Helderheid over scans bij kinderen met botkanker.


Een grote Europese groep artsen onder leiding van onderzoekers van het Prinses Máxima Centrum hebben de eerste Europese ‘evidence-based’ richtlijn gemaakt voor het gebruik van beeldvorming bij kinderen en volwassenen met een bottumor. Daarmee trekken ze één lijn in hoe beeldvorming wordt ingezet, van diagnose tot controles na behandeling. De richtlijn laat ook zien waar nog kennis ontbreekt en waar vervolgonderzoek nodig is om de zorg verder te verbeteren.
Beeldvorming, zoals MRI-, CT- en PET-scans, is onmisbaar in de zorg voor kinderen met osteosarcoom en Ewing sarcoom, twee soorten botkanker. Artsen gebruiken deze scans om de tumor te vinden, te bepalen hoe ver de ziekte gevorderd is, te volgen of de behandeling werkt, en bij het controleren van het kind nadat de behandeling klaar is. Toch blijkt uit het onderzoek dat er verrassend weinig sterk wetenschappelijk bewijs bestaat voor veel van deze keuzes.
Prof. dr. Hans Merks is kinderoncoloog en onderzoekgroepsleider in het Prinses Máxima Centrum. Hij is gespecialiseerd in beeldvorming bij bot- en weke delen sarcomen. Hij leidde een studie om te kijken naar het wetenschappelijke bewijs achter de huidige beeldvorming bij kinderen met kanker.
Merks: ‘Voor elke soort kinderkanker bestaan er afspraken over wanneer, hoe vaak en welke scans ze krijgen om de ziekte goed in beeld te krijgen. Wij wilden weten: krijgen kinderen echt de juiste scans op het juiste moment? Op welk bewijs is dit gebaseerd? Het bleek dat veel dagelijkse keuzes vooral gebaseerd zijn op jarenlange ervaring en veel minder op sterk wetenschappelijk bewijs dan je zou verwachten. Met deze richtlijn brengen we de huidige kennis samen én laten we zien welke vragen we de komende jaren moeten beantwoorden.’
Voor kinderen met botkanker die in het Máxima worden behandeld verandert er weinig. De gebruikte beeldvorming sluit al grotendeels aan bij de nieuwe aanbevelingen. De grootste winst zit erin dat de beeldvorming internationaal hetzelfde wordt. Als ziekenhuizen dezelfde scans op dezelfde momenten gebruiken, kunnen we de resultaten beter vergelijken. Zo kunnen internationale studies sneller antwoord geven op belangrijke vragen over de beste zorg voor kinderen met botkanker. Daarnaast kan de richtlijn de zorg voor sommige kinderen verbeteren. De richtlijn helpt bijvoorbeeld om bewuster keuzes te maken in het gebruik van scans, zodat kinderen niet meer of minder scans krijgen dan nodig.
De studie naar scans bij kinderen met botkanker werd gefinancierd door Stichting EV@ (Ewing sarcoom Verdient Aandacht). De resultaten zijn gisteren 29 Juni 2026 gepubliceerd in het vooraanstaande vakblad The Lancet Oncology.
Grootschalige analyse:
Voor de richtlijn werkte een grote internationale groep van 36 experts in beeldvorming bij bottumoren uit 12 landen samen in het FOSTER en Euro Ewing Consortium. Zij bekeken duizenden wetenschappelijke studies en de dagelijkse praktijk in ziekenhuizen. Van de ruim 2000 gevonden studies voldeden er uiteindelijk 13 aan de criteria om mee te nemen in de analyse. De onderzoekers combineerden deze inzichten met de ervaring van experts uit heel Europa. Dat leidde tot concrete aanbevelingen voor het gebruik van scans bij diagnose, het volgen van de behandeling en controles daarna. Tegelijk werd duidelijk waar nog belangrijke vragen openstaan, bijvoorbeeld over welke scan het beste werkt in verschillende situaties.
Fundament om beeldvorming verder te brengen:
De nieuwe richtlijn helpt om de zorg verder te versterken. Door meer met dezelfde protocollen te werken – zoveel mogelijk gebaseerd op wetenschappelijk bewijs en anders op de opinie van Europese experts – kunnen artsen de zorg direct verbeteren en tegelijk bijdragen aan onderzoek dat het bewijs gaat leveren voor de standaardzorg van de toekomst. ‘Als je wilt definiëren wat standaardzorg is, ontdek je ook meteen waar nog kennis ontbreekt,’ zegt Merks. ‘Daar liggen weer belangrijke vragen voor vervolgonderzoek.’
Daarnaast legt de richtlijn een belangrijke basis voor toekomstig onderzoek. Door beeldvorming beter op elkaar af te stemmen, kunnen gegevens uit verschillende ziekenhuizen makkelijker worden samengevoegd. Dat maakt grotere studies mogelijk, bijvoorbeeld naar imaging biomarkers die kunnen voorspellen of een behandeling aanslaat. ‘Als je data wilt samenbrengen, moet je die harmoniseren,’ aldus Merks. ‘Anders geldt: garbage in, garbage out.’
Met deze gezamenlijke Europese aanpak ontstaat er een stevig fundament om beeldvorming bij botkanker stap voor stap verder te verbeteren. Het vervolgonderzoek dat hieruit voortkomt, moet de komende jaren helpen om nog beter te bepalen welke scans het meeste verschil maken voor kinderen met botkanker.
Bron: www.prinsesmaximacentrum.nl