Behandeling stadium II-III niet-kleincellig longcarcinoom gaat flink op de schop.

05-04-2024 15:45

 

 

 

 

 

man luistert muziek tijdens immunotherapie

 

 

 

 

Bijna 3.000 mensen krijgen jaarlijks de diagnose stadium-II-III niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). De behandeling van deze groep patiënten gaat sterk veranderen met de komst van nieuwe opties in de behandelrichtlijnen: adjuvante doelgerichte therapie bij patiënten met een EGFR-mutatie, adjuvante immunotherapie bij patiënten met een hoge PD-L1-waarde en inductiechemo-immunotherapie bij resectabele tumoren. Daarbij wordt het essentieel om al preoperatief weefsel te verkrijgen om moleculaire diagnostiek uit te voeren en de PD-L1-score te bepalen.

 

Cruciale rol voor mdo:

Een grote uitdaging bij al deze veranderingen is dat de populatie patiënten met stadium II-III zeer heterogeen is en de uitkomsten van recente trials niet goed vergeleken kunnen worden met deze real world populatie. Daarom zetten Ilias Houda (UMCA) en collega’s in een overzichtsartikel de bestaande inzichten en de resterende uitdagingen uiteen. Het mdo, waarin specialisten een individuele inschatting kunnen maken op basis van karakteristieken van tumor en patiënt, heeft hierin een cruciale rol. Het bepalen van de mogelijkheid voor een complete chirurgische resectie staat daarbij centraal.

 

 

Nieuwe kansrijke opties, maar behandelkeuze wordt meer complex:

Onderzoek van Ronald Damhuis (IKNL) en collega’s laat zien dat de toepassing van chirurgie bij stadium IIIA de afgelopen jaren is afgenomen ten faveure van chemoradiotherapie met consolidatie immunotherapie. Opvallend daarbij is dat de resultaten van chirurgie duidelijk beter zijn dan in oudere studies maar dat de selectie van patiëntengroepen enorm verschilt; patiënten die chirurgie ondergaan zijn over het algemeen fitter dan de patiënten die chemoradiatie krijgen.

 

 

Kansen bij behandeling stadium-II NSCLC:

Bij resectabel stadium-III NSCLC wordt de komende jaren een verschuiving verwacht naar chemo-immunotherapie gevolgd door chirurgie. Voor stadium II is de behandelkeuze ook complex en afhankelijk van de mogelijkheid voor vergoeding van de veelal dure geneesmiddelen. Een recente publicatie van Julianne de Ruiter (AvL) en collega’s laat zien dat de vijfjaarsoverleving bij stadium II-pN1 NSCLC ondanks complete chirurgische resectie slechts 52% bedraagt. Ook voor deze groep is serieuze verbetering mogelijk met de nieuwe behandelopties.

 

 

Verschillen tussen studies maken vergelijken behandelopties lastig:

Een grote uitdaging bij het vergelijken van alle behandelmodaliteiten is dat de studies gebruik maken van verschillende TNM-edities, selectiecriteria en vereiste diagnostiek. En met de komst van TNM-editie 9 (Rami-Porta et al) wordt het niet eenvoudiger; deze wijkt duidelijk af van eerdere edities. Het lijkt dus goed dat we over een aantal jaren nog eens evalueren of de resultaten voor stadium-II-III NSCLC patiënten daadwerkelijk verbeterd zijn.

 

 

Meer informatie:

Neem contact op met Ronald Damhuis, onderzoeker of bekijk de studies:

 

 
 
 
 
  • De full text-versies van artikelen waar IKNL-onderzoekers bij betrokken zijn, zijn altijd op te vragen via bibliotheek@iknl.nl

 

 

 

Bron: iknl.nl/nieuws/2024/behandeling-stad-ii-ii-niet-kleincellig-longkanker