Kanker hackt de zenuwen – en daar kunnen we gebruik van maken.

19-03-2026 08:48

 

 

Auteur: Gorm Palmgren - wibnet.nl/gezondheid

 

 

 

Kankercellen manipuleren zenuwen en gebruiken ze als een snelweg door het lichaam. Die ontdekking schokte de onderzoekers, maar opent nu in principe de deur om kanker te behandelen met heel gewone medicijnen die veel mensen al gebruiken.

 

Na jarenlange strijd tegen kanker beseffen onderzoekers nu dat ze mogelijk op de verkeerde plek hebben gezocht. De huidige behandelingen richten zich op de kankercel zelf, maar er bestaat een verborgen dynamiek rondom de tumor waarin kankercellen en zenuwen informatie uitwisselen en elkaar beïnvloeden.

 

Dit staat centraal in een nieuw onderzoeksveld, cancer neuroscience, dat onderzoekt hoe kanker het communicatienetwerk in het lichaam kan hacken en inzetten om sneller te groeien en zich te verspreiden.

 

De samenwerking tussen kanker en het zenuwstelsel is een onheilspellende ontdekking, maar biedt ook perspectief: wellicht kunnen we kanker behandelen met bestaande medicijnen die veel mensen al gebruiken.

 

 

Tumor steelt energie van zenuwen:

Tot nu toe zagen wetenschappers tumoren als geïsoleerde klompjes gemuteerde cellen. Als artsen kankercellen en zenuwvezels vonden die waren vergroeid, werd dat eigenlijk genegeerd.

 

Maar in 2024 toonde een team onderzoekers van onder meer de Universiteit van Zhengzhou in China aan dat die verbinding niet toevallig is. Ze ontdekten waarom de twee zo verschillende celtypen elkaar opzoeken.

 

2 keer sneller groeiden tumoren bij muizen toen ze een groeibevorderende stof uit de zenuwen kregen.

 
 
 
In de experimenten van de onderzoekers bleken tumorcellen van galwegkanker veel van de groeifactor NGF uit te scheiden. Een groeifactor is een signaalstof die celgroei stimuleert. Normaal maakt het lichaam alleen NGF aan wanneer beschadigde zenuwen hersteld moeten worden. NGF werkt als een soort noodsignaal voor de zenuwcellen, en kankercellen benutten dat mechanisme.
 

Als NGF van de kankercel zich aan een receptor op de zenuwcellen bindt, start dat een proces waarbij de zenuw nieuwe uitlopers vormt, rechtstreeks in de tumor. De binnendringende zenuwvezels voorzien de kankercellen van groeisignalen, waardoor de tumor sneller groeit.

 

Het verband was duidelijk in celkweken in het laboratorium, maar kwam ook naar voren in experimenten met levende muizen.
 

De onderzoekers transplanteerden kankercellen van patiënten met galwegkanker in muizen en injecteerden vervolgens NGF rechtstreeks in de tumoren. De tumoren die NGF kregen, groeiden bijna twee keer zo snel als die zonder. Ook was 83 procent van de tumoren in de NGF-groep vergroeid met zenuwen, tegen slechts 16 procent in de controlegroep.

 

Een vergelijkbaar patroon is sindsdien ook gezien bij prostaat-, alvleesklier- en borstkanker.

 

Een ander onderzoeksteam ontdekte een jaar later dat kankercellen zenuwsignalen niet alleen gebruiken om hun groei te bevorderen, maar ook de energie ervan stelen.

 

In een baanbrekend onderzoek uit 2025 brachten onderzoekers van de Universiteit van South Alabama in de VS in een transparante gel levende zenuwcellen in contact met borstkankercellen en voegden ze fluorescerende kleurstoffen toe aan beide.

 

Onder de microscoop zagen ze hoe mitochondriën via minuscule tunnels van de zenuw naar de kankercel migreerden. Mitochondriën zijn de energiecentrales van cellen, en kankercellen die ze te pakken krijgen, krijgen een energieboost waardoor ze agressiever en krachtiger worden.

 

 

Kanker herprogrammeert zenuwen:

Sommige soorten kanker zuigen direct energie uit zenuwen, andere functioneren als hackers: zij herprogrammeren de zenuwen.

 

In 2020 toonden onderzoekers uit Houston in de VS aan dat hoofd-halskanker ervoor kan zorgen dat zenuwen in het gebied hun gedrag veranderen en noradrenaline gaan afgeven – een signaalstof die tumorontwikkeling en de vorming van meer bloedvaten stimuleert.

 

De kankercellen scheiden kleine vetbolletjes af met genetisch materiaal, die door de zenuwen worden opgenomen en hun genactiviteit kunnen aanpassen, waardoor hun gedrag verandert.

 

 

Bron: www.wibnet.nl