Mini-tumoren voorspellen behandelreacties bij uitgezaaide darmkanker.

05-02-2026 08:47

 

 

 

 

organoiden

 

 

 

Onderzoekers van het UMC Utrecht hebben belangrijke stappen gezet in de behandeling van uitgezaaide dikkedarmkanker. Drie nieuwe studies tonen aan dat zogenaamde organoïden, kleine, in het laboratorium gekweekte versies van een patiënttumor, waardevolle voorspellers zijn voor behandelrespons en tegelijkertijd nieuwe inzichten bieden in resistentie tegen therapie.

 

Arts-onderzoeker Lidwien Smabers legt uit hoe het werkt: “We nemen een klein stukje tumorweefsel van een patiënt en kweken daar mini-tumoren van, organoïden. Op deze organoïden testen we standaardbehandelingen om hun waarde als voorspeller van patiëntrespons op chemotherapie en doelgerichte behandeling te evalueren.

 

 

Drie studies: voorspellen, begrijpen en behandelen:

De eerste studie, gepubliceerd in Clinical Cancer Research, richt zich op het voorspellen van behandelrespons bij chemotherapieën zoals 5-FU en oxaliplatine. “Vooral bij oxaliplatine waren eerdere studies tegenstrijdig over de voorspelbaarheid,” vertelt Smabers. “Wij laten zien dat de respons van de organoïden nauw overeenkomt met de tumorgroei of afname op CT-scans en met de overleving van patiënten. Dat is een belangrijke stap om de behandeling beter te kunnen afstemmen op de individuele patiënt.”

 

De tweede studie, in iScience, onderzoekt waarom sommige tumoren resistent worden tegen een behandeling. Organoïden van patiënten die al eerder behandeld waren, vertoonden specifieke mutatiepatronen die verband houden met resistentie tegen chemotherapie. “Deze inzichten helpen ons begrijpen waarom sommige tumoren ongevoelig worden en bieden aanknopingspunten voor de ontwikkeling van nieuwe behandelingen die juist gericht zijn op resistente tumoren”, zegt Smabers.

 

De derde publicatie, in Oncogene, gebruikte uitgebreide DNA-analyse - whole genome sequencing - om behandelbare genetische afwijkingen te identificeren. “Bij bijna de helft van de patiënten vonden we nieuwe targets die met standaarddiagnostiek niet gevonden werden”, vertelt Smabers. “Met deze informatie kunnen we patiënten gerichter behandelen en de kans op succes van therapieën vergroten.”

 

 

Persoonlijke behandelkeuzes met organoïden:

Onderzoeksleider Jeanine Roodhart benadrukt de bredere visie van het onderzoek: “Deze studies laten zien hoe we de patiënt letterlijk in het lab kunnen brengen. Door organoïden te gebruiken, kunnen we behandelingen veel meer personaliseren en nieuwe behandeling ontwikkelen die aansluiten bij de specifieke kenmerken van de tumor.” Het uiteindelijke doel is dat elke patiënt de behandeling krijgt die het meest effectief voor hem of haar is.”

 

Patiënten met uitgezaaide darmkanker hebben vaak beperkte behandelopties. “Door beter te begrijpen welke therapieën werken en waarom sommige tumoren resistent zijn, kunnen we uiteindelijk effectievere behandelingen ontwikkelen én de kans op bijwerkingen verminderen”, aldus Roodhart.

 

Het onderzoek bouwt voort op de OPTIC- en RASTRIC-studies, en er doen zowel perifere als academische ziekenhuizen in Nederland mee: Haaglanden en Meander Medisch Centrum, Maastricht UMC+, Radboud UMC en het UMC Utrecht. Dit brede netwerk vergroot de toepasbaarheid van de resultaten in de dagelijkse praktijk.

 

Het UMC Utrecht heeft inmiddels een biobank van meer dan 500 organoïden van dikkedarmkanker, waarmee onderzoekers toekomstige patiënten kunnen matchen met organoïden die het meest lijken op hun tumor. “Er hoeft dan niet van iedere patiënt een eigen mini-tumor gemaakt te worden. Zo kunnen we in het lab testen of een behandeling waarschijnlijk effectief is, voordat we deze aan de patiënt geven”, legt Roodhart uit.

 

 

Van labresultaat naar klinische toepassing:

Hoewel de tests veelbelovend zijn, is het nog geen standaardpraktijk. Smabers: “De test is momenteel uitgebreid, tijdrovend en kostbaar. Om het echt in het ziekenhuis te kunnen gebruiken, moeten we het proces versnellen en vereenvoudigen. Maar deze studies bieden mooie aanwijzingen dat het mogelijk is om behandelingen te personaliseren en patiënten beter te helpen.”

 

Deze onderzoeken vormen een concreet voorbeeld van hoe fundamenteel laboratoriumonderzoek en klinische praktijk elkaar versterken. Roodhart: “Door de tumorbiologie van de patiënt letterlijk naar het lab te brengen, ontstaat een nieuwe manier om de behandeling van uitgezaaide dikkedarmkanker te personaliseren. Met uiteindelijk betere vooruitzichten voor de patiënt.”

 

 

Help mee aan onderzoek naar darmkanker bij UMC Utrecht:

Dankzij donaties kunnen onderzoekers belangrijke stappen zetten in de behandeling van darmkanker. Wil jij ook bijdragen aan betere vooruitzichten voor patiënten?