Promotie Noa Wijnen: de juiste balans in de behandeling van kinderkanker.

15-06-2026 12:35

 

 

 

 

Noa Wijnen en Alice Gichemi

 

 

 

Op maandag 15 juni 2026 promoveert arts-onderzoeker Noa Wijnen op haar onderzoek naar de behandeling van acute myeloïde leukemie (AML) bij kinderen. In haar proefschrift staat één vraag centraal: hoe zorg je ervoor dat kinderen met AML, waar ook ter wereld, de best mogelijke kans op overleving krijgen?

 

Wereldwijd bestaan er grote verschillen in de uitkomsten van kinderkanker. Waar kinderen in Nederland vaak goede overlevingskansen hebben, is dat in veel lage- en middeninkomenslanden heel anders. Die verschillen komen voor een groot deel door de omstandigheden waarin kinderen behandeld worden, zoals beschikbaarheid van medicijnen, antibiotica, bloedproducten, voeding, verpleegkundige zorg en intensive care.

 

Deze context vormde de basis voor Noa’s onderzoek. In haar eerste jaar als promovendus in het Prinses Máxima Centrum evalueerde ze onder meer de implementatie van een aangepaste behandelrichtlijn voor AML in Kenia. ‘We zagen dat infecties daar een belangrijke oorzaak zijn van sterfte onder kinderen met kanker. Ik wilde hier meteen verder induiken: wat gebeurt er precies?’, vertelt Noa.

 

Ondersteunende zorg is zorg om bijwerkingen te voorkomen, te behandelen of te verminderen, bijvoorbeeld het behandelen van infecties. Dit speelt een belangrijke rol bij de behandeling van AML. Met haar promotieonderzoek vergroot Noa de kennis over de balans tussen de kankerbehandeling en ondersteunende zorg. en hoe die balans leidt tot verschillende overlevingskansen. ‘Een internationale blik op de kinderoncologie voelt voor mij niet als iets extra’s naast goede zorg hier, maar als een logisch onderdeel ervan. Als we echt impact willen maken in de genezing van kinderkanker, moeten we dat samen doen – wereldwijd.’

 

 

Juiste balans bij AML:

Een belangrijk inzicht uit haar onderzoek is het grote belang van ondersteunende zorg (‘supportive care’) bij AML. Deze vorm van leukemie wordt behandeld met intensieve chemotherapie, die alleen succesvol kan zijn als complicaties zoals infecties goed worden voorkomen of opgevangen. ‘Als je AML wil genezen, moet je continu balanceren tussen de intensiteit van de kankerbehandeling en de kwaliteit van de supportive care,’ zegt Noa. ‘Dat evenwicht is cruciaal, en verschilt per setting.’

 

Juist in landen waar minder middelen beschikbaar zijn, vormt die balans de grootste uitdaging, zag Noa. AML-behandeling in een ziekenhuis met beperkte middelen is mogelijk, maar de balans tussen effectiviteit en bijwerkingen moet voortdurend geoptimaliseerd worden. Dat vraagt enerzijds om slimmere behandelingen: minder bijwerkingen en meer doelgericht. Anderzijds moet de supportive care parallel worden versterkt.

 

 

Klinische studies:

Binnen haar promotieonderzoek werkte Noa ook aan internationale klinische studies die gericht zijn op het verbeteren van de behandeling. Zo leverde zij een bijdrage aan de CHIP-AML-studie, waarin wordt onderzocht of de toevoeging van nieuwere, meer doelgerichte medicijnen de uitkomsten kan verbeteren, en of bepaalde groepen kinderen veilig met minder chemotherapie behandeld kunnen worden.

 

Daarnaast was Noa betrokken bij onderzoek naar infectiepreventie, zoals de Pro-Teico-studie. Deze studie onderzoekt in verschillende Europese landen of preventieve behandeling met het antibioticum teicoplanine ernstige infecties tijdens de AML-behandeling kan verminderen. Ze hoopt dat deze resultaten zullen leiden tot een nieuwe richtlijn voor ondersteunende zorg voor kinderen met AML.

 

 

Gelijkwaardige samenwerking:

Een belangrijk onderdeel van haar werk is de samenwerking met collega’s in Kenia. Noa werkte in een zogenoemde ‘twin PhD’-constructie intensief samen met de Keniaanse kinderoncoloog Alice Gichemi, waarbij beide onderzoekers hun expertise bundelden: klinische ervaring in de lokale context en kennis van onderzoeksmethoden. Samen zetten ze de CARE-studie op, waarin gegevens worden verzameld over allerlei aspecten van supportive care, waaronder infecties, voeding, en koorts, bij kinderen met kanker in Kenia. In een vervolgstudie, IMPACT-CARE, hoopt het duo nog beter te kunnen analyseren welke ziekteverwekkers en resistentiepatronen een rol spelen, om zo de ondersteunende zorg te kunnen verbeteren.

 

Noa Wijnen deed haar promotieonderzoek onder leiding van prof. dr. Gertjan Kaspers, dr. Kim Klein en dr. Minke Huibers.

 

 

 

Bron: www.prinsesmaximacentrum.nl/nl/nieuws