Cardioloog Pedro Brugada heeft keelkanker.
Auteur: Annick Deckers - allesoverkanker.be

Fotograaf: Wannes Nimmegeers.
Ik kon maanden niet meer praten
Maar terug naar begin dit jaar. Of beter: jaren eerder. ‘Al een drietal jaar voelde ik iets aan mijn keel. Ik had wat last bij het slikken, verslikte mij een keer in een visgraat. Maar ik maakte dezelfde fout als zovelen: ontkenning. Tot ik mij begin dit jaar opnieuw verslikte in een stukje brood. Mijn vrouw Kristien, die verpleegkundige is, redde mijn leven door het heimlichmanoeuvre (methode om een blokkade van de luchtwegen te verhelpen, red.) uit te voeren. Daarna liet ik mij onderzoeken. Een sliktest bracht de kanker aan het licht.’

Boek voor lotgenoten:
‘Gelukkig waren er geen uitzaaiingen. Ik kreeg zeven weken chemotherapie gecombineerd met radiotherapie maar werd niet geopereerd. Volgens mijn artsen had ik daarmee een heel grote genezingskans, terwijl ik met een operatie voorgoed mijn stem zou hebben verloren. Dankzij de cortisone voelde ik mij kiplekker. Ik schreef in die periode zelfs een boek voor lotgenoten, een humoristisch werk met poëzie en losse teksten. Kamagurka stemde toe om de illustraties te maken. De opbrengst gaat naar ondersteuning van kankerpatiënten.’
‘Hoe verder in de behandeling, hoe ingrijpender de nevenwerkingen: ik kon niet meer praten, alleen nog maar fluisteren, kon nog amper eten, me niet meer concentreren, was moe. Ook had ik veel pijn. De zware morfine die ik daarvoor kreeg, was nodig, maar veranderde mij in een zombie, tot hallucinaties toe. Ik ben die dan ook snel beginnen af te bouwen. Dan nog liever meer pijn.’
Veel liefde:
‘Ik kreeg bijvoeding via een PEG-sonde (slangetje dat rechtstreeks de maag in gaat, red.). Maar Kristien en mijn plusdochter Laura, ook een verpleegkundige, drongen erop aan nog zoveel mogelijk zelf te eten. Anders riskeerde ik dat dat nooit nog op de normale manier zou lukken. Kristien maakte elke dag aangepaste maaltijden.’

Pedro Brugada.
Ik vond het helemaal niet erg om hulp te aanvaarden. De artsen, de verpleegkundigen, de diëtist, de psycholoog: ze hebben zo goed voor mij gezorgd.
Mentaal zwaar:
‘Over de oorzaak van mijn ziekte heb ik me nooit het hoofd gebroken. Ik heb gerookt en alcohol gedronken, maar ik ben al sinds mijn 35ste gestopt met roken en ook alcohol drink ik al tien jaar niet meer. Ook ben ik veertig jaar blootgesteld geweest aan medische straling want de operaties die ik uitvoer, gebeuren onder begeleiding van een scan. Zeker vroeger was er weinig bescherming. Misschien zal de vervuiling in dit land ook een rol hebben gespeeld.’ ‘Vooral de eerste weken had ik het mentaal zwaar. Voor het eerst in mijn leven loerde de doodstraf om de hoek. In het begin dacht ik daar heel vaak aan. Tot ik mezelf op een dag voor de spiegel heb toegesproken: “Pedro, dit moet gedaan zijn. Voortaan mag je nog één keer per dag aan de dood denken, en daarnaast duizend keer aan het leven.” Het heeft geen zin om alleen maar de duisternis op te zoeken.'

Schuldgevoel:
‘Maar het meest van al heb ik geleden onder schuldgevoel. Schuldgevoel tegenover mijn vrouw. Dat ook haar leven kapot was, vond ik verschrikkelijk. We hadden het zo goed samen, en opeens werd dat allemaal afgenomen. Het voelde als falen. Het is de enige reden dat ik soms heb gehuild. Hoe irrationeel ook, en hoezeer mijn vrouw ook op mij inpraatte. Met de hulp van een psycholoog leerde ik met die gevoelens om te gaan. Ze raadde me aan ze niet te ontkennen, maar als energie in te zetten. Ze motiveerden me extra om beter te worden.’
Niet dat het hem aan motivatie ontbrak. Met de discipline van een topatleet nam hij al die maanden zijn behandeling in handen. Hij toont me een uitgebreid schema. ‘Ik noteer wat er elke dag moet gebeuren: medicatie, bloeddruk meten, wegen, noem maar op. Op zeker moment waren dat wel 35 dingen. Ik maak er een punt van om alles minutieus te doen.’ Het brengt ons bij een van zijn motto’s: zie geen problemen, maar uitdagingen in het leven. ‘Ja, dat motto bleef de afgelopen maanden overeind. Alleen zo kon ik het opbrengen om te blijven eten, die morfine af te bouwen.'
Het schuldgevoel tegenover mijn vrouw woog het zwaarst.

Wandelen op het kerkhof:
Hulp aanvaarden:
‘Of het moeilijk was om voor een keer de patiënt te zijn? Nee, ik heb vanaf het begin mijn lot volledig in de handen van mijn artsen gelegd. Ik ben dan wel zelf arts, maar mijn oncologische kennis dateert van 50 jaar geleden. Dan weet je het wel (lacht). Ik ging niet de betweter uithangen, heb ook bewust niets opgezocht op het internet. Zoiets beschadigt alleen maar het vertrouwen tussen arts en patiënt en is dus in je eigen nadeel. Ik vond het ook helemaal niet erg om hulp te aanvaarden. De artsen, de verpleegkundigen, de diëtist, de psycholoog: ze hebben zo goed voor mij gezorgd. Dat was heel fijn.’
‘Intussen voel ik mij behoorlijk goed. Sinds een paar weken kan ik opnieuw praten, al klinkt mijn stem nog schor. Mijn kankerbehandeling zit erop en ik ben volop aan het revalideren. Ik krijg weleens de vraag waarom ik nu niet gewoon met pensioen ga. Maar werken is voor mij zo belangrijk, het is een speelgoedje dat ze me niet mogen afpakken. Als ik toch zou moeten stoppen met werken, dan zal ik dat snel aanvaarden. Ook dat heeft de kanker me geleerd: genieten van elke dag en sneller relativeren.
Bron: www.allesoverkanker.be