Deze maagbacterie lijkt verantwoordelijk voor meer dan 1 op de 5 gevallen van darmkanker wereldwijd.

16-09-2026 12:28

 

 

Redacteur - Jeannette Kras - scientias.nl

 

 

 

Volgens een nieuwe studie is de bacterie Helicobacter pylori wereldwijd gelinkt aan ruim een op de vijf gevallen van darmkanker. Mensen onder de 60 jaar lijken relatief een hoger risico te lopen.

 

Darmkanker is wereldwijd de op een na belangrijkste doodsoorzaak als we kijken naar alle soorten kanker: in 2022 alleen al werden bijna 2 miljoen nieuwe gevallen vastgesteld en overleden er 900.000 mensen aan de ziekte. H. pylori staat al langer bekend als een zogeheten groep 1-carcinogeen, oftewel een bewezen kankerverwekker, vanwege het duidelijke verband met maagkanker. De mogelijke rol van de bacterie bij darmkanker ligt echter al jaren onder vuur in de wetenschap, ook al zijn er steeds meer aanwijzingen die die kant op wijzen.

 

 

Behandeling helpt, maar pas na jaren:

Uit de nieuwe grote meta-analyse blijkt dat blootstelling aan H. pylori samenhangt met een 60 procent hoger risico op darmkanker, vergeleken met nul blootstelling. Ze vonden geen statistisch significante verschillen gelet op geslacht, leeftijd (boven en onder de 60 jaar), diagnosemethode of de aanwezigheid van een nationaal bevolkingsonderzoeksprogramma. In de vier observationele studies die hierover rapporteerden, is behandeling om H. pylori uit te roeien gelinkt aan een lager risico op darmkanker, maar dat effect werd pas na tien jaar zichtbaar. Gepoolde risicoschattingen uit 43 studies, met in totaal bijna 49 miljoen mensen wijzen uit dat blootstelling aan H. pylori wereldwijd mogelijk samenhangt met zo’n 22 procent, oftewel ruim een op de vijf, van alle gevallen van darmkanker. Als je alleen naar de 14 bevolkings- en cohortstudies kijkt, dan ligt dat percentage aanzienlijk lager: 12 procent.

 

 

Jongere generaties, hoger risico?

 

Het lijkt er sterk op dat het aandeel darmkankergevallen dat samenhangt met blootstelling aan H. pylori groter is bij mensen die in latere decennia zijn geboren: van 9,5 procent bij wie vóór 1947 werd geboren, naar zo’n 10 procent bij de generatie 1948–1962, tot 15 procent bij wie tussen 1963 en 1977 ter wereld kwam. De onderzoekers benadrukken dat talloze andere factoren meespelen bij het ontstaan van darmkanker: niet-beïnvloedbare, zoals genetica en leeftijd, maar ook beïnvloedbare factoren, zoals leefstijl en voeding. Wereldwijd bepalen die nog altijd een groter deel van alle darmkankergevallen dan H. pylori.

 

 

Voorzichtigheid geboden:

“Het beheersen van H. pylori kan helpen om maagkanker te voorkomen en, als het verband met darmkanker inderdaad oorzakelijk blijkt te zijn, ook de ziektelast te verminderen in gebieden waar de bacterie veel voorkomt”, schrijven de onderzoekers. “Maar hoe succesvol dat is, hangt af van de lokale epidemiologie, de capaciteit van de gezondheidszorg en de mate waarin dit aansluit bij bestaande bevolkingsonderzoeken naar darmkanker. Net als bij de preventie van maagkanker roept grootschalige uitroeiing van H. pylori ook vragen op over verantwoord antibioticagebruik, resistentie en de bijwerkingen van de behandeling.”

 

 

Helicobacter pylori in Nederland:

Helicobacter pylori is een bacterie die de maagwand infecteert en wereldwijd bij een groot deel van de bevolking voorkomt. In Nederland is de prevalentie de afgelopen decennia flink gedaald, mede door verbeterde hygiëne en levensomstandigheden. Naar schatting draagt momenteel ongeveer 15 tot 20 procent van de volwassenen de bacterie bij zich, met hogere percentages onder oudere generaties en mensen met een migratieachtergrond, waar de prevalentie in het land van herkomst vaak hoger lag.De besmetting verloopt meestal via directe overdracht tussen mensen, bijvoorbeeld binnen gezinnen tijdens de jeugd. Veel dragers hebben geen klachten, maar de bacterie kan maagontsteking, maagzweren en op de lange termijn maagkanker veroorzaken. Diagnose gebeurt via een ademtest, ontlastingstest of maagbiopsie. Behandeling bestaat doorgaans uit een combinatie van antibiotica en een maagzuurremmer, de zogeheten eradicatietherapie, die in de meeste gevallen succesvol is.

 

 

 

Bron: www.scientias.nl