Pleisters met estradiol even effectief als standaardbehandeling bij prostaatkanker.
Auteur: Chiara Uijtermerk - .ntvo.nl

Een grote fase 3-studie van onderzoekers van University College London (Verenigd Koninkrijk) biedt nieuw perspectief op de behandeling van prostaatkanker met transdermaal estradiol (tE2). Deze therapie, toegediend via huidpleisters, wordt onderzocht als alternatief voor de standaardbehandeling met luteïniserend hormoon–releasing hormoon (LHRH)-agonisten. Het onderzoek, gepubliceerd in New England Journal of Medicine, suggereert dat tE2 niet alleen vergelijkbare effectiviteit heeft, maar ook een afwijkend bijwerkingenprofiel kent.
In totaal namen 1360 mannen met lokaal gevorderde prostaatkanker deel aan de studie, uitgevoerd tussen 2007 en 2022 in 75 centra in het Verenigd Koninkrijk. De mediane leeftijd was 72 jaar. De meeste patiënten hadden een gevorderd tumorstadium (85% T3), en in 65% van de gevallen was er geen lymfeklierbetrokkenheid. De primaire uitkomstmaat was metastasevrije overleving na drie jaar.
Nauwelijks verschil:
De uitkomsten laten zien dat 87,1% van de patiënten in de tE2-groep na drie jaar vrij was van metastasen, tegenover 85,9% in de LHRH-groep. Dit verschil is klein en statistisch vertaald in een hazardratio (HR) van 0,96 voor metastasen of overlijden. Cruciaal is dat de bovengrens van het eenzijdige 95%-betrouwbaarheidsinterval uitkwam op 1,11, ruim onder de vooraf vastgestelde non-inferioriteitsgrens van 1,31. Daarmee voldoet tE2 overtuigend aan het criterium voor non-inferioriteit: de behandeling is statistisch gezien niet slechter dan de standaardtherapie.
Testosterononderdrukking:
Ook de secundaire uitkomsten ondersteunen dit beeld. Het bereiken en behouden van castratieniveaus van testosteron (<1,7 nmol/L) werd in het eerste jaar bij 85% van de patiënten in beide groepen gerealiseerd. Deze identieke percentages onderstrepen dat beide behandelingen even effectief zijn in hormonale suppressie, een kernmechanisme in de behandeling van prostaatkanker.
Ook op langere termijn blijven de resultaten consistent. De algehele overleving na vijf jaar bedroeg 81,1% in de tE2-groep en 79,2% in de LHRH-groep. De hazardratio voor overlijden was 0,90, met een 95%-betrouwbaarheidsinterval van 0,75 tot 1,07. Hoewel dit verschil statistisch niet significant is, wijst de puntschatting voorzichtig in het voordeel van tE2.
Bijwerkingen:
De verschillen zitten vooral in de bijwerkingen. Opvliegers kwamen veel minder vaak voor bij tE2 (44%) dan bij LHRH-agonisten (89%). Ernstige opvliegers werden gezien bij respectievelijk 8% en 37% van de patiënten. Daar staat tegenover dat borstvorming juist vaker voorkwam bij tE2 (85% versus 42%), en ook vaker ernstig van aard was (37% versus 9%).
Keuze verschuift:
Samenvattend laten de cijfers zien dat transdermaal estradiol zich kan meten met de huidige standaardbehandeling. De statistiek is helder: geen verlies aan effectiviteit, wel een ander bijwerkingenprofiel. Daarmee verschuift de kern van de keuze van “werkt het?” naar “wat past het beste bij deze patiënt?”. Voor arts en patiënt opent dat de deur naar meer gepersonaliseerde besluitvorming, waarin niet alleen overleving telt, maar ook kwaliteit van leven.
Bron: www.ntvo.nl