Groot Europees onderzoek naar rol omgevingsfactoren in ontstaan kinderkanker.


Een groot Europees consortium gaat onderzoek doen naar omgevingsfactoren die kanker bij kinderen en jongvolwassenen kunnen veroorzaken. Een stijging in kankerdiagnoses bij tieners en jongvolwassenen wijst erop dat blootstelling aan omgevingsfactoren een grotere rol speelt dan voorheen gedacht. Met rigoureus onderzoek naar externe oorzaken van kinderkanker hoopt het onderzoeksteam bij te dragen aan betere regelgeving, om in de toekomst sommige gevallen van kinderkanker te kunnen voorkomen.
Lang werd gedacht dat kinderkanker bij de meeste kinderen komt door pure pech: de groei van cellen in het jonge lichaam raakt ontspoord. Kinderen leven nog niet lang genoeg om blootgesteld te zijn aan kankerverwekkende stoffen of andere omgevingsfactoren zoals luchtvervuiling, was de gedachte.
Bij ongeveer één op de tien kinderen met kanker is er een erfelijke DNA-fout die bijdraagt aan het ontstaan van de ziekte. Sinds de jaren '90 is er een stijging in het aantal tieners en jongvolwassenen die gediagnosticeerd worden met kanker. Er is een sterk vermoeden dat een deel van deze stijging komt door omgevingsfactoren.
Daarom gaan onderzoekers uit negen Europese landen en Canada, geleid door het Prinses Máxima Centrum, op zoek naar stoffen die mogelijk kankerverwekkend zijn in kinderen en jongvolwassenen. De onderzoekers zullen focussen op blootstelling voor de geboorte en in het vroege leven van kinderen en jongvolwassenen met bloed- of hersenkankers.
Het onderzoek is gefinancierd door de Europese Unie, en is deze maand gestart.
Ben je of is je kind onder behandeling (geweest) en heb je vragen over dit onderzoek? Bekijk de Vraag & Antwoord pagina of neem contact op met je regiebehandelaar of het zorgteam.
Epidemiologie en lab:
Eerst koppelen de onderzoekers epidemiologische gegevens over het vóórkomen van kinderkanker aan gegevens over blootstelling aan tal van omgevingsfactoren. Daarin zullen onderzoekers van de Universiteit Utrecht stoffen uit de omgeving, bijvoorbeeld uit luchtvervuiling en pesticiden, meten in bloedmonsters van mensen die op jonge leeftijd kanker hebben gekregen. De onderzoekers kijken ook naar relatief nieuwe blootstellingen, zoals stoffen in vapes.
De stoffen die de onderzoekers in de eerste fase hebben gevonden, zullen ze uitgebreid verder testen in het lab. Door de stoffen op menselijke stamcellen te testen, onderzoeken ze het biologische effect ervan. Zo willen ze onderzoeken of de stoffen daadwerkelijk kankerverwekkend zijn: dus of ze direct of indirect bijdragen aan het ontstaan van kanker.
Naar stoffen met een (in)direct kankerverwekkend effect gaan de onderzoekers nog meer onderzoek doen. In deze laatste stap willen ze kijken of de biologische ‘vingerafdruk’ die een kankerverwekkende stof achterlaat in het DNA, ook al te vinden is in weefsel van gezonde mensen. Als dat zo is, levert dit wetenschappelijk bewijs voor het aanpassen van beleid met betrekking tot blootstellingen. Daarmee hopen de onderzoekers eraan bij te dragen om sommige gevallen van kanker te voorkomen.
Prof. dr. Ruben van Boxtel, onderzoeksgroepsleider in het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie en bij Oncode Institute, leidt het Europese consortium CUECAN. Hij zegt: ‘Men is er lang van uitgegaan dat kinderkanker niet te voorkomen is. Maar er zijn steeds meer aanwijzingen dat die aanname niet klopt. De toename van kanker bij tieners en jongvolwassenen wijst erop dat omgevingsfactoren een rol kunnen spelen.
‘Als we in deze grootschalige studie ook maar één blootstelling kunnen identificeren die het risico op kanker vergroot en die te voorkomen is, kan dat een doorbraak betekenen. Dan openen zich mogelijkheden voor preventie.
‘Individuen hebben geen controle over de omgevingsfactoren waaraan zij worden blootgesteld. Juist daarom is het zo belangrijk deze externe oorzaken te achterhalen. Alleen zo kunnen we voorkomen dat kinderen hier in de toekomst ziek van worden.’
Bron: www.prinsesmaximacentrum.nl