Dit leverde de zwemactie van Maarten van der Weijden op voor leukemieonderzoek.


De noodzaak voor meer onderzoek naar AML is groot. Gemiddeld leeft slechts 25 procent van de patiënten vijf jaar na de behandeling nog. ‘Dat is echt onvoldoende, en daar moeten we wat aan doen’, vertelt Schuringa. Tegelijkertijd wordt al tientallen jaren onderzoek gedaan naar de ziekte. ‘Waarom lukte het tot nu toe niet om tot betere behandelingen te komen? Daarin zijn de afgelopen tien jaar grote stappen gezet. We begrijpen nu veel beter wat de behandeling zo lastig maakt.’
'Deze ziekte is bij iedere patiënt anders. Dat maakt AML zo moeilijk te behandelen.'
Iedere patiënt is anders:
AML ontstaat door mutaties: foutjes in het DNA. Er zijn 200 mutaties in meer dan 50 genen bekend die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van AML. ‘Maar niet iedere patiënt heeft dezelfde mutaties. Van die 200 mutaties heeft een patiënt er een stuk of vier, vijf, soms zes. Sommige komen vaker voor, andere zijn zeldzaam. De mutaties ontstaan bovendien stapsgewijs, over vele jaren. Er is dus niet één mutatie die bij alle patiënten voorkomt. Kortom: deze ziekte is bij iedere patiënt anders, en dat maakt de behandeling heel lastig.’
Stap voor stap begrijpen wat er misgaat:
Daarvoor gebruikt Schuringa met zijn team patiëntmateriaal. Bij het stellen van de diagnose wordt beenmerg en bloed afgenomen. Met toestemming van de patiënt kan een deel daarvan ook voor onderzoek worden gebruikt. ‘Dat materiaal is ontzettend waardevol voor onze studies. Maar we zien daarin vooral hoe een leukemiecel er uiteindelijk uitziet. In de jaren daarvoor hebben zich verschillende veranderingen in de cel voorgedaan. Dan is moeilijk te bepalen welke verandering welk effect heeft gehad.’
Leukemie nabootsen in het lab:
Leukemiecellen gericht herkennen:
'Hoe beter we begrijpen wat er misgaat in een leukemiecel, hoe gerichter we uiteindelijk kunnen behandelen.'
Steeds gerichter behandelen:
‘Door ons verbeterde inzicht in het ontstaan van leukemie kunnen we nu tot betere en specifiekere behandelingen komen’, zegt Schuringa. ‘Targeted therapy noemen we dat: gerichte therapie. Daarbij grijpen medicijnen specifiek aan op een mutatie of op het proces dat daardoor verstoord wordt.’
Steeds meer van deze gerichte behandelingen komen beschikbaar. ‘Helaas zijn er nog lang niet voor alle 200 mutaties zulke therapieën. Maar ons onderzoek biedt nieuwe aanknopingspunten waarmee we hopelijk snel grote stappen kunnen zetten.’
Meer dan geld voor onderzoek:
Voor Schuringa zit de waarde van een actie als die van Van der Weijden dan ook niet alleen in het geld dat onderzoek mogelijk maakt. ‘Het helpt ook om aandacht te vragen voor ziekten waarvoor nog veel onderzoek nodig is. Dat mensen weten dat onderzoek tijd kost en dat fundamenteel onderzoek daarbij onmisbaar is.’
Want voordat een nieuwe behandeling bij patiënten beschikbaar komt, is eerst kennis nodig over wat er precies misgaat. ‘Hoe beter we begrijpen wat er gebeurt, hoe beter we kunnen zoeken naar oplossingen. Uiteindelijk doen we dat met één doel: ervoor zorgen dat we meer mensen met leukemie kunnen helpen.’
Bron: www.nieuws.umcg.nl