Darmkanker op maat behandelen.


Mensen met darmkanker sneller behandelen met de nieuwste therapieën. Behandelingen beter afstemmen op de individuele patiënt. Plus: onnodige behandelingen voorkomen. Daar maakt kersverse hoogleraar Jeanine Roodhart zich hard voor.
Internist-oncoloog Jeanine Roodhart richt zich op darmkanker en zogeheten ‘translationeel onderzoek’: onderzoek dat nieuwe bevindingen in het laboratorium direct vertaalt naar betere zorg voor patiënten. Per 15 juli 2026 is zij benoemd tot UMC Utrecht’s hoogleraar translationele medische oncologie.
“Mijn uiteindelijke doel is dat iedere patiënt de behandeling krijgt die het beste past bij zijn of haar tumor. Niet meer behandeling dan nodig, maar ook geen kansen missen. Daar werken we elke dag samen aan.” Hoe gaat Jeanine de komende jaren hier precies aan werken?
Wat past het beste bij welke patiënt?
Darmkanker is een van de meest voorkomende vormen van kanker in Nederland. Veel patiënten krijgen te maken met (een combinatie van) intensieve behandelingen, zoals chemotherapie, immunotherapie of operaties. Niet elke behandeling werkt bij iedere patiënt even goed. Tegelijkertijd krijgen sommige mensen meer behandeling dan nodig is, en worden zij dus onnodig belast.
Daar wil Jeanine verandering in brengen. Haar onderzoek richt zich op het beter begrijpen van tumoren en het voorspellen welke behandeling het beste past bij een individuele patiënt.
“Mijn onderzoek is gericht op het verbeteren van de overlevingskans en kwaliteit van leven van patiënten met darmkanker”, legt Jeanine uit. “Dat doen we door innovatie vanuit translationeel onderzoek. We ontwikkelen nieuwe behandelingen, verbeteren bestaande therapieën en zoeken tumorkenmerken die helpen om behandelingen beter af te stemmen op de patiënt.”
"Juist het contact met patiënten laat zien waar nog winst te behalen valt. Daar ontstaan vaak de belangrijkste onderzoeksvragen."
Jeanine Roodhart
hoogleraar translationele medische oncologie.
Van lab naar ziekenhuisbed:
Translationeel onderzoek vormt de rode draad in Jeanine’s werk. Daarbij werken onderzoekers in het laboratorium nauw samen met artsen in de spreekkamer. Nieuwe inzichten uit onderzoek worden sneller getest bij patiënten in klinische studies. Tegelijkertijd leveren ervaringen van patiënten weer nieuwe onderzoeksvragen op.
“Een belangrijke kracht van mijn werk is de nauwe verbinding tussen patiëntenzorg en onderzoek”, vertelt Jeanine. “Wat we in de spreekkamer zien, nemen we mee terug naar het laboratorium. En nieuwe inzichten uit het laboratorium proberen we zo snel mogelijk te vertalen naar betere zorg voor patiënten.”
Persoonlijke zorg:
Darmkanker raakt elk jaar duizenden mensen in Nederland. Voor veel patiënten heeft de ziekte grote gevolgen voor hun dagelijks leven, werk en gezin. Hoewel behandelingen de afgelopen jaren sterk zijn verbeterd, blijven er belangrijke uitdagingen bestaan. Niet iedere patiënt reageert hetzelfde op een behandeling.
Jeanine ziet dagelijks hoe belangrijk het is om behandelingen beter af te stemmen op de individuele patiënt. Binnen het UMC Utrecht behandelt zij patiënten met darmkanker, onder andere in een gespecialiseerd spreekuur voor complexe patiënten en second opinions. In haar spreekkamer komen zorg, onderzoek en innovatie direct samen. Die combinatie motiveert haar om voortdurend nieuwe onderzoeksvragen te stellen.
“Juist het contact met patiënten laat zien waar nog winst te behalen valt,” zegt zij. “Daar ontstaan vaak de belangrijkste onderzoeksvragen.”
Op de grens van disciplines:
Naast haar spreekuur begeleidt Jeanine vroeg-klinische studies. Hierbij worden de nieuwste behandelingen en inzichten getest bij een kleine, zorgvuldig geselecteerde groep patiënten.
Tijdens die studies onderzoekt zij bijvoorbeeld welke patiënten baat hebben bij een nieuwe therapie, en welke patiënten mogelijk minder behandeling nodig hebben. Dat sluit aan bij de ambitie van het UMC Utrecht om zorg steeds persoonlijker en doelgerichter te maken.
Jeanine’s leerstoel translationele medische oncologie richt zich daarom niet alleen op nieuwe therapieën, maar ook op het voorkomen van overbehandeling. Dat is belangrijk voor patiënten én voor de zorg als geheel.
Volgens Jeanine vraagt dat om samenwerking tussen verschillende vakgebieden. “Succesvolle innovatie ontstaat alleen wanneer biologen, artsen, datawetenschappers en andere specialisten echt multidisciplinair samenwerken,” verduidelijkt zij. “Juist op het grensvlak van disciplines ontstaan nieuwe ideeën.”
Voorspellen met mini-organen:
Binnen het UMC Utrecht is Jeanine hoofd onderzoek van de afdeling Medische Oncologie. Een belangrijk onderdeel van haar onderzoek is het werken met zogenoemde organoïden. Dat zijn kleine mini-organen of mini-tumoren die in het laboratorium worden gekweekt uit patiëntmateriaal. Daarmee kunnen onderzoekers in de toekomst beter voorspellen hoe een tumor reageert op een behandeling.
“Met organoïden kunnen we behandelingen testen op materiaal van echte patiënten,” legt zij uit. “Dat helpt ons om beter te voorspellen welke therapie kansrijk is en welke niet.”
Het UMC Utrecht, het Hubrecht Instituut en andere partners in Utrecht behoren internationaal tot de voorlopers op dit gebied. De ontwikkeling van organoïden heeft het kankeronderzoek wereldwijd veranderd.
Jeanine bouwde de afgelopen jaren uitgebreide biobanken op met organoïden van patiënten met darmkanker. Die worden gebruikt om nieuwe medicijnen te testen, resistentie tegen behandelingen beter te begrijpen en zogenoemde ‘biomarkers’ te bepalen.
Biomarkers zijn meetbare kenmerken die kunnen helpen voorspellen welke behandeling het beste werkt. Denk bijvoorbeeld aan specifieke genetische eigenschappen van tumoren of hun omgeving. Misschien is er sprake van een DNA-mutatie, of gedragen bepaalde eiwitten zich afwijkend? Door die informatie slim te combineren, hopen onderzoekers patiënten gerichter te kunnen behandelen.
Nieuwe medicijnen dankzij organoïden:
Jeanine’s onderzoek richt zich onder meer op patiënten bij wie standaardbehandelingen onvoldoende werken. Samen met onderzoekers uit verschillende vakgebieden zoekt zij naar nieuwe combinaties van medicijnen en naar manieren om resistentie tegen therapieën te doorbreken.
Een voorbeeld daarvan is de RASTRIC-studie, waarin een nieuwe combinatiebehandeling voor darmkanker wordt getest. Die therapie werd ontwikkeld op basis van onderzoek met organoïden. Het gaat om een mix van drie bestaande medicijnen die nog niet eerder in deze combinatie bij darmkanker werden gebruikt.
“Toen deze nieuwe combinatiebehandeling voor het eerst aan patiënten werd gegeven, werkte ze bij de meeste patiënten helaas niet zoals gehoopt. Ook bij patiënten waarvoor de standaardtherapieën niet meer werkten, sloeg deze experimentele behandeling helaas niet aan”, legt Jeanine uit.
“Met behulp van de weefsels en organoïden van juist deze patiënten kunnen we de behandeling nu preciezer onderzoeken in het laboratorium. Dit helpt om resistentie tegen de therapie beter te begrijpen, en nieuwe behandelingen te ontwikkelen tegen juist deze ongevoelig geworden tumoren. Op deze manier draagt het onderzoek het beste bij aan nieuwe behandelingen voor de groep patiënten die dit het meest nodig heeft.”
Innovatie dankzij data en AI:
Daarnaast onderzoekt Jeanine hoe AI en digitalisering kunnen helpen om tumoren beter te analyseren. Door grote hoeveelheden data te combineren, ontstaan nieuwe mogelijkheden om behandelingen te personaliseren.
Zij leidt daarom onder meer het patiëntcohortplatform van Oncode Accelerator, een landelijk initiatief dat onderzoek naar nieuwe kankerbehandelingen moet versnellen.
Binnen het patiëntcohortplatform worden patiëntgegevens, tumormateriaal, organoïden en AI samengevoegd om sneller nieuwe inzichten te krijgen. Door gegevens en materialen op grote schaal te verzamelen en te analyseren, kunnen onderzoekers patronen ontdekken die eerder verborgen bleven.
“Door onderzoek, data en patiëntenzorg slim te verbinden, kunnen we innovatie versnellen,” concludeert Jeanine.
Nieuwsgierigheid en balans:
Naast onderzoek en patiëntenzorg speelt onderwijs een belangrijke rol in Jeanines werk. Zij begeleidt promovendi, artsen in opleiding en studenten en staat bekend om haar persoonlijke manier van begeleiden.
In 2022 ontving zij de prijs voor Daily Supervisor of the Year van de Graduate School of Life Sciences van de Universiteit Utrecht. Volgens haar gaat goede begeleiding verder dan alleen wetenschappelijke resultaten.
“Ik vind het belangrijk om aandacht te hebben voor de mens achter de onderzoeker. “Wetenschap vraagt nieuwsgierigheid en ambitie, maar ook ruimte voor persoonlijke ontwikkeling en balans.”
Kennis vertalen in betere zorg:
Door de sterke verbinding tussen laboratoriumonderzoek en klinische praktijk wil het UMC Utrecht nieuwe ontdekkingen sneller beschikbaar maken voor patiënten.
Dat is hard nodig, benadrukt Jeanine. “Er gebeurt momenteel enorm veel in het kankeronderzoek. Nieuwe technologieën geven ons steeds meer inzicht in tumoren en behandelrespons. De uitdaging is om die kennis echt te vertalen naar betere zorg voor patiënten.”
Met haar leerstoel wil zij bijdragen aan een toekomst waarin behandelingen voor darmkanker steeds persoonlijker worden.
“Mijn ambitie is om het UMC Utrecht verder te ontwikkelen tot een internationaal centrum voor translationeel darmkankeronderzoek. Door nationale en internationale samenwerking kunnen nieuwe behandelingen uiteindelijk sneller terechtkomen bij de patiënten die daar baat bij hebben.”
Jeanine in het kort:
- Jeanine (1983) studeerde geneeskunde en promoveerde aan het UMC Utrecht/Universiteit Utrecht.
- Vervolgens werd zij opgeleid tot internist-oncoloog/medisch oncoloog aan het UMC Utrecht en het St. Antonius Ziekenhuis.
- Sinds 2018 werkt zij als internist-oncoloog en onderzoeker bij het UMC Utrecht.
- In 2022 werd Jeanine associate professor (universitair hoofddocent, UHD) bij het UMC Utrecht.
- Per medio juli 2026 is Jeanine benoemd tot hoogleraar translationele medische oncologie.
- Jeanine woont in Bussum met haar man Reinier en 2 zoons (9 en 12).
Waarom heb je gekozen voor de medische oncologie?
“Ik kan het persoonlijk begeleiden van patiënten combineren met de onderliggende biologie van kanker. Ik wil bijvoorbeeld begrijpen hoe tumoren en uitzaaiingen ontstaan, waarom behandelingen wel of niet werken, hoe de samenhang van de tumoren met de gezonde cellen is, en hoe ze het immuunsysteem voor zich laten werken. Maar daarnaast mag ik mensen langdurig begeleiden. Ik leer hen echt kennen en kan veel voor hen betekenen. Samen met de patiënten kijk ik wat voor hen op dat moment het beste is en aansluit bij zowel de persoonlijke omstandigheden en wensen als de biologie van de ziekte. Als medisch oncoloog kom je heel dichtbij mensen.”