Lokale behandeling van uitgebreide uitzaaiingen na darmkanker levert niets extra’s op.
Auteur: Hanne van den Baere - amazingerasmusmc.nl/oncologie
Darmkanker.


Hoop versus werkelijkheid:
De bevindingen zijn van groot belang voor de dagelijkse praktijk. Ze verlichten niet alleen de belasting voor patiënten, maar ook voor het zorgsysteem. Onnodige operaties en andere lokale behandelingen blijven achterwege en zorgteams kunnen efficiënter werken. Wanneer een patiënt met darmkanker uitzaaiingen heeft in twee of meerdere organen, wordt zijn of haar dossier besproken in multidisciplinaire teams met zowel chirurgen, radiotherapeuten, interventieradiologen en oncologen.
Deze studie werd uitgevoerd door de Orchestra-studiegroep waarin onder andere medisch oncoloog dr. Tineke Buffart van het Amsterdam UMC en dr. Elske Gootjes van het Radboudumc meewerkten. Dat gebeurde met steun van de Dutch Colorectal Cancer Group (DCCG)
Volgens Verheul is een belangrijk voordeel van de studie dat deze complexe casussen voortaan geen discussiepunt meer zijn in het multidisciplinair overleg. ‘Zo winnen we weer heel wat tijd om de patiënt verder te helpen’, verduidelijkt Verheul. In een zorgsysteem dat onder grote druk staat, laat dit onderzoek bovendien zien dat er kan worden bespaard zonder in te leveren op kwaliteit van zorg. Hierdoor zullen behandelplannen voor patiënten met uitgebreid uitgezaaide darmkanker veranderen, verwachten Verhoef en Verheul.
Moeilijkheid in selectie:
Tussen mei 2013 en mei 2023 namen 454 patiënten deel aan het ORCHESTRA-onderzoek, dat werd uitgevoerd in 28 verschillende ziekenhuizen. Om mee te kunnen doen, moesten patiënten minstens twee uitzaaiingen hebben buiten de lever, verspreid over minimaal twee organen. Zo kwam bijvoorbeeld een patiënt met één leveruitzaaiing en twee longuitzaaiingen in aanmerking. Bovendien moesten die uitzaaiingen lokaal te behandelen zijn met een operatie, bestraling of via verbranding met een verhitte naald.
Betere behandelingen:
Het doel van studie was aan te tonen dat patiënten door aanvullende behandeling van de zichtbare uitzaaiingen tenminste 6 maanden langer zouden blijven leven. Dat doel werd niet bereikt. Patiënten die de standaardbehandeling met chemotherapie kregen, leefden gemiddeld 27,5 maanden. Patiënten die daarbij de aanvullende lokale behandeling kregen, overleefden 30 maanden. Dit kleine numerieke verschil was niet statistisch significant en voldeed daarmee niet aan het vooraf vastgestelde doel van 6 maanden overlevingsverbetering.
Omdat lokale ingrepen geen voordeel opleveren voor deze groep patiënten, wordt de noodzaak voor betere systemische therapieën duidelijker. Verheul zegt hierover: ‘De gemiddelde overleving is nu ongeveer 30 maanden. Er is nog ontzettend veel te winnen, en dat is niet door meer lokale behandelingen te doen, maar door betere medicijnen en scherpere behandeldoelen te ontwikkelen.’
Tegelijkertijd laten andere recente studies zien dat lokale behandeling voor patiënten met beperkte uitzaaiingen in slechts één orgaan, bijvoorbeeld alleen in de lever, wel verschil kan maken. Verhoef verduidelijkt: ‘Bij een selecte groep patiënten kan een levertransplantatie de overlevingskans verhogen. Daarom blijft het belangrijk om goed te onderzoeken wie baat heeft bij welke aanpak.’
Passende zorg:
Het Erasmus MC biedt de zorg die aansluit bij de behoefte van de patiënt: zorg die de patiënt samen met de behandelaar kiest. En zorg die plaatsvindt op de juiste plek: in ons universitair medisch centrum, een ander ziekenhuis, thuis of waar dan ook. Zoals beschreven in Koers28, de strategie van het Erasmus MC.
Bron: www.amazingerasmusmc.nl