De Ridder-groep werkt aan snellere diagnose van kinderkanker.

Prof. dr. Jeroen de Ridder is de nieuwe leider van een onderzoeksgroep in het Prinses Máxima Centrum. Hij is expert in bioinformatica. Dat is een vak waarbij biologie, geneeskunde en computers samenkomen. Zijn team gebruikt kunstmatige intelligentie (AI) om snel en precies te ontdekken welke soort kanker een kind heeft. Een goede diagnose is belangrijk, omdat kinderen dan de best passende behandeling kunnen krijgen.
De Ridder werkte al eerder samen met het Máxima. Zo hielp hij mee aan een methode om hersentumoren bij kinderen sneller te herkennen. Die techniek wil hij nu ook gebruiken voor andere vormen van kinderkanker, zoals leukemie, botkanker en neuroblastoom.
‘Wat mij aantrok in het Máxima is de open en samenwerkende sfeer’, zegt De Ridder. ‘Die past goed bij mijn groep. Samen met onze nieuwe collega’s willen we resultaten behalen die belangrijk zijn voor kinderen met kanker.’
Dankzij nieuwe technieken kunnen onderzoekers meer details van een tumor zien. Maar de gegevens zijn ingewikkeld. Het team van De Ridder maakt slimme programma’s die artsen helpen om de juiste behandeling te kiezen.
De Ridder blijft ook onderzoek doen bij het UMC Utrecht, waar hij kanker bij volwassenen onderzoekt. Ook werkt hij veel samen met vakgenoten op het Utrecht Science Park. ‘Ik kijk ernaar uit om met mijn team die kennis en de hulp van AI bijeen te brengen en zo bij te dragen aan betere zorg voor kinderen en volwassenen met kanker.’
Met de komst van prof. dr. Jeroen de Ridder als onderzoekgroepsleider versterkt het Prinses Máxima Centrum zijn expertise op het gebied van kunstmatige intelligentie en moleculaire diagnostiek. De onderzoeksgroep van de ook aan Oncode Institute verbonden De Ridder ontwikkelt slimme algoritmes die moleculaire gegevens razendsnel kunnen analyseren.
Prof. dr. René Medema, wetenschappelijk directeur van het Prinses Máxima Centrum vertelt: ‘De expertise van Jeroen de Ridder op het gebied van bioinformatica en kunstmatige intelligentie is een waardevolle aanvulling op wat we al in huis hebben. Samen kunnen we onze kennis en technologie nog beter inzetten om moleculaire data te benutten voor diagnose die de best passende behandeling van kinderkanker mogelijk maken. Ik ben dan ook blij dat we hem mogen verwelkomen in het Máxima.’
Bio-informatica:
Het lab van De Ridder werkt op het snijvlak van biologie, geneeskunde en informatica. Een belangrijk onderzoeksgebied waar hij zich op gaat richten is de toepassing van AI op zogeheten moleculaire metingen. Deze technieken laten tot in detail zien hoe een tumor in elkaar zit. En die karakterisering levert zeer grote hoeveelheden erg complexe data op. De Ridder: ‘Wij ontwerpen de analysetechnieken waarmee we kennis en inzicht uit die data kunnen verkrijgen. Hoe beter we de tumor in kaart brengen, hoe beter de diagnose.’
Sterke samenwerking binnen Utrecht Science Park:
De Ridder blijft ook als onderzoekgroepsleider verbonden aan het UMC Utrecht. ‘Er zijn veel raakvlakken tussen het volwassen kankeronderzoek waar ik me vanuit UMC Utrecht op richt en dat voor kinderen. Als bio-informaticus zit de overbrugging in het DNA. Ik kijk ernaar uit om samen met de experts uit het Máxima deze overbrugging te maken en vanuit het lab naar de behandelkamer te brengen.’
Daarbij werkt De Ridder samen met vakgenoten op het Utrecht Science Park. ‘Ik geloof echt dat we in Utrecht een unieke situatie hebben gecreëerd: héél veel toponderzoekers op een klein oppervlak. Dat schept veel kansen om dingen samen te doen, bijvoorbeeld via het Utrecht Bioinformatics Center (UBC) of de Utrechtse AI labs waar ik nu al aan deelneem. Ik geloof er echt in dat we samen, met al onze kennis en de hulp van AI, verschil gaan maken voor kinderen met kanker.’
Bron: www.research.prinsesmaximacentrum.nl