Eerste patiënt met alvleesklierkanker ter wereld behandeld met nieuwe therapie.

04-05-2026 08:56

 

 

Auteur: Eric Reijnen Rutten - ad.nl/gezond

 

 

 

Een patiënt met alvleesklierkanker is in het Radboudumc als eerste ter wereld behandeld met een nieuwe, experimentele vorm van immuuntherapie. De behandeling biedt hoop dat een van de moeilijkst behandelbare vormen van kanker in de toekomst beter te bestrijden is.

 

Bij de behandeling worden de eigen afweercellen van de patiënt genetisch aangepast zodat ze kankercellen kunnen herkennen en vernietigen.

 

„Het is een zeer innovatieve behandeling”, zegt Carla van Herpen, hoogleraar zeldzame kankers en medisch oncoloog bij het Radboudumc.

 

„Bij alvleesklierkanker zijn de vooruitzichten vaak slecht en zijn de behandelmogelijkheden beperkt. Daarom is het juist bij deze ziekte belangrijk om te proberen nieuwe doorbraken te realiseren.”

 

 

Cellen uit bloed patiënt gehaald en in lab genetisch aangepast:

 

De nieuwe therapie maakt gebruik van T‑cellen, een type witte bloedcel dat een belangrijke rol speelt in het afweersysteem.

 

Deze cellen worden eerst uit het bloed van de patiënt gehaald via een speciale filtratieprocedure. Vervolgens worden ze in een laboratorium genetisch aangepast.

 

„De cellen krijgen een extra receptor die een specifieke verandering in de tumorcellen kan herkennen”, legt hematoloog en onderzoeker Suzanne van Dorp uit.

 

„Daardoor kunnen ze heel gericht de kankercellen opsporen en aanvallen.”

 

 

Aanpak lijkt op behandeling bij bloedkanker:

Nadat de cellen zijn aangepast, worden ze teruggegeven aan de patiënt. Daar moeten ze de tumorcellen herkennen en vernietigen.

 

De aanpak lijkt op CAR-T-celtherapie, een behandeling die bij sommige vormen van bloedkanker al succesvol wordt toegepast.

 

Bij tumoren zoals alvleesklierkanker is dat echter veel ingewikkelder. Tumorcellen kunnen namelijk sterk van elkaar verschillen, waardoor ze niet altijd allemaal hetzelfde herkenningspunt dragen voor het afweersysteem.

 

„Dat maakt het lastiger om een behandeling te maken die alle kankercellen aanpakt,” zegt Van Dorp. „Maar als het lukt om de juiste doelwitten te vinden, kan deze vorm van therapie veel potentie hebben.”

 

 

Bij klein aantal ziekenhuizen wereldwijd:

De behandeling wordt onderzocht in een zogeheten fase‑1‑studie, waarin vooral wordt gekeken naar veiligheid en de juiste dosering.

 

De studie wordt uitgevoerd in een klein aantal ziekenhuizen wereldwijd, waaronder het Radboudumc en het Amsterdam UMC. In Nijmegen is nu de allereerste patiënt behandeld.

 

Volgens mede-onderzoeker Ingrid Desar, internist-oncoloog en hoogleraar innovatieve sarcoomzorg, is dat mede te danken aan de gespecialiseerde fase 1-unit van het ziekenhuis, waar experimentele kankerbehandelingen worden getest. Daar lopen momenteel 22 vroege klinische studies naar nieuwe middelen.

 

 

Ziekenhuis kan snel schakelen:

„Dit soort studies zijn zeer intensief en vereisen veel samenwerking”, zegt ook Van Herpen. „We hebben een groot team van onderzoekers, verpleegkundigen, data‑specialisten en laboratoria die dit mogelijk maken.” Door die samenwerking kan het ziekenhuis relatief snel schakelen als een nieuwe behandelvorm uitgeprobeerd kan worden.

 

Niet alle patiënten met alvleesklierkanker komen voor de nieuwe behandeling in aanmerking. Mensen die alvleesklierkanker hebben en willen meedoen aan de studie, kunnen dat het beste bij hun eigen behandelaar aankaarten.

 

De therapie werkt alleen bij tumoren met specifieke genetische kenmerken en bij patiënten die afweercellen hebben die geschikt zijn om te worden aangepast. Daarom worden patiënten eerst uitgebreid gescreend.

 

Daarnaast krijgen deelnemers aan de studie eerst chemotherapie. Daarna volgt de behandeling met de aangepaste T‑cellen. De patiënten kunnen er bijwerkingen van ervaren, zoals hoge koorts.

 

 

Kankercellen kunnen geheel uit lichaam verdwijnen:

Als de therapie goed werkt, kan het zijn dat de kankercellen geheel uit het lichaam verdwijnen. Het kan ook zijn dat de tumoren dusdanig afnemen dat een operatie mogelijk is en het overige tumorweefsel kan worden weggesneden. In beide gevallen vergroot het kans op een langere overleving van een patiënt.

 

Maar het onderzoek staat nog aan het begin, waarschuwen de onderzoekers. Bij de eerste patiënt die de therapie nu ondergaat wordt op zijn vroegst pas over enkele maanden bekend of het werkt. Tot nu toe maakt de patiënt het goed.

 

Het kan volgens de onderzoekers nog wel tien jaar duren voordat een dergelijke behandeling beschikbaar komt als standaardtherapie. Toch zien de onderzoekers het als een belangrijke stap.

 

„We kunnen nu nog niet zeggen dat dit een doorbraak is”, zegt Van Herpen. „Maar dit soort studies bieden wel kansen voor patiënten en helpen ons om nieuwe behandelingen te ontwikkelen.”

 

 

Bron: www.ad.nl