat.


Er wordt bij de behandeling van kanker vaak over 'strijd' en 'vechten' gesproken. Maar om een strijd te kunnen aan­gaan, moet je invloed hebben op de uitkomsten ervan. Nog nooit ben ik iemand tegengekomen die van longkanker won door vaardiger of harder te strijden. Wel zag ik dat mensen de ziekte versloegen als blijkt dat de kanker te ver­wijderen is doordat een operatie of een combinatiebehan­deling van chemo‑en radiotherapie mogelijk is. Van kan­ker winnen is een kwestie van geluk hebben. De uitkomst van een behandeling staat in de sterren geschreven.


Is de term strijd dan onterecht? Ik denk van niet. De ech­te strijd die patiënten tegen uitgezaaide kanker leveren, is van een totaal andere orde dan men doorgaans denkt. Het is een strijd tegen de bijwerkingen van de behandeling. Een worsteling om misschien juist níét een volgende chemo­therapie in te gaan. Een bloedig duel tegen depressiviteit en angst. Een gevecht tegen verlies van waardigheid. Het is bo­venal een strijd om ondanks alle tegenslag hoop te houden.


Want hoop staat centraal. Aanvankelijk richt hoop zich op overleving, maar vaak verandert dat als blijkt dat ge­nezing niet mogelijk is, of als de ziekte voortschrijdt. Men hoopt dan vooral een goede partner, nakomeling of ouder te blijven, of tot het eind te kunnen genieten van de mooie dingen die het leven biedt. Zaken die voor de meeste gezon­de mensen vanzelfsprekend zijn, maar waarvan de waarde pas echt duidelijk wordt als ervoor gevochten moet wor­den.


Opgeven is geen optie. Het is een betwiste zin van de fondsenwerving, maar ik ben het ermee eens. Het is geen optie om niet te vechten voor waardigheid, voor kwaliteit van leven en sterven.


'Ik ga dit winnen,' herhaalt ze zacht. 'Ik wil dat een behan­deling gestart wordt. Chemotherapie. Wellicht immuno­therapie. Alles ten dienste van het verminderen van mijn klachten. Maar ik verkies in alles...' Ze valt even stil, waar­door de woorden nog meer in betekenis winnen. 'In alles kies ik kwaliteit boven tijd.'


Haar oogopslag verandert. De vastberadenheid maakt plaats voor twijfel. Haar wens wordt nu deels een verzoek. 'Als de kwaliteit van mijn leven vervliegt, als ik dat voel ge­beuren, dan zal ik dat eerlijk vertellen. Ik verlang daarbij dat u op uw beurt eerlijk bent als u denkt dat mijn levens­kwaliteit in het geding zal komen.'


Weer voel ik haar strijdwoede. Weer hoor ik de klinken­de zwaarden en zie ik het gebries van paarden in de voorste linies. Ergens in de voorhoede sta ik in oorlogstenue naast haar. Op het slagveld zal ik alles doen - of juist nalaten - om de kwaliteit van haar leven te bewaken.


Als maanden later de overlijdenskaart op mijn bureau ligt, herlees ik de zin diverse malen: 'Zij verloor van een on­eerlijke ziekte.' Ik ben het er niet mee eens dat ze verloren heeft, integendeel. Ze heeft ronduit gewonnen, doordat zij erop toezag dat haar waardigheid op elk moment behou­den bleef.


Meer lezen?

Bestel het boek via Uitgeverij de Arbeiderspers (ISBN 9789029523950, €18,99).


Het boek heeft ook een eigen Facebookpagina (Slotcouplet).




Bron: www.longkankernederland.nl