Mannen en oudere patiënten lopen vaker risico op een tweede kanker.
Redacteur - Karlijn van Rosmalen - scientias.nl
Genezen van kanker betekent niet altijd dat het gevaar geweken is: miljoenen overlevenden lopen een verhoogd risico op een tweede vorm van kanker. Nieuw onderzoek onthult welke groepen het meest kwetsbaar zijn.
Op basis van tientallen jaren aan Amerikaanse patiëntgegevens concluderen onderzoekers dat niet alle kankeroverlevenden hetzelfde risico lopen op een tweede kankersoort. Een hogere leeftijd bij de eerste diagnose en het mannelijk geslacht vergroten die kans. Ook het type eerste kanker speelt een belangrijke rol: zo hebben overlevenden van long-, blaas- en huidkanker een verhoogd risico op het ontwikkelen van een nieuwe kankervorm. Deze inzichten kunnen helpen om nazorg en langdurige monitoring beter af te stemmen op risicogroepen.
Betere kansen voor kankerpatiënten:
De opsporing en behandeling van kanker zijn de afgelopen jaren sterk verbeterd, waardoor de groep kankeroverlevenden groeit. In de Verenigde Staten zal het aantal overlevenden naar verwachting in het komende decennium met 22 procent toenemen: van 18 miljoen in 2025 tot meer dan 22 miljoen in 2035. Ook in Nederland is vooruitgang zichtbaar: het percentage mensen dat vier jaar na een kankerdiagnose nog leeft, steeg in de afgelopen dertig jaar van 51 naar 72 procent.
Tegelijkertijd blijven overlevenden een verhoogd risico houden op het ontwikkelen van nieuwe primaire kankers, los van hun oorspronkelijke diagnose. Dit risico kan worden beïnvloed door factoren zoals hogere leeftijd, blootstelling aan bestraling en/of chemotherapie en leefstijlfactoren zoals roken, obesitas en een ongezond dieet.
Leeftijd en geslacht:
Met behulp van patiëntgegevens van meer dan 3 miljoen kankeroverlevenden in de Verenigde Staten, verzameld tussen 1975 en 2019, onderzochten onderzoekers hoe demografische factoren en kenmerken van kanker samenhangen met het risico op een volgende kanker. Leeftijd en geslacht bleken daarbij cruciale factoren.
Het risico op een tweede kanker stijgt lineair met de leeftijd waarop de eerste kanker wordt vastgesteld. Wanneer dit vóór het twintigste levensjaar gebeurt, is die kans voor mannen en vrouwen vrijwel gelijk. Na die leeftijd neemt het risico bij mannen echter sneller toe dan bij vrouwen. Vooral bij longkanker, darmkanker en huidmelanoom blijken mannen een hoger risico te hebben op de ontwikkeling van een tweede kanker.
Uitzonderingen en kanttekeningen:
In tegenstelling tot bijna alle andere kankersoorten neemt het risico op een tweede kanker bij vrouwelijke overlevenden van borstkanker niet toe met de leeftijd, maar blijft het relatief stabiel over verschillende leeftijdsgroepen. Wel hebben vrouwen onder de veertig met borstkanker het hoogste risico op een tweede kanker vergeleken met andere kankertypen. Bij mannen geldt dat vooral voor darmkanker. Vanaf het zeventigste levensjaar verschuift de kankersoort met het hoogste risico op een volgende kanker voor beide geslachten naar huidmelanoom.
Een andere opvallende uitzondering is de groep vrouwelijke overlevenden van longkanker. Bij hen is het risico op een tweede kanker tussen 1975 en 2019 met ongeveer zestig procent gestegen. Met andere woorden: hoewel mannen nog steeds vaker een tweede kanker ontwikkelen na longkanker, wordt het verschil kleiner doordat het risico bij vrouwen sinds de jaren zeventig sterk is toegenomen. Volgens de onderzoekers hangt deze stijging mogelijk samen met veranderingen in rookgedrag en verbeterde overlevingskansen na de eerste diagnose, waardoor er meer tijd is waarin een tweede kanker kan ontstaan.
De onderzoekers benadrukken dat ze zich hebben gericht op de meest voorkomende kankersoorten om de belangrijkste trends in kaart te brengen. Daardoor zijn zeldzamere kankers en specifieke subtypen niet afzonderlijk in detail geanalyseerd.
Langdurige nazorg en monitoring:
De bevindingen benadrukken het belang van langdurige nazorg en risicogebaseerde monitoring voor kankeroverlevenden. Door beter in kaart te brengen welke groepen een verhoogd risico lopen, kunnen preventie, controle en nazorg gerichter worden ingericht. Kankerzorg houdt namelijk niet op na een succesvolle behandeling: juist in de jaren daarna is het cruciaal om risico’s tijdig te signaleren en waar mogelijk te verkleinen.
Bron: www.scientias.nl