De tienjarige Samuel en Meirah halen 3.000 euro op voor onderzoek naar kanker: ’Na onze eerste ronde langs de deuren hadden we ons doel al bereikt’.
Interview.
Samuel en Meirah kennen elkaar al bijna hun hele leven. Hun moeders zijn vriendinnen en later kwamen ze ook bij elkaar in de klas. „Onze zussen zijn ook vriendinnen”, zegt Samuel. „Dus we zijn eigenlijk altijd samen opgegroeid.” Dat ze deze actie samen doen, maakt het extra leuk. „Meirah had het idee en vroeg of ik mee wilde doen”, vertelt hij. „Ik vond het meteen leuk. En samen langs de deuren gaan is ook fijner.”
Aanbellen:
Twee keer per week trekken ze de wijk in. Soms anderhalf uur lang. „De eerste keer was wel spannend”, geeft Meirah toe. „Je belt aan en weet niet wie er opendoet.” De reacties zijn meestal positief. „Mensen zeggen vaak: ’Wat goed dat jullie dit doen’ of ’Wat knap’.” Regelmatig worden ze geconfronteerd met een taalbarrière. „Dan spreken mensen geen Nederlands en moeten we het in het Engels uitleggen”, zegt Samuel. „Dat is lastiger, maar het lukt wel.”
Niet iedereen doneert. „Sommige mensen zeggen dat ze al een ander goed doel steunen”, vertelt Meirah. „Dat is ook oké.” Maar veel deuren leveren wel iets op. De eerste keer haalden ze meteen 300 euro op. „Toen was ons doel al bereikt”, zegt Samuel lachend. „Na één rondje.” Daarna ging het snel. Via familieapps, vrienden, Instagram en Facebook bleef het bedrag stijgen. „En elke keer als we langs de deuren gingen, kwam er weer zo’n 200 euro bij.”
Toen was ons doel al bereikt. Na één rondje
Samuel Westdijk.
Wat het met hen doet om zoveel geld op te halen? „Ik voel me trots”, zegt Meirah. „We hadden nooit gedacht dat het zo hoog zou worden.” Samuel knikt. „Je hebt het gevoel dat je echt iets goeds doet.”
Op school weten inmiddels ook steeds meer mensen van hun actie. „De meester en juf weten het”, zegt Samuel. „En mijn vrienden vinden het heel knap.” De actie loopt nog door tot de run eind mei. „We hebben eigenlijk geen eindbedrag meer”, zegt Meirah. „Gewoon zoveel mogelijk.”
Trainingen:
Naast geld ophalen trainen ze ook voor de run. Meirah zit op atletiek en loopt regelmatig. „Dat is eigenlijk ook meteen training voor de vijf kilometer.” Samen rennen ze soms korte stukjes „voor de lol”. Vorig jaar deden ze de korte afstand, nu gaan ze voor vijf kilometer. „Dat is wel wat meer”, zegt Samuel, „maar het moet lukken.”
De Amsterdam UMC Run is voor hen extra bijzonder. „Je rent deels door het ziekenhuis”, vertelt Meirah enthousiast. „Van buiten naar binnen en weer naar buiten.” Dat maakt het tastbaar waar ze het voor doen. Ook hopen ze op een extra beloning: kinderen die het meeste geld ophalen, kunnen een bijzondere prijs winnen. „Een rondleiding op plekken waar je normaal niet mag komen”, zegt Samuel. „Wij hopen dat we bij de helikopter mogen kijken.” Die maakt indruk op hem. „Het is bijzonder dat je met zo’n ding iemands leven kunt redden.”
Ik vind het leuk om voor mensen te zorgen
Meirah Hoekstra.
Als ze tot slot andere kinderen een boodschap mogen meegeven, hoeven ze niet lang na te denken. „Gewoon doen”, zegt Meirah. „Het is spannend, maar ook heel leuk.” Samuel vult aan: „En het is fijn om mensen te helpen die in zo’n vervelende situatie zitten.”
Over later denken ze ook al een beetje na. Meirah weet het zeker: zij wil verpleegkundige worden. „Ik vind het leuk om voor mensen te zorgen.” Samuel twijfelt nog, maar één ding weet hij wel: „Iets waarbij ik mensen kan helpen.” Nu nog meer deuren langs, de kilometers trainen en in mei samen rennen met een zo hoog mogelijk sponsorbedrag.