Rhabdoïde tumorcellen aanpakken via hun bouwstenen.

11-06-2026 12:06

 

 

 

 

Marjolein Kes ontvangt haar doctoraal

 

 

 

Promovendus Marjolein Kes heeft nieuwe aanknopingspunten voor behandeling  van rhabdoïde tumoren (MRT) gevonden. Zo zag Kes in het lab dat het remmen van de aanmaak van bouwstenen van het DNA tumorcellen langzamer laat delen en zelfs verdwijnen. Deze bevindingen vormen de basis voor de opzet van een nieuwe klinische studie. Gisteren promoveerde ze aan de Universiteit Utrecht.

 

MRT is een zeldzame maar moeilijk te genezen tumor. Ondanks intensieve behandelingen zijn de vooruitzichten voor een deel van de kinderen nog altijd beperkt. Daarom zoeken onderzoekers naar nieuwe manieren om tumorcellen gericht aan te pakken.

 

Marjolein Kes onderzocht hoe deze kankercellen voedingsstoffen gebruiken om te groeien. En waar binnen dit proces zwakke plekken zitten die tumorcellen kwetsbaar maken wanneer ze worden verstoord. Ze deed dit vanuit de Drost-groep in het Prinses Máxima Centrum en de Berkers groep van Universiteit Utrecht.

 

Met verschillende onderzoekstechnieken onderzocht Kes in het lab gekweekte mini-tumoren, ook wel organoïden genoemd. Tumorweefsel afkomstig uit de biobank van het Máxima werd daarvoor gebruikt.  Ze vond in het lab dat remming van de aanmaak van bouwstenen van het DNA, zoals het remmen van het enzym DHODH, ervoor zorgt dat de groei van de kankercellen vermindert.

 

 

Van ontdekking naar toepassing:

Na haar promotieonderzoek blijft Kes in het Máxima werken in de Drost en Hulleman groep. Ze doet verder onderzoek naar het al beschikbare medicijn gemcitabine dat aangrijpt op hetzelfde metabole proces als wat Kes tijdens het onderzoek in het laboratorium heeft gevonden. Daarnaast wordt in het Máxima gewerkt aan de opzet van een klinische studie met gemcitabine. ‘Het mooiste aan dit onderzoek vind ik dat er concrete vervolgstappen uit zijn voortgekomen voor kinderen. We hebben nieuwe kwetsbaarheden gevonden die mogelijk bij gaan dragen aan betere behandelingen voor kinderen met rhabdoïde tumoren.’

 

Het promotieonderzoek en vervolgonderzoek van Kes (in de Drost en Hulleman groep) worden mogelijk gemaakt door Stichting Kinderen Kankervrij (KiKa). In 2025 ontving zij vanuit KiKa de Tom Voûte Award, een prijs voor jonge veelbelovende onderzoekers, voor haar onderzoek. 

 

 

Metabole kwetsbaarheden als aangrijpingspunt: 

Een belangrijk onderdeel van het promotieonderzoek van Marjolein Kes was het ontwikkelen en toepassen van methoden om de stofwisseling van kinderkankercellen nauwkeurig te bestuderen. Daarvoor combineerde zij verschillende technieken, waaronder metabolomics en stabiele isotooptracering. Die technieken paste ze toe op in het lab gekweekte organoïden.  Deze zijn gekweekt vanuit in de biobank opgeslagen tumormateriaal van kinderen die onder behandeling zijn of zijn geweest in het Máxima.

 

Met deze aanpak kon zij volgen hoe tumorcellen voedingsstoffen opnemen en gebruiken voor hun groei. Ook onderzocht zij welke metabole processen essentieel zijn voor het voortbestaan van de tumor. Door gegevens over genexpressie en stofwisseling te combineren, ontstond een gedetailleerd beeld van de biologische processen die deze agressieve vormen van kinderkanker aandrijven.

 

 

Onderzoek met organoïden verder verbeteren:

Een belangrijke rode draad in het proefschrift is het gebruik van patiënt-afgeleide organoïden. Deze onderzoeksmodellen lijken sterker op echte tumoren dan traditionele celkweken. Ze maken het mogelijk om nieuwe behandelingen onder meer realistische omstandigheden te testen. Kes onderzocht hoe onderzoek met organoïden verder verbeterd kan worden. Onder andere door te kijken naar de invloed van factoren uit de tumoromgeving, zoals beschikbare voedingsstoffen, zuurstofniveaus en pH, op de gevoeligheid voor medicijnen. 

 

Deze werkwijze leverde nieuwe inzichten op in de metabole kwetsbaarheden. Ze vond in het lab dat remming van het pyrimidine synthese enzym DHODH ervoor zorgt dat het aantal kankercellen vermindert. Pyrimidines zijn een belangrijke bouwsteen voor ons DNA. De gevonden remming van de pyrimidine route onderzoekt Kes nu als post-doc in de Drost en Hulleman groep verder.  Ook vervolgt zij haar onderzoek naar verdere optimalisatie van de kweekomstandigheden van organoïden. In een fysiologisch waarheidsgetrouwere omgeving en het effect daarvan op medicijngevoeligheid.

 

 

Vertaling van lab naar kliniek:

Als vervolgstap op wat Kes heeft aangetoond, wordt door onderzoekgroepsleider en kinderoncoloog dr. Reineke Schoot in internationaal verband een klinische studie opgezet. In deze studie wordt gekeken of het medicijn gemcitabine, een pyrimidine analoog, kan werken voor kinderen met een rhabdoïde tumor. Omdat het medicijn al gebruikt wordt in de dagelijkse praktijk bij andere tumoren, zou deze studie versneld kunnen leiden tot een betere behandeling.  

 

Kes: ‘Het is belangrijk om kinderkanker te bestuderen in modellen die de situatie in het lichaam zo goed mogelijk nabootsen. Dat vergroot de kans dat veelbelovende laboratoriumbevindingen uiteindelijk kunnen worden vertaald naar betere behandelingen voor kinderen.’

 

 

 

Bron: www.prinsesmaximacentrum.nl