Mensen met kanker blijven steeds langer leven: ‘De vooruitzichten bij longkanker waren jarenlang echt hopeloos’.

02-07-2026 13:10

 

 

Maud Effting is zorg- en onderzoeksjournalist van de Volkskrant.

 

 

De overlevingskansen van mensen met kanker zijn de afgelopen decennia sterk gestegen. Vijf jaar na de kankerdiagnose is 71 procent van de patiënten nog in leven, tegenover 48 procent dertig jaar geleden. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL).

 

 

Een patiënt ondergaat een scan op de afdeling oncologie van het Haaglanden Medisch Centrum Antoniushove. ANP

 

 

 

De grootste vooruitgang is zichtbaar bij patiënten bij wie de ziekte in stadium III wordt vastgesteld: een vergevorderd stadium waarin de kanker vaak is doorgegroeid naar omliggend weefsel of nabijgelegen lymfeklieren, maar nog niet is uitgezaaid naar andere organen. Hun vijfjaarsoverleving verdubbelde in dertig jaar tijd bijna van 30 naar 56 procent.

 

Opvallend is dat de vooruitzichten de afgelopen tien jaar ook verbeterden voor patiënten met kanker in stadium IV, waarbij de ziekte wél is uitgezaaid naar andere organen. De vijfjaarsoverleving in deze groep steeg in deze periode gemiddeld van 18 naar 25 procent. Vooral bij uitgezaaide borst-, prostaat- en nierkanker werd relatief veel winst geboekt.

 

‘We hebben in deze groep met uitzaaiingen heel lang heel weinig zien gebeuren’, zegt hoofd Registratie Otto Visser van het IKNL ‘Dus dit valt wel op.’

 

Deze vooruitgang is niet bij alle kankersoorten te zien. Zo is uitgezaaide alvleesklierkanker nog altijd een van de soorten met de slechtste vijfjaarsoverleving. Ook bij een diagnose van uitgezaaide maagkanker zijn vijf jaar later nog nauwelijks patiënten in leven.

 

 

Systemische therapie:

Volgens Visser is de toegenomen overleving vooral te danken aan de toename van ‘systemische therapieën.’ Dit zijn behandelingen die in het hele lichaam werken en daardoor ook uitgezaaide tumorcellen aan kunnen vallen, zoals chemotherapie, immunotherapie, hormoontherapie en doelgerichte therapie. ‘De afgelopen tien jaar kwam er een lawine aan nieuwe geneesmiddelen op de markt.’

 

 

 

 

 

Voor een deel van de patiënten leidde dit tot verlenging van het leven. ‘Deze middelen kunnen de groei van de kanker zo goed onderdrukken dat de patient na vijf jaar nog wèl leeft, zonder dat hij geneest – de kanker is er dus nog’, zegt Visser. Maar deze rek duurt niet eindeloos. ‘We zien helaas dat in deze groep de tienjaarsoverleving veel lager is dan de vijfjaarsoverleving.’

 

Bij uitgezaaide borst- en prostaatkanker komen artsen vooral ver met hormoontherapie. ‘Veel van die tumoren zijn afhankelijk van hormonen, zoals oestrogeen of testosteron. Als je die sterk verlaagt, rem je de groei.’ Bij uitgezaaide nierkanker worden resultaten geboekt met ‘doelgerichte’ therapie, een behandeling die zich richt op specifieke eigenschappen van de kankercellen.

 

 

Beperkte groep:

Bemoedigend, vindt Visser. ‘Bij nierkanker gebeurde er lange tijd bijna niets. Of neem longkanker; dat was jarenlang echt hopeloos.’ Wel benadrukt hij dat veel nieuwe geneesmiddelen vaak maar bij een zeer beperkte groep patiënten aanslaan. ‘Voor de rest is er nog heel weinig.’

 

In specifieke gevallen is het mogelijk om patiënten met uitgezaaide kanker te genezen, aldus Visser, ‘Er zijn voorbeelden van patiënten met uitgezaaide longkanker of uitgezaaid melanoom die genezen zijn.’ De farmaceutische industrie heeft bijgedragen aan deze positieve ontwikkeling, zegt hij. ‘En ze hebben er ook behoorlijk aan verdiend. Want deze middelen zijn allemaal peperduur.’

 

Of hogere overlevingskansen ook een goede kwaliteit van leven betekenen, valt op basis van de cijfers niet te zeggen. Visser zegt dat in de kankerregistratie in ieder geval te zien is dat er steeds méér wordt behandeld. ‘Het aantal kankerpatiënten dat geen behandeling krijgt, daalt alleen maar. Bij steeds meer patiënten wordt wel íets gedaan.’

 

Voor patiënten die binnenkomen met uitgezaaide darmkanker ligt de vijfjaarsoverleving nog altijd niet hoog: onder de 20 procent, zegt oncoloog Miriam Koopman van het UMC Utrecht. ‘Er is helaas maar een klein deel dat langer dan vijf jaar leeft. Al zien we de laatste jaren wel verbeteringen door meer lokale behandelingen, doelgerichte therapieën en immunotherapie.’ Vooral bij patiënten met darmkanker in het voorlaatste stadium werd de afgelopen periode veel winst geboekt, stelt ze.

 

Door het bevolkingsonderzoek naar darmkanker, ingevoerd sinds 2014, belandt de allerziekste groep tegenwoordig steeds minder in hun spreekkamer: patiënten worden eerder ontdekt. ‘We krijgen nu veel meer mensen met darmkanker in een vroeg stadium binnen’, zegt Koopman. ‘Als je die opereert, komt de kanker in veel gevallen niet meer terug.’

 

 

Bron: www.volkskrant.nl