Nieren van kinderen met kanker beter beschermen.


Een deel van de kinderen met kanker krijgt te maken met nierschade. Hoe kunnen we die schade eerder herkennen en zoveel mogelijk voorkomen? Op dat onderzoek promoveert Paulien Raymakers-Janssen vandaag. Het onderzoek geeft belangrijke nieuwe handvatten om de nieren van kinderen tijdens én na hun behandeling beter te beschermen. De eerste inzichten worden nu al toegepast in de zorg.
Steeds meer kinderen met kanker genezen. Daardoor wordt het ook steeds belangrijker om de gevolgen van de behandeling op lange termijn zoveel mogelijk te beperken. De nieren verdienen daarbij extra aandacht. Meer dan één op de drie kinderen met kanker krijgt tijdens de behandeling te maken met acute nierschade. Bepaalde medicijnen en intensieve behandelingen kunnen het risico daarop vergroten.
Paulien Raymakers-Janssen werkt in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) en deed haar promotieonderzoek in de Van den Heuvel-Eibrink groep in het Máxima. Ze onderzocht nierschade in verschillende fases van de behandeling en bij groepen kinderen met een verhoogd risico, waaronder kinderen met een niertumor en ernstig zieke kinderen op de intensive care.
Eerder zien dat de nieren kwetsbaar zijn:
Een belangrijke conclusie uit het onderzoek van Raymakers-Janssen is dat acute nierschade ook later nog gevolgen kan hebben. Zelfs als bloedonderzoek laat zien dat de nieren weer goed werken, kan er ongemerkt toch schade zijn achtergebleven. Daardoor kunnen nierproblemen soms pas jaren later zichtbaar worden.
‘Juist daarom is het belangrijk om de nierfunctie goed in kaart te brengen vóór en tijdens de behandeling’, zegt Raymakers-Janssen. ‘Als we weten welke kinderen extra risico lopen en nierschade eerder herkennen, kunnen we ook eerder maatregelen nemen om hun nieren te beschermen.’
Het is belangrijk om nierschade zo vroeg mogelijk te ontdekken. Artsen gebruiken nu vaak de bloedwaarde kreatinine om te zien hoe goed de nieren werken. Maar die waarde verandert meestal pas als er al schade is. NGAL, een eiwit dat in de urine kan worden gemeten, kan eerder laten zien dat de nieren beschadigd raken. Daardoor kunnen artsen sneller ingrijpen om verdere schade te voorkomen.
Onderzoekskennis direct naar de zorg:
De volgende stap is om de resultaten van het onderzoek te gebruiken in de dagelijkse zorg. Dat gebeurt inmiddels al bij kinderen die in het Máxima een stamceltransplantatie krijgen. Zij hebben een relatief hoog risico op acute nierschade: ongeveer 55%. Het doel is dit terug te brengen naar 35%. Dankzij steun van de Prinses Máxima Centrum Foundation kunnen artsen deze nieuwe aanpak nu in de praktijk gebruiken.
Tijdens de opname wordt drie keer per week gekeken naar bekende risicofactoren én vroege signalen van nierschade, waaronder NGAL in de urine. Hiervoor zijn geen extra bloedafnames of behandelingen nodig. Als het risico toeneemt, kan het behandelteam bijvoorbeeld medicijnen aanpassen of extra aandacht besteden aan de vochtbalans en bloeddruk.
De verzamelde gegevens worden ook gebruikt om een ‘nierschade-index’ te ontwikkelen, waarmee het risico per kind in de toekomst nog nauwkeuriger kan worden ingeschat. Dat is een hulpmiddel dat verschillende risicofactoren en meetgegevens combineert om beter te voorspellen welke kinderen risico lopen op nierschade. Uiteindelijk moet de aanpak ook bruikbaar worden voor andere afdelingen in het Máxima en andere kinderziekenhuizen.
Paulien Raymakers-Janssen promoveert op donderdag 3 september 2026 op haar proefschrift, Towards preservation of kidney function in children with cancer. Haar promotoren zijn prof. dr. Marry van den Heuvel-Eibrink (Prinses Máxima Centrum) en prof. dr. Marta Fiocco (Prinses Máxima Centrum en Universiteit Leiden). Haar co-promotoren zijn dr. Roelie Wösten-van Asperen en dr. Marc Lilien (beide Wilhelmina Kinderziekenhuis).
Bron: www.prinsesmaximacentrum.nl