Deel 61: ’Angst is een afschuwelijk gevoel, erger dan hondsberoerd zijn van chemotherapie’.

28-03-2023 18:57
 
 
 
 
 
Auteur: MARITH IEDEMA - telegraaf.nl/vrouw
 
 
 
 
 
 

Columns & opinie.

 
 
 
 
 
Journalist en auteur Marith Iedema schrijft over liefde, seks en relaties. Het leven lacht haar toe, tot ze te horen krijgt dat ze borstkanker heeft. Voor VROUW doet ze verslag van wat ze meemaakt. Marith woont samen met geliefde Duncan en zoontje Noah (2) in Amsterdam.
 
 
 
 
 
’Hij neemt me in zijn armen, tilt me op, en samen dansen we door de woonkamer.
 

Foto: EIGEN BEELD.

 
 
 
 
 
 
 
 
„Ik kan er niet meer tegen Marith. Bel nú dokter K. en vraag of de uitslag al bekend is!”, beveelt Duncan. Om zijn woorden kracht bij te zetten slaat hij met zijn hand op tafel.
 
 
„Nee!” snauw ik. „Iedereen heeft het daar hartstikke druk. Dit hoort erbij. We moeten gewoon geduld hebben.”
 

Dokter K. weet dat we op hete kolen zitten. Ze zou ons niet onnodig laten wachten.

 

 

Angst:


Duncan gromt. Hij slaapt al dagen slecht. Als ik naar zijn vermoeide gezicht kijk heb ik het met hem te doen. Duncan is de grootste optimist known to man. Hij heeft geen moment geloofd dat ik dood zou kunnen gaan aan kanker. Maar nu we een week moeten wachten op de uitslag van de MRI-scan is die overtuiging blijkbaar behoorlijk aan het wankelen gebracht. Duncan was niet eerder zó bang.

 

Hij komt voor me staan. Hij pakt mijn handen, kijkt me indringend aan.

 

„Marith, het gaat ook over míjn toekomst hè. Niet alleen over die van jou.”

 

Ik knik. Dat is waar.

 

„Ik denk gewoon niet dat bellen zin heeft”, werp ik tegen.

 

„Bél”, zegt Duncan. „Anders doe ik het zelf.”

 

Ik weet dat dit geen loos dreigement is. Duncan is zo assertief dat je het gerust schaamteloos kan noemen. Op dit vlak verschillen wij fundamenteel.

 

Even later heb ik dokter K. aan de telefoon.

 

„We hebben over twee dagen een afspraak staan, maar is er heel misschien al wat duidelijk?” vraag ik. Mijn hart klopt in mijn keel.

 

„Helaas Marith. De beelden zijn er, maar er moet een radioloog naar kijken. Het beoordelen van een MRI-scan is een vak apart.”

 

Ik kreun. Leg uit dat we het moeilijk hebben.

 

Angst is een afschuwelijk gevoel, nog erger dan hondsberoerd zijn van chemotherapie.

 

Dokter K. probeert me gerust te stellen. Bij deze eerste scan is de kans op een slechte uitslag klein.

 

Dat wéét ik. Maar de kans dat ik borstkanker zou krijgen was ook heel klein.

 

„Ik ga mijn best voor je doen, Marith”, zegt Dokter K.

 

 

Nieuws:


Aan het einde van de dag gaat mijn telefoon. Onbekend nummer.

 

Het is dokter K. Ze heeft nieuws.

 

Oh god.

 

Dan volgen de verlossende woorden: „Er zijn geen verdachte plekken meer te zien.”

 

Ik schreeuw, spring een gat in de lucht.

 

Dit is een groots moment. Duncan is op zijn werk, maar ik wil het hem persoonlijk vertellen. Dat hij een extra uur in spanning leeft vergeeft hij me wel.

 

Ik zet de fles champagne koud die we een tijdje geleden speciaal voor dit moment kochten.

 

Als ik even later de sleutel in het slot hoor, ga ik snel in de deuropening staan, met de fles in mijn hand. Duncan schrikt zich het leplazarus. „Jezus, Marith – what the fuck sta je hier?.” Dan ziet hij de fles die we samen uitzochten. Hij kijkt me aan, zijn blik hoopvol. Maar ik zie dat hij het nog niet durft te geloven. En dan, als ik knik en zeg: „Alles oké, niks te zien” slaakt hij een oerkreet. Hij neemt me in zijn armen, tilt me op, en samen dansen we door de woonkamer. We laten ons op de bank vallen, Duncan kust mijn ogen, mijn voorhoofd, mijn lippen en wangen.

 

„O no, not you, you will survive”, tettert hij in mijn oor.

 

So far so good. We kunnen een half jaar vooruit.

 

 

 

 

 

Bron: www.telegraaf.nl