Per jaar krijgen 900 vrouwen in Nederland baarmoederhalskanker.
Auteur: AD/Priscilla van Agteren

Baarmoederhalskanker is een van de soorten kanker die veroorzaakt wordt door HPV. Kun je baarmoederhalskanker bij jezelf herkennen, en hoe wordt deze ziekte behandeld? Gynaecoloog-oncoloog Nienke van Trommel legt het uit en vertelt hoe de HPV-vaccinatie het aantal patiënten sterk terug kan dringen.
Dit artikel is afkomstig uit het AD. Elke dag verschijnt een selectie van de beste artikelen uit de kranten en tijdschriften op NU.nl.
Daar lees je hier meer over.
Jaarlijks krijgen zo'n negenhonderd vrouwen in Nederland te horen dat ze baarmoederhalskanker hebben. Het is daarmee een zeldzame ziekte, maar wel de meest voorkomende vorm van kanker die veroorzaakt wordt door HPV.
"Baarmoederhalskanker wordt vrijwel altijd veroorzaakt door een besmetting met dit virus", zegt Nienke van Trommel, gynaecoloog-oncoloog bij het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam.
Meeste mensen raken besmet:
De meeste mensen raken ooit in hun leven besmet met HPV. In verreweg de meeste gevallen rekent het afweersysteem hier zelf mee af. "Bij een klein deel van de mensen lukt dit niet en dat kan leiden tot kanker."
Maar dat gebeurt bij baarmoederhalskanker niet heel snel. "Vanaf de besmetting kan het wel zo'n dertien tot vijftien jaar duren voor er daadwerkelijk een tumor in de baarmoederhals ontstaat."
De ziekte heeft namelijk een relatief lang voorstadium. "In deze fase is er wel al een afwijking te zien in de cellen van het baarmoederslijmvlies, maar is het nog geen echte tumor."
Onrustige cellen:
Patiënten in dit voorstadium opsporen kan helpen voorkomen dat zij kanker krijgen. Met het bevolkingsonderzoek voor baarmoederhalskanker worden vrouwen van 30 jaar en ouder daarom gescreend. "Met de test wordt ten eerste gekeken of vrouwen besmet zijn met HPV. Zo ja, dan wordt een uitstrijkje gedaan."
Zitten daar onrustige cellen tussen, dan volgt nader onderzoek naar waar de onregelmatigheid in het baarmoederslijmvlies zit. "We kijken hoe groot het is en hoe het zich naar verwachting ontwikkelt. Dan kan besloten worden om het nog even in de gaten te houden, of de cellen te verwijderen zodat er geen kanker uit kan ontstaan."
Kun je baarmoederhalskanker bij jezelf herkennen?
Een belangrijk teken van baarmoederhalskanker is bloedverlies na seks, zegt Van Trommel. "Ook afwijkende afscheiding kan een signaal zijn. Dit kan allebei ook voorkomen in het voorstadium van de ziekte."
Ook buikpijn en bloedverlies tussen de menstruaties door kunnen wijzen op baarmoederhalskanker. "Op zichzelf zijn dit niet meteen redenen tot paniek, maar heb je last van een of meerdere van deze dingen en is dat na twee weken nog niet over? Meld je dan bij je huisarts. Als het nodig is verwijst hij of zij je door naar een gynaecoloog voor verder onderzoek."
Grote of kleine tumor:
Baarmoederhalskanker kan op meerdere manieren worden behandeld. "Dit hangt vooral af van de grootte van de tumor, hoe en waar deze door het lichaam is gegroeid en of er uitzaaiingen zijn."
Een relatief kleine tumor die zich niet buiten de baarmoeder heeft verspreid kan meestal operatief worden verwijderd. "Soms kunnen we daarbij de baarmoeder laten zitten, soms is het nodig deze te verwijderen."
Is de tumor groter of verder verspreid in het lichaam, dan is opereren meestal geen optie. "Hoe groter de tumor, hoe meer omliggend steunweefsel aangetast is. Dat kun je soms niet wegnemen omdat de gevolgen voor de verdere gezondheid en de kwaliteit van leven te groot zouden zijn."
Bestraling en chemotherapie even effectief als een operatie:
In dat geval wordt de patiënt behandeld met bestraling en chemotherapie. "Patiënten hebben vaak liever een operatie omdat ze denken dat dit effectiever is, maar dat klopt niet. Beide opties zijn even succesvol in het laten verdwijnen van de tumor."
Immuuntherapie wordt ook steeds vaker ingezet bij de behandeling van baarmoederhalskanker in combinatie met andere technieken, zegt Van Trommel. "Dit geeft goede resultaten bij grote tumoren door baarmoederhalskanker. In het Antoni van Leeuwenhoek doen we nu ook onderzoek naar het effect bij kleine tumoren."
Vruchtbaarheid gaat verloren:
De meeste vrouwen die baarmoederhalskanker krijgen zijn tussen de 30 en 44 jaar oud. "Dit is ook de leeftijd dat veel vrouwen een kinderwens hebben. De behandeling voor de ziekte zorgt er vaak voor dat de vruchtbaarheid verloren gaat."
Dat valt veel patiënten zwaar, weet Van Trommel. "De diagnose kanker krijgen is altijd vreselijk, en helemaal als je nog zo jong bent. Daar komt dan nog bij dat je geen kinderen meer kan krijgen en dus ook niet het leven dat je voor ogen had, terwijl je dat bij leeftijdsgenoten wel ziet gebeuren. Dat kan heel moeilijk zijn."
De overlevingskans bij baarmoederhalskanker hangt samen met het stadium waarin de kanker zich bevond bij de diagnose. "Bij een niet-uitgezaaide tumor is na vijf jaar 90 procent van de patiënten nog in leven. Als de ziekte wel is uitgezaaid, is dat na vijf jaar zo'n 70 procent."
Voorkomen met HPV-vaccinatie:
Baarmoederhalskanker is, net als andere kankervormen die door HPV ontstaan, te voorkomen met de HPV-vaccinatie. Van Trommel: "De eerste meisjes die ingeënt konden worden tegen HPV zijn 30 jaar. Ik heb nu ook patiënten met baarmoederhalskanker die de vaccinatie wel hadden kunnen krijgen maar hem niet genomen hebben. Bij hen had de ziekte dus voorkomen kunnen worden."
Als de vaccinatiegraad hoog genoeg zou zijn, dan zou het aantal gevallen van baarmoederhalskanker naar schatting met wel 90 procent kunnen dalen, denken onderzoekers. "De vaccinatie zorgt er nu al voor dat mensen niet ziek worden, maar dat zouden er nog veel meer kunnen zijn. Van negenhonderd naar nog maar tweehonderd vrouwen die de diagnose zouden krijgen, dat is wel een groot verschil."
Virus dat kanker veroorzaakt:
Het humaan papillomavirus, vooral bekend onder de afkorting HPV, kunnen we krijgen door seksueel contact. HPV is wijdverbreid en de meeste mensen raken ooit in hun leven een keer besmet. In de meeste gevallen merk je daar niets van omdat het afweersysteem het virus binnen een of twee jaar zelf opruimt.
Maar bij een klein deel van de mensen krijgt het lichaam het virus niet goed weg, en kan kanker ontstaan. Naast baarmoederhalskanker kan HPV ook vaginakanker, anuskanker, schaamlipkanker, peniskanker en mond-keelholtekanker veroorzaken.
Bron: www.nu.nl